Langzaam Hardlopen

Voor de zoveelste keer ben ik begonnen met hardlopen. De eerste keer dat ik begon was ik een jaar of dertig en deed ik het met Maaike. We rookten allebei als ketters en ik deed nog meer ongezonds en ik haatte elke stap. Een paar keer per week kwam Maaike me halen en renden wij naar het Vondelpark. Daar deden we hijgend en puffend en inwendig vloekend een rondje. Het beste was de douche erna, het water prikkelde mijn bezwete huid en dan volgde natuurlijk de sigaret na het rennen.

Een aantal jaren geleden begon ik weer. De aanleiding weet ik niet meer, oh jawel, na het vele zwemmen in open water wilde ik het buiten niet missen en daar ging ik, ik was inmiddels opgehouden met roken en was al een aantal jaren aan het zwemmen dus mijn lichamelijk conditie was niet meer zo slecht.

Ik vond het helemaal niet meer vreselijk. Ik genoot er zelfs van, het buiten zijn in weer en wind, de afstanden die ik aflegde, dat ik lekker kon eten omdat ik tenslotte al 500 calorien verbrand had, het was fantastisch.
Tot ik die keer dacht ’s avonds te gaan lopen, op de Amstelkade kwam ik met mijn voet in een gat op straat terecht en ik zwikte mijn beide enkels. Ik viel hard. (Het gat zit er nog steeds ondanks mijn telefoontje naar 14020). Een jonge vrouw hielp me overeind en ik strompelde naar huis. Ik had links mijn enkelbanden gescheurd en rechts verzwikt.

Na een aantal maanden begon ik weer. De straat uit, naar rechts, tot het eind of misschien door het park, maar dan weer naar rechts langs de Amstel richting Amstelpark en op een gegeven moment rende ik het hele park door. Fantastisch.


Tot een nieuwe val.

Lappenmand, en weer een nieuw begin. En de geschiedenis herhaalde zich. Laatst weer een val, weer enkel verzwikt, weer dikke enkel, weer op de bank, weer herstellen en dan nu weer beginnen.

Machtig mooi!
Ik kom nog niet tot het park maar ik hoop over een paar weken dat ik weer geniet van het Amstelpark. De bomen zullen kaal zijn.

Openbreken die stad.

In mijn stad wordt altijd gebouwd en verbouwd. Ik ben daar in mijn hart trots op. Amsterdam bouwt aan de toekomst en ik denk aan mijn vader die altijd zei als er weer wat werd afgebroken of opgebouwd: ja dat is de vooruitgang.

Nu ligt het Leidseplein open en niet alleen het Leidseplein, ook het Leidsebosje, de Stadhouderskade, de Hobbemastraat en het kruispunt met de P.C.Hooft.

Afbeeldingsresultaat voor openbreking leidseplein

Sinds een paar weken vermijd ik al het Leidseplein, die ene keer dat ik er reed moest ik via ene kant Prinsengracht, andere kant Prinsengracht, Leidsegracht (wat ik niet deed) omrijden. (Ik bleef op de Prinsengracht, stak de brug over bij cafe de Prins, Leliestraat, dat drukke straatje met zes verschillende namen door waaronder de Tuinstraat of de Tuindwars, Westerstraat en dan het Marnix!)
Maar nu ligt werkelijk alles open daar.

Afbeeldingsresultaat voor openbreking leidseplein

Op de heenweg dacht ik slim te zijn door deze route te nemen maar dan andersom maar een pyknische verkeersregelaar hield me sloom tegen. Hij leek niet echt te begrijpen wat er aan de hand was maar wel dat hij mensen moest tegen houden. Ik moest dus lopen, het fietspad lag open en verderop waren twee mannen in oranje bezig met graven. Ik liep een stuk en reed een stuk, langzaam achter de toeristen aan,

Op de terugweg dacht ik weer slim te zijn, maar met slim zijn kom je er niet in Amsterdam, je moet ook een vooruitziende blik hebben of goed op de hoogte zijn wat er gebeurt en waar en dat ben ik niet. Dus mijn vrolijke fietstocht langs het Vondelpark werd wreed onderbroken door een nieuw obstakel.

