Genieten van

Afbeeldingsresultaat voor nederlandse vlag

De vrijheid die ik heb.
Door mijn verwarmde huis naar de keuken lopen terwijl mijn bad vol stroomt met warm water waar ik lavendelolie in heb gedaan.
Dat ik de ijskast opendoe (waarom ik altijd ijskast zeg terwijl mijn moeder altijd koelkast zei is me mijn leven lang een raadsel) en kan kiezen wat ik eet.
Voor ontbijt heb ik de keuze uit:
Eieren, yoghurt, glutenvrij-brood met zoet, met boter, met humus, met Swisse kaas.
Het wordt geroosterd brood met boter en hagelslag en een met lemon curd.
Dit zijn mijn keuzes en ik voel me een bevoorrecht mens.
Ik leef in vrijheid en in overvloed.

Naschrift: Ik wilde hier de Nederlandse vlag bij omdat ik hier woon en hier de vrijheid en de overvloed ervaar maar nu ik dit zie en mijn bericht nalees realiseer ik me dat er meer is dan vrijheid te kiezen hoe ik ontbijt.

De vrijheid om te kiezen van wie ik houd, op wie ik stem, waar ik sport, wat ik drink in een cafe, wat ik zeg. Vrijheden die niet vanzelfsprekend zijn in vele delen van de wereld en die voor een aantal Nederlandse politieke partijen ook niet vanzelfsprekend zijn voor Nederlanders die niet lelieblank zijn, die hier een generatie, of twee generaties of drie generaties geleden gekomen zijn. En ook die partijen hebben het recht te zeggen wat ze vinden.

Verhuisdroom

Ik had die droom weer.
Ik ben verhuisd. Dit keer naar een flat op de tweede verdieping. Het was wel vlakbij G, mijn vriendin die al jaren ziek is. Dat ik vlak bij haar woon vind ik wel fijn maar ik denk: wat erg dat ik weg ben uit mijn huis met tuin. Waarom heb ik dit gedaan? Of zou het weer een droom zijn? Nee deze keer is het echt.

Klankdicht bij rally 50

Brrroem brroem
Tjok tjak
Zoef zoef
Katjukkk
Tjok
Stapstipstopstap
Pfff pfff
Roetsch Roetsch
Bommboem
Kabbelklots
Boembommm
Zoef zoef brroem beroem
Klots klots
Ritsjak
Smak

 

Brrroem brroem de motor draait
Tjok tjak de deur slaat dicht
Zoef zoef de wielen draaien over het asfalt
Katjukkk de deur gaat open
Tjok de deur dicht
Stapstipstopstap we beklimmen de toren
Pfff pfff wij hijgen uit na 182 treden
Roetsch Roetsch snellen we naar beneden
Bommboem gaat de auto de pont op
Kabbelklots het water tegen de pont
Boembommm we gaan de wal weer op
Zoef zoef brroem beroem
Klots klots ik zwem
Ritsjak het vuur gaat aan
Smak ik krijg een kus

