Een winterse draf

Mijn derde ren na mijn blessure. Het is een mooie heldere dag. Ik besluit om vooral in de zon te rennen en ga de Rooseveltlaan op. Waar de zon schijnt ga ik lopen. Ik kom uit in het Amstelpark. Het gaat allemaal langzaam. Dat vind ik jammer maar ik ga niet treuren. Ik ren of draaf en daar gaat het om. Genieten van wat ik doe. Op twee plekken daag ik mezelf uit. Ik ben niet streng maar benieuwd. Als ik me niet uitdaag doet niemand het.image

Op de terugweg ren ik tussen twee vandaag bevroren waterreservoirs die liggen tussen de A10 en de op en afrit Rivierenbuurt

image

Het is winter.

image

In de zomer is de heg groen en is er niet doorheen te kijken. Dit wist ik niet en ik ben aangenaam verrast.

image

Het doolhof voor de minimensen.

image

Bevroren gras en een watermeloen.

image

Mijn vriend in nood.

Drugs

Dave begon me speciale drugs aan te bieden, het was iets dat hij me aanbood in een vloeitje en dat ik doorslikte. Die avond ging ik naar een vrouwendansfeest in Paradiso. Er speelde een zwarte vrouwenband met een man op drums. Ik danste de hele nacht, ik voelde me ongelooflijk goed, ik had energie voor tien maar het was geen zenuwachtige energie zoals ik soms had als ik teveel had gesnoven. Dan kon ik geen woord meer uitbrengen en zat ik rechtop alsof ik een bezemsteel had doorgeslikt. Nu voelde ik me soepel en vrolijk en vriendelijk. Er was werkelijk niets dat me niet beviel die avond. Ik was met mezelf tevreden, vond dat ik mooi danste en ik voelde me de held van het feest.

Drie dagen later kreeg ik opnieuw een papieren bom van Dave. Zijn vriendin Mona was inmiddels uit de gevangenis. Het was een lieve Belgische kwetsbare vrouw die Vlaams sprak. Dave reageerde erg opgefokt als ze Vlaams tegen me sprak, ze moest alles vertalen. Deze keer beviel het papiertje me wat minder. Ik voelde me enorm goed maar ik was hondsberoerd. De meeste tijd hing ik over de WC bril en was ik aan het overgeven. De vriendin van Dave was erg bezorgd en ik merkte dat ze ruzie maakte met hem maar het ging langs me heen. Ik zei haar dat er niets aan de hand was, ik voelde me goed alleen was ik ontzettend misselijk.

Geen juichverhaal

(al eerder gepubliceerd op adiah.nl/joomla)

Ik zat op de fiets en fietste door het zonnige en drukke Amsterdam. De stad lag er open bij. De Prinsengrachtwal wordt versterkt, grote roestige platen houden de kant droog. Auto’s stonden midden op straat stil, fietsers zoals ik moesten ons er langs persen. Waarom weet ik niet maar het werd mij opeens vreemd te moede. Mijn hart deed zo’n zeer. Ik zou het stuk er uit willen snijden. Dat zere stuk hart. Dat dat zou betekenen dat ik zou sterven deerde me niet. Ik dacht aan het begin van Norwegian Wood waarin Naoko het verhaal vertelt van die diepe put die verborgen ligt in het gras en waar je onverwachts in kunt vallen en er niet meer uit kan komen. Ze vertelt hoe erg het moet zijn als je alleen je enkel breekt en dat gat van licht boven je ziet waar je niet bij kunt komen. Later begreep ik hoe dat verhaal staat voor haar leven en de droefheid die ze voelt.