Afbeeldingsresultaat voor openbreking hobbemastraat p.c. hooft

En dan hebben we natuurlijk gelukkig nog de afsluiting van de Ferdinand Bol en een stuk Ceintuurbaan.
Afbeeldingsresultaat voor afsluiting van de Ferdinand Bol en een stuk Ceintuurbaan

 

Niet alleen was het zwemmen lekker pittig, ook de tocht erheen en ervandaan was een hindernisbaan.

Langzaam lopen

Sinds een maand of acht trek ik twee, drie of een keer in de week mijn hardloopkleren aan.

Vaak doe ik dat in de ochtend, ik word langzaam wakker, drink een halve liter water, maak koffie, drink twee koppen koffie met melk en trek mijn hardloopkleren aan. Schoenen als laatste. Ik rek en strek mijn enkels en onderbenen en knieën en ga dan op pad. Niet na mijn verschillende sport apps te hebben aangezet. De meeste tijd ren ik de Waalstraat af richting de Amstel, hoewel ik wat variatie probeer aan te brengen in hoe ik bij de Amstel kom omdat me soms dezelfde weg verveelt, verveelt de Amstel me nooit. Die rivier is altijd mooi. Het zien van de Amstel maakt alles de moeite waard.

Waarom ik met rennen begon is omdat je het buiten kunt doen. Ik vind het heerlijk om door weer en wind te lopen en heerlijk in de zon te lopen met een kort broekje en een singlet.

Toen ik een jaar of dertig was begon ik met lopen, samen met een vriendin renden we naar het Vondelpark en deden daar een rondje langs de vijver.  Ik haatte elke stap, ik haatte het lopen, het deed zeer en het kostte me vreselijk veel moeite. In die tijd deed ik helemaal niks aan sport en dacht ik dat rennen me zou verassen. Maar het was verschrikkelijk. Ik rookte toen nog dertig sigaretten per dag + een stuk of vijf dikke  hash-joint vermengd met shag en ik merkte wel dat na het rennen ik zeker vijfenveertig minuten geen trek had in nicotine.

Na een maand of drie maakte ik een misstap en scheurde ik mijn enkelband en ik ben niet meer begonnen met lopen tot een jaar geleden.

Ook toen scheurde ik mijn enkelband na een maand of drie bij mijn eerste avondlijke tocht en ik in een gat op straat stapte.

In maart begon ik weer. Ik had me opgegeven voor een Triatlontraining en de hardlooptraining zou in april beginnen dus ik wilde me alvast een beetje inlopen.

Ik besloot niet meer ’s avonds gaan lopen en heel goed op te letten waar ik mijn voeten zette. Er werd naar ons doel gevraagd en ik zei dat het mij zo heerlijk leek om uit huis te gaan en dertig minuten te lopen en dat ik me afvroeg of dat mogelijk zou zijn. Dat moest kunnen zei de trainster.

Dertig minuten lopen lukt me. Ik wil natuurlijk meer maar

Ik ga gewoon door.

 

Vrienden ontvrienden

Afbeelding

Weet deze ekster straks nog wie ik ben? Nu zit z/hij zo vrolijk op mijn hoofd en vloog h/zij waar ik was maar kent een ekster een mens?

Wat zijn vrienden?

Vrienden, wat zijn dat eigenlijk? Als ik wil weten wat de letterlijke betekenis van iets is zoek ik altijd in mijn Dikke Van Dale – niet zo dik vandaag want tegenwoordig heb ik het digitale woordenboek.
In de Van Dale staat:
Persoon aan wie men door genegenheid verbonden is.

Een ruim begrip – iemand aan wie men door genegenheid en persoonlijke voorkeur verbonden is.

Er wordt niet dieper ingegaan op het woord vriendschap en wat je wel en niet van elkaar kunt verwachten als vriend. Kun je wel iets van je vrienden verwachten? Vaak wordt er gezegd dat je niets verwachten moet, verwachtingen komen nooit uit en je zult altijd teleurgesteld worden.

Ik heb met dit niet mogen hebben van verwachtingen toch altijd wat moeite.