De andere kat

De andere kat: Sterretje
 Sterretje
Het is nu een week geleden. Hopelijk is het weer omgeslagen. Vorige week begon de regenperiode, nu schijnt de zon en is de lucht blauw.
Mijn andere kat Sterretje.
Daar was ik gebleven. Hoe Sterretje rond rende in de tuin toen wij Mickey begroeven. Ik besteedde niet veel aandacht aan haar, ik was teveel bezig met Mickey en mijn eigen proces. Hoe hield ik mij staande, hoe ging ik hiermee om en hoe ging ik verder.
Ik stopte de spulletjes waar hij op gelegen had in de wasmachine die ik aanzette. Ik dweilde de gang en de woonkamer. Misschien zette ik koffie. Waarschijnlijk ging ik schrijven maar ik dacht niet echt aan Sterretje.
Geen sikkepitje aandacht had ik voor haar. Ik dacht niet echt na wat zij er allemaal van vond. Wat zij ervan vond dat wij Mickey in de grond stopten.
En ik herinner me nu ook dat toen Britta doodging en wij haar hier ook begroeven ik helemaal geen aandacht had voor Mickey en Sterretje. Mijn eigen verdriet was blijkbaar groter en sloot al het andere uit. Hum.
En dan nu Sterretje, hoe ontdaan ze was.
Ze kwam niet echt meer binnen behalve die keer dat ik op de bank lag en naar Netflix keek, toen kwam ze weer bovenop me liggen zoals ze wel vaker doet als ik op de bank naar Netflix kijk. Ik kroel en zij spint. Maar verder zag ik haar niet. Ze sliep een nacht in de badkamer op het kleedje, ze sliep een nacht in bad maar waar ze verder uithing wist ik niet.
Vannacht werd ik wakker en zocht haar, ik keek in de badkamer en voelde hoe ze me een kopje gaf in de gang, ik gaf haar wat eten en toen ging ze weer naar buiten. Ze liep naar de plek waar we Mickey hadden begraven en ging er naast zitten.
Vriendin R en ik praatten over Sterretje, ze zei wijze dingen en ik besloot een gesprek met Sterretje aan te gaan en haar in mensentaal uit te leggen wat er nou precies gebeurd was met Mickey en waarom we hem in dat gat in de grond gelegd hadden.
Ze was niet in huis en ik opende de keukendeur en riep haar naam, ze zat op de uitbouw van de buren en kwam via de vlier omlaag. Ik nam haar in mijn armen en begon te praten, zo simpel mogelijk legde ik haar uit dat Mickey oud was geworden, dat wij ook ouder werden en dat zij ook niet meer het kleine Sterretje van weleer was met de blauwe ogen, dat Mickey zijn jasje had uitgetrokken zoals ik straks ook mijn pyjama uit zou doen en dat we dat jasje in de grond hadden gelegd. Ik moest haar vasthouden want eigenlijk wilde ze zich losrukken maar ik hield haar vast en vertelde haar alles wat er in mij opkwam.
Moet ik me generen over deze communicatie? Misschien geneer ik me een beetje maar ik geneer me niet genoeg.
Nadat ik haar had losgelaten ging ze naar het kleedje van Britta, Mickey had er op gelegen en waar hij op gestorven was en dat ik meteen in de was had gegooid. Toen het droog was had ik het onder de tafel gelegd, ik weet dat Sterretje graag tegen de verwarming ligt. Ze snoof en rook er aan en ging liggen.

