Andere jij

Gister kwam ik je toevallig tegen. Voor de Dirk in de Rijnstraat. Ik vond het ontzettend leuk je te zien. Mijn hart sprong op en ik omhelsde je. `Schatje,´ zei ik ´wat fijn je te zien.´ Oude liefde roest niet. Jij was net zo blij mij te zien.

Jaren waren wij dikke vrienden. We belden elkaar elke dag en gingen vaak samen naar het Twiske om te zwemmen. Je was een hele lieve gevoelige en ook grappige vrouw. Je kon lekker koken, was intelligent, apart, onconventioneel, wild en we deelden een aantal wilde vrienden uit onze wilde jaren tachtig.

Je sloot je aan bij een wat vreemde groep in Amerika rondom een grote zwarte vrouw. Wat het precies was kon je me niet uitleggen, dat mocht niet van de leidster, het was iets met voodoo en ook weer niet, kippen werden op een altaar geslacht, je werd dagen wakker gehouden en moest hard werken. Je vertrok voor maanden achtereen naar Amerika tot je er op een gegeven moment niet meer in mocht omdat je er te lang was geweest.

In je huis had je een kamer voor de geesten, er hing een doek voor de deur en je kon alleen maar naar binnen als je een spreuk zei. Er hing een wat beangstigende sfeer in die kamer, heel zwaar.
Na een aantal jaren mocht je Amerika weer in en werd je tot priesteres gewijd. Vanaf dat moment liep je in het wit. Je moest elke dag urenlang gebeden opzeggen.
Je veranderde er niet zo door, je bleef grappig en we hadden nog steeds veel contact.

Toen ik een ritueel nodig had om me te verlossen van een relatie waar ik niet afkwam was jij de aangewezen persoon dit te doen. Op oudejaarsavond kwam je en deden we het ritueel waarin ik de banden doorsneed en voorgoed een einde kon maken aan de relatie.

En toen gebeurde het, er ging van alles mis in je leven, dingen waar je geen rekening mee had gehouden gebeurden en je werd van de precaire lijn waar je op liep gegooid. Desondanks vertrok je weer naar Amerika, daar lag je hart, daar lag je leven.

In Amerika ging het helemaal mis. Je werd uit de groep gegooid. De vrouw waar je van hield en die je als je moeder zag smeet je eruit en je werd op het vliegtuig terug naar huis gezet. In Nederland werd je opgevangen door andere volgelingen die je opsloten in een huis en vreemde dingen met je deden. Je rende naakt over straat, kreeg een psychose, werd opgesloten en ik werd door de politie gebeld dat je in verzekerde bewaring was.

Ik nam je een paar dagen in huis. Het was heel intens. Je was in een psychose en ging mijn keuken schoonmaken. Alles werd onder handen genomen en in de tuin gezet. Toen ik het niet langer vol hield en de vrouw die in de kamer woonde waar jij logeerde terug kwam moest je weer naar je eigen huis wat je niet wilde.

Hierna verwaterde ons contact.

Jij werd op een gegeven moment bekeerd. Je hield van Jezus vertelde je me. We gingen samen koffie drinken maar je lachte me uit omdat ik nog steeds boeddhist was en deed moreel superieur.

Nog een keer zag ik je, drie jaar geleden, in de Rodondendronvallei. We knikten elkaar toen toe.

Hierna zag ik je niet meer.
Tot gisteren.

En ik ben zo blij vanwege die ontmoeting.

Jij

Elke dag denk ik wel een keer aan je. Jij bent nu een van die mensen in mijn leven die verschenen en verdwenen. Ik mis je niet meer en ik hoef je nooit meer te zien. Jaren lang waren we beste vrienden als je tenminste iemand als vriend beschouwt die je elke dag spreekt. We spraken elkaar elke ochtend en deelden alles met elkaar maar nu is het voorbij en over.

In het begin miste ik je wel. Ik miste iemand om mijn leven mee te delen zoals wij ons leven deelden en ik miste iemand aan wie ik mijn geheimen kwijt kon zoals ik aan jou mijn diepste verlangens kenbaar maakte. Ik miste het je raad vragen over veel dingen in mijn leven. Niet dat ik die raad opvolgde maar het was altijd boeiend te horen wat je te zeggen had.
Maar ongeveer een jaar geleden  viel onze intense vriendschap uit elkaar. Ik heb nog een aantal pogingen gedaan het weer goed met je te maken maar tevergeefs, je was kwaad en bleef kwaad en elke keer als ik een poging deed sloeg je de deur in mijn gezicht.

Inmiddels mis ik je niet meer. Er is iemand anders in mijn leven met wie ik dagelijks spreek.

Ik denk wel aan je. Vooral als ik op de fiets zit en naar de Natuurwinkel ga.

Eigenlijk denk ik dan meer aan je moeder die ik af en toe zie bij die winkel. Ik denk aan je moeder en dan aan jou en dat ik je nooit meer wil zien.

Vandaag zag ik je moeder. Ze zag er niet goed uit. Ik vroeg hoe het ging en ze vertelde me dat ze vorige maand 85 was geworden. Zo zag ze er niet uit maar toch, ze was mager geworden. Ik hoop dat ze nog lang onder ons mag vertoeven want hoe ga jij het redden zonder je moeder?

Vrienden ontvrienden

Afbeelding

Weet deze ekster straks nog wie ik ben? Nu zit z/hij zo vrolijk op mijn hoofd en vloog h/zij waar ik was maar kent een ekster een mens?

Wat zijn vrienden?

Vrienden, wat zijn dat eigenlijk? Als ik wil weten wat de letterlijke betekenis van iets is zoek ik altijd in mijn Dikke Van Dale – niet zo dik vandaag want tegenwoordig heb ik het digitale woordenboek.
In de Van Dale staat:
Persoon aan wie men door genegenheid verbonden is.

Een ruim begrip – iemand aan wie men door genegenheid en persoonlijke voorkeur verbonden is.

Er wordt niet dieper ingegaan op het woord vriendschap en wat je wel en niet van elkaar kunt verwachten als vriend. Kun je wel iets van je vrienden verwachten? Vaak wordt er gezegd dat je niets verwachten moet, verwachtingen komen nooit uit en je zult altijd teleurgesteld worden.

Ik heb met dit niet mogen hebben van verwachtingen toch altijd wat moeite.

Als je niet iets van je vrienden mag verwachten van wie mag je dan wel wat verwachten? Van niemand misschien? Van jezelf?

Ik denk zelf dat ik een goede vriend ben maar misschien denken mijn ‘vrienden’ daar anders over?

Heb ik eigenlijk wel vrienden? Ik weet of denk dat ik misschien twee vrienden heb, ach misschien als ik haar erbij op tel heb ik er drie, twee van hen zouden dit bericht kunnen lezen, de derde is buitenlands en kan dit zeker niet lezen.

Misschien zijn er nog wel twee mensen die zichzelf als een vriendin van mij beschouwen maar misschien is dat er ook maar één.

Je echte vrienden kun je op één hand tellen heb ik gemerkt in de tijd dat mijn ouders overleden. Andere mensen komen en gaan, zijn even je vrienden en gaan dan weer.

Sommige laat ik ook gaan.

Nu met Facebook kun je mensen ontvrienden. Zo heb ik net iemand ontvriend die zich voortdurend geringschattend over me heeft uitgelaten, iemand die een erg kort lontje heeft en voortdurend haar saggerijn op mij afreageert, jaar in jaar uit. Vaak bijt ik niet van me af en laat het over me heen komen.  Onlangs heb ik op een duidelijke manier haar terug verwezen naar haarzelf wat me een “wat ben jij gemeen” op leverde. Twee dagen geleden maakte ze me publiekelijk uit voor een monster en toen was de maat vol. Ik heb haar ontvriend. Wat een opluchting. Ze kan mijn berichten niet meer zien, ze kan geen vervelend commentaar meer leveren, ze kan me niet langer vertellen wat ik moet doen en hoe ik het moet doen.

Iemand die haar commentaar had gelezen vroeg me of ik wel eens oude schoenen weg gooide en of het geen tijd was me van zulke ‘vrienden’ te ontdoen. Nu gooi ik zelden ouwe schoenen weg, of ouwe kleren, ik heb nu al weken een plastic zak klaar liggen waar ik oude kleren in wil doen, er zitten twee t-shirts in maar mijn kamer ligt bezaaid met spullen die ik eigenlijk weg wil doen maar wat me niet lukt – nog niet – misschien is het ontvrienden op Facebook een begin?

Vriendschap

Was het grootste deel van de dag bezig met het schrijven van een brief voor een goede vriend. Had ik de ene geschreven, belde hij me voor de volgende, daarna belde hij weer me om iets toe te voegen. Dit ging zo door van kwart over elf tot kwart voor drie tot ik er helemaal tureluurs van werd. Allemaal goed en wel, maar dit is dan weer zoiets dat ik eigenlijk veel te lang door laat gaan. Ik had er om kwart voor twee al schoon genoeg van, ik gaf dat ook aan maar er moest nog even dit en er moest nog even dat en ik moest het allemaal opschrijven want hij kan niet typen. Oh wat ben ik geïrriteerd.

Ik wacht op Lasse die me komt helpen de butsudan te verplaatsen voor de grote Fuji discussiemeeting die volgende week donderdag hier bij mij thuis is. Omdat hij er nog niet is ben ik bang dat we volgende week hebben afgesproken, dat komt me ook prima uit, je kunt mij vaker een groot plezier doen met een afspraak afzeggen.

Maar het moet gezegd: afzeggen op mijn verjaardag, gewoon niet komen en niet eens afzeggen, of niet komen als ik je voor een speciale gelegenheid uitnodig, zijn dingen die ik niet makkelijk vergeet. Als je én niet komt op mijn verjaardag én ook niet op mijn boekpresentatie voel ik geen vriendschap van je. Vriendschap is geen eenrichtingsverkeer.

Ik ben twee vriendinnen kwijt geraakt deze zomer:
Een vriendin heeft me de vriendschap opgezegd nadat ik haar gevraagd had waarom ze niet was gekomen op mijn boekpresentatie en een andere vriendin kwam te laat voor een begrafenis omdat ze zich eerst nog moest laten opmaken. Toen ik niet langer op haar wachtte kreeg ik de wind van voren, werd uitgescholden voor erg lelijke dingen waar ik ook wel weer om lachen moest omdat het zo niet klopte. Maar toen ze, in haar woede, iets dat ik haar in vertrouwen had verteld tegen me ging gebruiken knapte er iets in me. Je moet je vriendinnen kunnen vertrouwen. Haar kan ik mijn diepste roerselen niet langer toevertrouwen. Gelukkig heb ik daar Rati voor en Hannie en Lidi en Marianne. Zij zullen nooit op die manier ruzie met me maken en mijn vertrouwen beschamen. Zij zijn echte vrienden, door dik en dun, door chagrijn en vrolijkheid, door verdriet en vreugde. Ik ben gezegend met deze vriendinnen. Ben echt erg blij met hen.