Als je niet iets van je vrienden mag verwachten van wie mag je dan wel wat verwachten? Van niemand misschien? Van jezelf?

Ik denk zelf dat ik een goede vriend ben maar misschien denken mijn ‘vrienden’ daar anders over?

Heb ik eigenlijk wel vrienden? Ik weet of denk dat ik misschien twee vrienden heb, ach misschien als ik haar erbij op tel heb ik er drie, twee van hen zouden dit bericht kunnen lezen, de derde is buitenlands en kan dit zeker niet lezen.

Misschien zijn er nog wel twee mensen die zichzelf als een vriendin van mij beschouwen maar misschien is dat er ook maar één.

Je echte vrienden kun je op één hand tellen heb ik gemerkt in de tijd dat mijn ouders overleden. Andere mensen komen en gaan, zijn even je vrienden en gaan dan weer.

Sommige laat ik ook gaan.

Nu met Facebook kun je mensen ontvrienden. Zo heb ik net iemand ontvriend die zich voortdurend geringschattend over me heeft uitgelaten, iemand die een erg kort lontje heeft en voortdurend haar saggerijn op mij afreageert, jaar in jaar uit. Vaak bijt ik niet van me af en laat het over me heen komen.  Onlangs heb ik op een duidelijke manier haar terug verwezen naar haarzelf wat me een “wat ben jij gemeen” op leverde. Twee dagen geleden maakte ze me publiekelijk uit voor een monster en toen was de maat vol. Ik heb haar ontvriend. Wat een opluchting. Ze kan mijn berichten niet meer zien, ze kan geen vervelend commentaar meer leveren, ze kan me niet langer vertellen wat ik moet doen en hoe ik het moet doen.

Iemand die haar commentaar had gelezen vroeg me of ik wel eens oude schoenen weg gooide en of het geen tijd was me van zulke ‘vrienden’ te ontdoen. Nu gooi ik zelden ouwe schoenen weg, of ouwe kleren, ik heb nu al weken een plastic zak klaar liggen waar ik oude kleren in wil doen, er zitten twee t-shirts in maar mijn kamer ligt bezaaid met spullen die ik eigenlijk weg wil doen maar wat me niet lukt – nog niet – misschien is het ontvrienden op Facebook een begin?

Gay Pride 2012 – 2 – Gevoeligheid?

Gisteren was dus de boten parade waar ik geen deel aan nam. Ik heb zelfs niet gekeken naar het verslag van de AVRO. Even keek ik op YouTube naar het verslag dat de AVRO gemaakt had maar ik kreeg het er al na 53 seconden (precies de tijd die Ranomi Kromowidjojo nodig heeft om 100 meter te zwemmen) benauwd van en moest op de stopknop drukken.Net keek ik op Facebook naar foto’s van de parade en ook daar kreeg ik het benauwd van, ik hoorde de pompende muziek erbij, ik zag al die gekleurde bootjes vol enthousiaste toeschouwers, ik voelde de druk en de spanning en bezweek er bijna onder.

Ik weet niet wat het is, ik ben er niet blij mee, en ik weet ook niet of ik dit de rest van mijn leven houd en of dit misschien altijd al iets was dat ik had en dat ik jaren onderdrukt heb met drugs en soms drank.

Als kind zag ik al op tegen feestjes. Ik ging natuurlijk wel, ik luisterde niet naar mezelf zoals ik nu wel doe, maar meestal moest ik huilen op feestjes.

Een herinnering aan een feestje: Ik ben vier jaar en mijn beste vriendjes Sam en Bertje zijn jarig. We hebben een feestje bij hen thuis. We doen allerlei spelletjes en een ervan is Sterren zien. ‘Wil je sterren zien?’ vraagt een kind aan me. Natuurlijk wil ik wel sterren zien. Ik weet niet meer of ik lig of zit maar ik moet door een mouw van een jas kijken, dan zal ik sterren zien. Ik doe wat van me verlangd wordt en krijg een plens water over me heen. Ik schrik me rot en begin te huilen. Iedereen lacht. Ik begrijp niet waarom, ‘ik zou toch sterren gaan zien?’ zeg ik vertwijfeld. ‘ja hahaha, dit waren de sterren.’

Het is nooit meer goed gekomen tussen mij en feestjes.

Jaren lang rookte ik mezelf moed in, met mijn joint of later met mijn pijpje, had ik in ieder geval altijd mijn eigen feestje. Als ik uit ging, dansen in de Pussy Lounge, klokte ik in de eerste vijf minuten een paar tequila slam achterover en rookte mijn pijpje terwijl ik me amuseerde op de dansvloer. De hele verdere avond dronk ik cola en water en ging nuchter (maar wel stoned) naar huis maar zat eerst in de buzz van alcohol gecombineerd met wiet.

Sinds twee jaar blow ik niet meer. Ik drink wel eens een pilsje maar houd het bij een en wil ook absoluut niet meer in een roes zijn. Deze week met alle feesten die werden aangeboden was ik van plan er minstens een paar te bezoeken maar ik had geen drugs. Ik had geen drugs en drank waar ik mijn toevlucht tot kon nemen. Geen drugs, geen drank en geen vriendin waar ik me bij thuis kon voelen.

Wat deed ik? Niks. Ik bleef thuis. En zelfs daar kon ik de moed niet opbrengen te kijken.

Misschien is het volgend jaar anders.

Of misschien dans ik weer op een boot als ik zestig ben.

Tegenstelling van het leven

Het is een vreemde combinatie van me eenzaam voelen en genieten van het het feit dat ik alleen ben. Eenzaam voel ik me veelal als ik met anderen  ben die met z’n tweeën zijn, in een bar, op een feest of in de kleedkamer en voel  ik me eenzaam als ik op weg naar huis ben en er niemand is die op me wacht, als ik niet weet of ik weer lichamelijk van iemand zal houden of dat er iemand komen zal die lichamelijk van mij houdt, iemand die met me lacht, me over mijn wenkbrauwen streelt, iemand die met smaak mijn eten eet, iemand die me mezelf even doet vergeten, iemand die er voor mij is – op dit soort momenten voel ik me eenzaam.

Soms als ik dit vertel zeggen mensen: ‘ach ik vind het best fijn om alleen te zijn’ – dat vind ik ook en hierover later meer, maar de mensen die dat zeggen hebben vaak een relatie, kinderen, kleinkinderen en vinden het fijn om ook eens alleen te zijn. Dit vind ik niet te vergelijken met hoe ik me voel en dat is het natuurlijk ook niet want iedereen is anders en iedereen ervaart de dingen anders.

Ik heb geen vader, geen moeder, geen kinderen, geen kleinkinderen, geen partner, ik heb één vriendin die ik bijna dagelijks spreek en ik heb mezelf. En ik begin mezelf steeds meer lief te hebben. Dit ook dankzij het feit dat ik alleen ben en dus alle tijd heb om over mezelf te leren.
Als ik weer thuis ben, in de geborgenheid en beslotenheid van mijn eigen huis ben ik blij dat ik alleen ben. Niemand die zeurt, ik kan doen wat ik wil, mijn tijd is de mijne, niemand stoort me, niemand wil iets van me. Dan kan ik genieten van de lege ruimte rondom me. Er is niemand.
Dit is mijn tegenstelling van het leven. Verdriet hebben om de eenzaamheid, genieten van het alleen zijn

De gelukkigste mens

Volgende week lees ik voor in de Valreep, je hebt daar al over kunnen lezen eerder in Onder Zeeniveau. Ik ben nu een lied aan het schrijven over mijn gelukkige leven en hoop dat volgende zondag voor te dragen. Ik schijf een lied en ik zeg dat ik het voordraag. Hoe zit dat? Schrijf ik tegenwoordig liederen? Zing ik ook? Dacht ik niet dat ik gedichten schreef en nu zeg ik opeens dat ik een lied schrijf. Hoe zit dat?

Ik weet zelf het antwoord natuurlijk want na al deze lange jaren in het leven ken ik mezelf wel mocht ik denken. Maar ook ik ben wel benieuwd hoe en wat en wanneer het iets gaat worden.

Dus ik zou zeggen: Komt allen volgende week en verras jezelf en mijzelf.