Vertrokken

Hij begint te vervagen en hij begint te verschijnen en toch zal ik hem nooit meer zien.
Het is nog geen week geleden dat mijn Mickey zijn lichaam verliet. Van een grote sterke koning met een krachtig lijfje tot een grote minder sterke koning met een verschrompeld lijfje.
Ik wil niet dat hij verdwijnt en ik wil ook niet dat hij steeds langs komt.
Zijn kleine lijfje. Ik zie het op de foto die H maakte toen hij in zijn grafje lag. Dat was niks meer. Ik liet de foto zien aan E en V en zij vonden het toch wat. Ze vonden dat hij er nog goed uitzag maar ik vond het was helemaal niks meer.
Er was niets meer over van de koning die mijn schoonheid was. Gelukkig was er nog wel wat over van zijn schoonheid.
De laatste dagen van zijn leven maakte ik veel foto’s. Op de foto’s zie je gelukkig niet dat hij er zo slecht aan toe was. R wilde foto’s maken van de begrafenis maar dat wilde ik niet, ik wilde niet dat ik maar steeds zou kijken naar dat dode lijfje.
Toch vond ik dat hij er mooi bij lag in zijn diepe graf onder de rododendrons en H maakte op mijn verzoek toch een foto.
Donderdag wist ik dat het niet lang meer zo duren, eigenlijk wist ik dat de hele tijd maar zoals ik al vaker, met zieke mensen had meegemaakt, je denkt dat het niet slechter kan maar het kan nog altijd slechter, tot het echt niet meer slechter kan.
Mickey lag stil op het zachte kleedje van Britta, zijn flanken ingevallen, hij at al niet meer sinds maandag en sinds woensdag wilde hij ook niet meer drinken.
Ik had een boeddhistische bijeenkomst die donderdagavond en ik was vast van plan om te gaan maar het ging alsmaar slechter met Mickey, soms leek hij naar adem te happen en ik wilde hem niet alleen laten. Mijn boeddhistische vrienden hadden er alle begrip voor dat ik thuis bleef. J stelde voor dat ik net als zij van 19-20 zou chanten en dat heb ik gedaan. Mickey lag naast me en ik chantte. R kwam ook nog, ze deed wat dingen die zij alleen doet en was verder lief voor mij en voor Mickey.
Om 22u ging ik naar bed. Het was een onrustige nacht maar ik sliep.
Om 4.30 werd ik wakker. De nacht was donker. Later hoorde ik dat R ook om die tijd wakker was geworden.
Ik zag vaag de contouren van Mickey onder de tafel. Ik wilde niet weten of hij al vertrokken was.
Sterretje liet zich niet in de kamer zien. Ik zag haar in de badkamer en vroeg haar: wat denk je Sterretje, is hij nog bij ons?
Ze kwam de kamer niet in en ik kroop weer onder de dekens.
Ik sliep niet meer maar ik wilde niet kijken of Mickey dood was als het donker was, ik wilde wachten tot het licht was.
Rond acht uur werd het licht en ik ging meteen bij Mickey kijken.
Hij lag er nog precies zo bij en voelde koud en dood aan. Een vlo sprong op mijn hand, die had niets meer te zoeken bij een dode kat waarvan het bloed niet meer stroomde, ik verdronk de vlo onmiddellijk in het water dat naast Mickey stond. Ik keek en keek maar Mickey bewoog niet meer.
Ik schreef een boodschap op Facebook.
Ik stuurde boodschappen naar de mensen die afscheid waren komen nemen.
En toen huilde ik. Ik huilde hard, met een beetje gêne maar ik wilde geen gêne voelen omdat het maar een kat was en ook nu, nu ik dit schrijf voel ik weer dat verdriet. Dat we ouder worden, dat we ziek worden en dat we dood gaan. Wij en onze dieren, onze familie, onze vrienden en onze vriendinnen.
Ik sprak met mijn twee vriendinnen af dat we Mickey om 10 uur onder de rododendron zouden leggen en ik ging chanten. Ik legde Mickey met zijn kopje naar de Gohonzon en ging achter hem zitten. We kijken naar de Gohonzon en we zitten op een lijn en kijken allemaal het universum in.
Ik chantte en dacht aan die keren dat hij bij me op de stoel was komen zitten als ik chantte en hoe hij naar de gohonzon keek.
Of als er mensen bij me chanten en hij zich omdraaide en naar hen keek. Ik hoorde de mensen achter me lachen. Hilariteit.
Hij sprong graag op de schoot van de mannen en ook sprong hij graag op de schoot van Mandy. Mandy die zo lief voor hem zorgde als ik weg was.
Na het chanten kwamen R en H en groeven we het gat in de tuin dieper. Ik droeg hem door de tuin en haalde herinneringen met hem op.
Hoe hij rende, de boom in klom. Op het gras ging liggen, tussen de bamboe en onder de rododendron.
Daar ligt hij nu.

De kat (4) en hoe ik aan hem kwam.

Midas was bij me komen wonen nadat ik een tijdje katloos was geweest. Nadat mijn allerliefste DuiveltjeDuif plotseling ernstig ziek was geworden, waarschijnlijk een hersenbloeding, had ik uit verdriet geen nieuwe kat willen hebben.

DuiveltjeDuif was geboren uit mijn Kitty, de kat die ik sinds 1978 had gehad, Kitty was bezwangerd door een wilde kater uit de tuinen van de Egelantiersstraat waar ik met Lidi en Peti en Bert woonde. De wilde kater had ook de kat van Peti en Bert bezwangerd.

Natuurlijk was ik bij de geboorte van de vijf katjes, een geboorte die nogal moeizaam was, alle katjes kwamen met hun achterlijfjes eerst en voorzichtig trok ik ze er uit, het waren drie cypertjes, een bijna geheel zwarte en een met witte voetjes.

Ik had ze in een doos naast mijn bed, een keer kwam pa kijken naar zijn kroost, een van de kleintjes blies naar hem en dat kleintje blies ook naar mij toen ze voor het eerst haar oogjes open had, ik tilde haar op, ze kijk me met haar ronde oogjes aan en stak haar pootjes naar me uit. ‘ Wat ben jij voor klein duiveltje,’ sprak ik en vanaf dat moment was ik verliefd. Ik wilde haar toch geen Duiveltje noemen dus het werd DuiveltjeDuif afgekort tot Duifje.

Duifje was een schat van een kat, zij heeft in haar leven nooit iets kwaads meegemaakt, ik kon haar in mijn armen meenemen naar de dierenarts, ze bleef rustig zitten.

Op een dag, ik denk dat ze een jaar of dertien was viel ze om, alle kracht was uit haar gevaren, met de minuut ging het slechter met haar, ik nam haar mee naar de dierenarts waar ze haar wat kalmerends gaven en haar aan een infuus legde waar ze iets van opknapte.

Hierna gaven ze me haar mee naar huis, het gaat wel aflopen met haar, zeiden ze, u kunt haar nog brengen voor een spuitje. De hele verdere dag en de hele nacht liep ik met haar in mijn armen, ze was slap, ook de volgende dag hield ik haar in mijn armen, opeens hief ze haar kopje, keek me aan, plaste en stierf.

Ook haar begroef ik in de tuin.

Ik wilde geen kat meer, niet weer. Ik had alleen nog mijn hondje de Cavalier King Charles Brittania of Grace and Joy. Britta en ik hadden het goed maar Britta joeg geen muizen. En die kwamen in de winter hun heil binnen zoeken.

Ik ben niet echt bang aangelegd maar voor muizen ben ik bang, er moest een kat komen.

In de dierenwinkel van Saskia waar ik dagelijks kwam hing een briefje met foto op de deur, het was een foto van een stevige rode langharige kater: ‘Goed tehuis gezocht voor twee jarige Perzische kater’ stond er op. Het hing er al zeker twee maanden. Ik ging naar de winkel en vroeg Saskia of die kat nog steeds een goed tehuis zocht en of de kat met honden kon. Saskia ging bellen en vertelde me dat de kat er nog was en dat ik maar moest bellen.

Ik belde en we maakten een afspraak voor die avond, ze woonden om de hoek, ik zei hen dat ik met een hond leefde en dat ik die hond zou meenemen om te kijken of  de kat met een hond ging.

Die avond liep ik met Britta naar het opgegeven adres, ze woonden op de tweede verdieping en ik zag een rode kater in de vensterbank zitten.

Britta en ik kwamen binnen, de kat kwam naar me toe en schonk Britta geen enkele  aandacht, Britta snuffelde aan hem en kwispelde. De kat liep koninklijk verder.

‘Dat gaat dus wel,’ zei ik, ‘wat een mooie kat, waarom doet u hem weg?’

De vrouw vertelde dat ze deze kat voor haar dochter had gekocht, ze had zelf al een Siamees maar de Siamees had een hekel aan de nieuwe kat, joeg hem de hele tijd door het huis en’s avonds had ze steeds weer opnieuw het bloed moeten opruimen. Het laatste jaar hadden ze de katten gescheiden gehouden en had Midas de hele dag opgesloten gezeten. Dit kon niet langer. Midas verdiende een beter leven.

Wat een ontzettend zielig verhaal! Mijn hart brak.

‘ Ik wil hem wel,’ zei ik, ‘ik heb een tuin.’

‘Wat fijn, zei de vrouw, neemt u hem dan wel meteen mee.’

Ze stopte de kat in een mandje en gaf me eten mee en duwde het mandje in mijn handen.

Enigszins overrompeld liep ik met Britta aan de riem en Midas in de mand naar buiten.

‘Nu hebben we opeens een kat,’ zei ik tegen Britta.

Thuisgekomen liet ik Mickey uit de mand en hij zocht meteen een kast op waar hij twee dagen in bleef zitten.

%d bloggers liken dit: