Dag 3 – in Rochester

English: Melanie Safka in Charlotte, North Car...

English: Melanie Safka in Charlotte, North Carolina in February 2005 (Photo credit: Wikipedia)

English: Rochester, NY a view from Court Stree...

English: Rochester, NY a view from Court Street at dusk (Photo credit: Wikipedia)

Rochester, New York

Rochester, New York (Photo credit: Dougtone)

English: High Falls Rochester NY

English: High Falls Rochester NY (Photo credit: Wikipedia)

Images from left to right; Rochester Skyline, ...

Images from left to right; Rochester Skyline, The Eastman Theater, the University of Rochester, High Falls district, Eastman Kodak research facility on the Genesee River (Photo credit: Wikipedia)

Het is wonderlijk hoe de geest werkt.  Of is dat vooral mijn geest? Als ik voor het eerst in een stad ben of ergens heen ga lijken de afstanden altijd lang. Dat geldt ook voor Rochester. Ik heb op de kaart opgezocht waar de bus zal stoppen en het lijkt alsof het in het midden van niks is. Ook als ik werkelijk mijn voeten neerzet op de grond bij Broadstreet lijkt het alsof ik ergens ver buiten het centrum ben gedropt. Nu ik mijn weg wat beter ken in Rochester zie ik dat Broad Street midden in het centrum ligt en uiteindelijk niet erg ver van het Blackfriars Theatre waar ik de meeste tijd zal doorbrengen.

Ze zijn hard aan het werk daar, drilboren, hopen zand en geen trottoir. Volgens de kaart die ik gisteren bekeek moet ik naar het Noorden en kan ik daar een bus nemen die op Monroe Avenue zal stoppen. Ik heb de straat gezien toen ik nog in de bus zat en ik ga op weg. Maar een kaart op een computerscherm is toch wel heel iets anders dan de werkelijkheid vol lawaai.

Iedereen aan wie ik de weg vraag kent Rochester niet tot – zoals ik woensdag al schreef – een lieve mevrouw aanbiedt me naar het adres van M te brengen. “Het is vlakbij” zegt ze. Ze ontdoet de passagiersstoel van allerlei verpakkingen die ze op de achterbank gooit en ze legt mijn koffers in de achterbak. We gaan op weg. Ze vertelt me over Rochester. Er zijn hier wel vijf universiteiten, het is een echte studentenstad. Ik kan me niet veel herinneren van wat ik zie maar op een gegeven moment herken ik het hoefijzer van huizen waar M verblijft. Dat heb ik gister goed op de kaart gezien.
1600MA

De mevrouw helpt me mijn koffers uitladen en ik bedank haar hartelijk voor haar hulp.

De deur staat open. Ik word verwacht. M & B zitten in de kelder. Daar heeft B een studio gebouwd en ze luisteren naar wat opnames van de repetities. Ze zijn beiden niet tevreden en zenuwachtig. Vanavond generale repetitie. B wordt even later gehaald door een medewerker van het theater. M gaat naar boven om zich op te maken. Ik probeer me nuttig te maken door wat op te ruimen en de vaatwasser te ontruimen.

M en ik gaan met hun auto naar het theater. De accu blijkt leeg, een man probeert te helpen maar de auto wil niet starten. M belt iemand van het theater die ons komt halen.

Het theater is een ongebouwde garage. Hoge plafonds, grote deuren. M heeft als kleedkamer een met kleurige doeken afgescheiden gedeelte van het magazijn. Een houten dressoir doet dienst als kaptafel. Grote spiegel, lampen.  Het is gezellig gemaakt met bloemen. Ik laat haar alleen.

Ik bel mijn couchsurfing host, hij komt me later op de avond halen.

Ik mag bij de generale repetitie zijn. En laat me meevoeren door het verhaal van Melanie and the Record Man. Wat een mooi, romantisch verhaal. Prachtige muziek, mooie stemmen.  Ik ben diep geraakt en onder de indruk. In de pauze komt M naar me toe, ik vertel hoe mooi ik het vind en ze is blij.

Helaas moet ik weg, mijn host komt me halen.

We laden de koffers in zijn auto en rijden naar het huis dat de komende dagen mijn huis zal zijn.

Reclame voor Lucy

Reclame voor Lucy

We liepen op de West Side Highway
Opeens zei ze met een raar stemmetje
Toto, I think we are not in Kansas no more”
En ze zwaaide met haar hoofd en haar handen
En haar ogen schoten
Heen en weer

Ze noemen haar Tili
Maar ik weet
Dat ze Lucy heet

Als ze danst gooit ze haar voeten naar voren
En haar lichaam opzij
Haar hoofd is klein met rode krullen
Haar ogen blauwer dan de jouwe

Mag ik de wereld anders maken?
Ik noem haar Lucy, godin van het licht

Dus, Tilizeggers, hier op aard
Dragers van ’t juk der namen
Zeg Lucy als je Tili ziet
Maak voor Lucy reclame

Gelijk hebben

Vaak wat ik schrijf stond al eerder op mijn eigen website adiah.nl/joomla.
Dit bericht ook:

Facebook is mijn metgezel, Ik zit uren per dag te facebooken, daar zie ik wat mijn kennissen en buitenlandse Facebook vrienden doen. Als ik aan het schrijven ben is Facebook soms een welkome afleiding van het zoeken naar woorden. Even mijn zinnen verzetten, even contact met de buitenwereld. Ik heb geen baan buitenshuis, ik heb geen liefdesrelatie, ik heb een paar vriendinnen en de contacten die ik heb zijn veelal zwemmers of boeddhisten. Ik vind het genoeg.

Op Facebook ben ik lid van een flink aantal groepen, waaronder een aantal tegen homofobie of het is genoeg, over het bullyen door hetero’s van homo’s. Ik ben zelf ook van de verkeerde kant maar soms word ik er zo moe van. Ik word zo moe van dat alsmaar gelijk hebben. Natuurlijk is homofobie erg en is het verschrikkelijk dat er jonge en oudere mensen zelfmoord plegen omdat ze gepest worden vanwege hun seksuele voorkeur. Daar wil ik niks over zeggen maar b.v. zo’n weigerambtenaar. Ik durf het bijna niet te zeggen maar is het nou echt nodig dat die mensen ontslagen worden omdat ze geen homo’s willen trouwen? Ik ken de argumenten, het is werk weigeren en ze vertegenwoordigen ons land en ons land heeft het homohuwelijk opengesteld, waar en ja je hebt gelijk – maar waarom mogen mensen niet principieel geen homo’s willen trouwen? We willen toch vrijheid? Is het geen vrijheid om het volkomen bij het verkeerde eind te hebben?

En nog zoiets Erwin Olaf, Erwin maakt prachtige foto’s en ik was diep ontroerd door zijn verhaal bij Zomergasten, ik sta er zelfs achter dat hij die vervelende kwal in zijn gezicht gespuugd heeft maar dat gezoen: moet dat nou? Ik zie het liever ook niet, niet van jou en ik doe het zelf liever ook niet. Toen ik heel jong was zat ik ook uitgebreid met mijn vriendin te zoenen aan de bar van het vrouwencafé maar al snel vond ik dat ik dat liever, beter en dieper kon doen achter de beslotenheid van mijn eigen deuren of die van haar of zelfs in de WC van het COC.

Kies voor de liefde

Kies voor de liefde

Als je voor de liefde kiest kies je voor het leven. En als je voor het leven kiest kies je voor jezelf. Jij bent het leven, jij bent het duidelijke bewijs dat je leeft, jij leeft en niemand leeft zoals jij. Het is niet altijd makkelijk om trots op jezelf te zijn, het is niet altijd makkelijk om blij met jezelf te zijn maar niemand heeft je gezegd dat het allemaal makkelijk zou zijn en jij bent niet bang voor iets moeilijks.

Je hebt geleerd te fietsen en dat was moeilijk. Je hebt leren autorijden en dat was moeilijk. Je hebt leren lezen en dat was moeilijk. Je hebt leren lopen en dat was misschien nog wel het aller-moeilijkste. Van die zittende positie heb je je opgetrokken en ben je op die benen gaan staan, je hebt die pas gezet en je bent gevallen, je bent steeds gevallen en je bent steeds opnieuw opgestaan, je bent een held, je hebt het allemaal gedaan.

Gestaan, gelopen, leren lezen, leren fietsen, leren autorijden, misschien heb je leren zwemmen, misschien heb je leren voetballen, misschien heb je leren dansen. Je hebt geleerd, je hebt gedaan. Je hebt de moeite genomen om te doen wat je wilde. Misschien wilde je concertpianist worden maar ontbrak het je aan talent, aan ritme gevoel of aan doorzettingsvermogen. ook dat was moeilijk maar je bent doorgegaan, je hebt het leven niet opgegeven, je hebt het leren niet opgegeven. Je hebt je misschien neergelegd bij het feit dat je droom onbereikbaar was, misschien was je droom niet onbereikbaar en ben je concertpianist geworden maar je hebt de moed niet opgegeven. Je ademt nog en je wilt leren. Liefde is leven leven is liefde. Door is wat je gaat en verder is waar je heen gaat. Je komt altijd aan en je komt nooit aan, je gaat door en je gaat er aan.  Dood kun je nog lang genoeg zijn, deze combinatie van cellen zal er nooit weer zijn dus leef. Leef in liefde.

Gay Pride 2012 – 2 – Gevoeligheid?

Gisteren was dus de boten parade waar ik geen deel aan nam. Ik heb zelfs niet gekeken naar het verslag van de AVRO. Even keek ik op YouTube naar het verslag dat de AVRO gemaakt had maar ik kreeg het er al na 53 seconden (precies de tijd die Ranomi Kromowidjojo nodig heeft om 100 meter te zwemmen) benauwd van en moest op de stopknop drukken.Net keek ik op Facebook naar foto’s van de parade en ook daar kreeg ik het benauwd van, ik hoorde de pompende muziek erbij, ik zag al die gekleurde bootjes vol enthousiaste toeschouwers, ik voelde de druk en de spanning en bezweek er bijna onder.

Ik weet niet wat het is, ik ben er niet blij mee, en ik weet ook niet of ik dit de rest van mijn leven houd en of dit misschien altijd al iets was dat ik had en dat ik jaren onderdrukt heb met drugs en soms drank.

Als kind zag ik al op tegen feestjes. Ik ging natuurlijk wel, ik luisterde niet naar mezelf zoals ik nu wel doe, maar meestal moest ik huilen op feestjes.

Een herinnering aan een feestje: Ik ben vier jaar en mijn beste vriendjes Sam en Bertje zijn jarig. We hebben een feestje bij hen thuis. We doen allerlei spelletjes en een ervan is Sterren zien. ‘Wil je sterren zien?’ vraagt een kind aan me. Natuurlijk wil ik wel sterren zien. Ik weet niet meer of ik lig of zit maar ik moet door een mouw van een jas kijken, dan zal ik sterren zien. Ik doe wat van me verlangd wordt en krijg een plens water over me heen. Ik schrik me rot en begin te huilen. Iedereen lacht. Ik begrijp niet waarom, ‘ik zou toch sterren gaan zien?’ zeg ik vertwijfeld. ‘ja hahaha, dit waren de sterren.’

Het is nooit meer goed gekomen tussen mij en feestjes.

Jaren lang rookte ik mezelf moed in, met mijn joint of later met mijn pijpje, had ik in ieder geval altijd mijn eigen feestje. Als ik uit ging, dansen in de Pussy Lounge, klokte ik in de eerste vijf minuten een paar tequila slam achterover en rookte mijn pijpje terwijl ik me amuseerde op de dansvloer. De hele verdere avond dronk ik cola en water en ging nuchter (maar wel stoned) naar huis maar zat eerst in de buzz van alcohol gecombineerd met wiet.

Sinds twee jaar blow ik niet meer. Ik drink wel eens een pilsje maar houd het bij een en wil ook absoluut niet meer in een roes zijn. Deze week met alle feesten die werden aangeboden was ik van plan er minstens een paar te bezoeken maar ik had geen drugs. Ik had geen drugs en drank waar ik mijn toevlucht tot kon nemen. Geen drugs, geen drank en geen vriendin waar ik me bij thuis kon voelen.

Wat deed ik? Niks. Ik bleef thuis. En zelfs daar kon ik de moed niet opbrengen te kijken.

Misschien is het volgend jaar anders.

Of misschien dans ik weer op een boot als ik zestig ben.

Tegenstelling van het leven

Het is een vreemde combinatie van me eenzaam voelen en genieten van het het feit dat ik alleen ben. Eenzaam voel ik me veelal als ik met anderen  ben die met z’n tweeën zijn, in een bar, op een feest of in de kleedkamer en voel  ik me eenzaam als ik op weg naar huis ben en er niemand is die op me wacht, als ik niet weet of ik weer lichamelijk van iemand zal houden of dat er iemand komen zal die lichamelijk van mij houdt, iemand die met me lacht, me over mijn wenkbrauwen streelt, iemand die met smaak mijn eten eet, iemand die me mezelf even doet vergeten, iemand die er voor mij is – op dit soort momenten voel ik me eenzaam.

Soms als ik dit vertel zeggen mensen: ‘ach ik vind het best fijn om alleen te zijn’ – dat vind ik ook en hierover later meer, maar de mensen die dat zeggen hebben vaak een relatie, kinderen, kleinkinderen en vinden het fijn om ook eens alleen te zijn. Dit vind ik niet te vergelijken met hoe ik me voel en dat is het natuurlijk ook niet want iedereen is anders en iedereen ervaart de dingen anders.

Ik heb geen vader, geen moeder, geen kinderen, geen kleinkinderen, geen partner, ik heb één vriendin die ik bijna dagelijks spreek en ik heb mezelf. En ik begin mezelf steeds meer lief te hebben. Dit ook dankzij het feit dat ik alleen ben en dus alle tijd heb om over mezelf te leren.
Als ik weer thuis ben, in de geborgenheid en beslotenheid van mijn eigen huis ben ik blij dat ik alleen ben. Niemand die zeurt, ik kan doen wat ik wil, mijn tijd is de mijne, niemand stoort me, niemand wil iets van me. Dan kan ik genieten van de lege ruimte rondom me. Er is niemand.
Dit is mijn tegenstelling van het leven. Verdriet hebben om de eenzaamheid, genieten van het alleen zijn

Woodstock Legend Melanie and Performance in the Digital Age

Melanie’s new album is not available right now on iTunes, Pandora, Sirius/XM right now, and I feel lucky to have a copy of the singer-songwriter’s latest work, “Ever Since You Never Heard of Me.” Melanie, who is one of my mother’s favorite singers, has had a limited number of copies produced, and has not sought to distribute it widely, following her husband-producer Peter’s death in 2010. She and Peter started the second independent, artist-owned label in rock music (the first being the Beatles’ Apple Records); she has long been committed to artists’ creative independence and self-publication. So now, after decades in the music industry, the Woodstock legend of pop-folk is learning herself all there is to know about making a living as a musician in the twenty-first century, including our new paradigms of music distribution. Last year, a group in Australia posted a rough mix of her new album to iTunes, and collected all of the profits for themselves. She spent most of last year tracking those people down and getting them to remove her original content, the last production work of her material by her late husband. Successful, she has copies to distribute while on her sporadic tours this year and last—in Arizona, in the Northeast, at the 2012 International Folk Alliance Conference in Memphis, and across two nights at the Tupelo Music Halls in New Hampshire and Vermont. Melanie’s career has come full circle; she began amongst others, as a Greenwich Village folk troubadour in the mid-1960s, and the value of her live performances have returned to being her ultimate experience.

Melanie’s career has included over thirty albums (two of them gold), an Emmy for lyrics penned for a 1989 television adaptation of Beauty and the Beast, a stint as a UNICEF ambassador in 1972; she has had a long and close family experience with her husband Peter, her partner and producer, raising her three children, Leilah, Jeordie, and Beau-Jarred. Peter and Melanie were married in 1968, and her first few hits appeared in Europe came around the same time: “Bobo’s Party,” on the Buddah label went number one in France, and “Beautiful People” was a hit in the Netherlands. In mid-August of 1969, after substantial press coverage of her live performances overseas, as well as a television appearance in the UK, Melanie found herself in a helicopter above the American masses gathered at Woodstock in upstate New York, a defining moment, and terrifying experience, in her life. In a recent interview, Melanie told this writer that at Woodstock, she waited in a small tent to perform, and that all day, she was told by the event producers that she’d be on stage next, only to be suddenly told, ‘oh, wait, nevermind.’

Melanie described herself as an introvert, one who will find a quiet corner at any party; it was her husband Peter who always did all of the schmoozing that helped maintain her presence in the public sphere. “I like people. I like people sitting down in front of me,” she said, as we talked of aspects of creative introversion and live performance. In the year following Woodstock, Melanie wrote and released “Lay Down (Candles in the Rain)” to widespread acclaim, a lasting pop favorite; the lyrics described the moment during her Woodstock performance when Hog Farm distributed candles to concertgoers, and the rain-soaked audience became aglow in soft light. The first few minutes of her performance was a spiritual experience, one in which she saw herself outside of herself: “I was faced with a massive humanity,” she said. It was from this moment during her performance at Woodstock, the practice of an audience illuminating a theater during a concert via lighters or cell-phone apps was developed; Melanie was contacted by MTV a few years ago for a documentary on concert behavior, as this illumination is part of her legacy: “I wish I had a penny for every time someone used one of those apps,” she said.

Even if she did, I think Melanie would still feel the need to get herself across in song. Her new album, “Ever Since You Never Heard of Me,” is the home production work of her late husband and her son, Beau-Jarred, and is a strikingly honest compilation of their work: Beau sought the “pristine, totally musical” recording, while Peter was “old school,” and sought to have sessions with many instrumentalists present at the same session. Melanie talked of the advent of home recording as something that supports one’s need to “live with your creative source energy, and that’s not babble.” From the first track’s multi-tracked Melanie melody-voices across various reverb stages, her new album shimmers with a digital gloss of production and equalization: soft guitars, pianos, quiet guitar licks. Some of the production choices augmented the stellar songwriting; very few choices, in whole, detracted or distracted me. “Tried to Die Young” is a striking ballad that sounds seems to improve upon an early (good) Indigo Girls tender verse-chorus-bridge structure; I’d want to hear Amy and Emily cover this song, electric fiddle solo and all. I realized Melanie had been making records and strumming away in her own rhapsodic trance to audiences for twenty years before the Indigo Girls produced their own first album in 1987; she was a contemporary of Janis Joplin, Grace Slick, and other women’s voices in pop and rock that crackled through AM and FM radios in the late 1960s and early 1970s. Her career was important to the development of the genre that today supports Natalie Merchant, Alanis Morrisette, and Jewel. Some of the songwriting on “Ever Since You Never Heard of Me” is a fine reflection on her lifelong commitment to her craft;

On Melanie’s latest release, there are lyrics of rains in Nashville, compromised dams and floods that hover above nylon-string, electric, and acoustic guitars, subtly-brushed snare drums, and a variety of digitally-apparent keyboards. In fairness, the home production value of the recording reveals a growing edge in Beau-Jarred and Melanie’s collaboration: the bass, when present, is sometimes soft and synthetic, and the middle-ground of the equalization sometimes left something to be desired: on my Auratones, the drum set nearly disappeared on “He Died for Love,” a shuffling country song about Johnny Cash, featuring brash pasting of sound clips of his introduction of Melanie, from her appearance on his show long ago. Melanie’s voice is up-front present in the mix throughout, and bears little digital effect; some of the musical genre-hopping in the setting and production surrounding her chord changes and melodies makes this album an inventive endeavor in the face of loss. Some of the material on “Ever Since You Never Heard of Me” represents Melanie’s husband Peter’s last production efforts; this album represents her “picking up the pieces” following his passing. I was interested by the song that follows the Cash tribute, for it sounded like, and was as good as, any Peter Gabriel studio effort, with choruses of repeated syllabic chants and sweeping electronic drum programming, including a dramatic large cymbal break, the whole thing bearing a likable Lion King soundtrack vibe. Besides one crude virtual fader-rise at the song’s close, this track was an interesting work in itself. I didn’t expect to be brought to tears by any of this album, but “Hush-a-bye” was such a suddenly simple song of leaving and departure, and sought to imbue love upon sad leaving just hit me, like a ton of bricks, in its lilting and continuing: by the time Melanie had gotten through the tender verses (“life will take over/no won will have won/hush-a-bye, baby, bye bye”), and was simply repeating the song’s chorus against a small-volume band of electric keys, drums and such, the song had become anthemic, and had gained my emotion; I was hearing my own experience being described. I didn’t expect to be so moved.

And, the instrumental that followed this emotional song was perhaps one of the best choices in production, though the flamenco-guitar riffs across the hip-hop beat could have been avoided, or could have come on faster. Instead, the track evolved into something even larger, involving a vocal counter harmony, a synthetic marimba, and a closing featuring some sort of hiss. There were tracks I preferred less for their production, but these sins of overproduction might be overlooked for the album’s songwriting: there wasn’t much keeping this Melanie album from being a female counterpart to Paul Simon’s Brian Eno collaboration albumSurprise (with lyrics like “if everyone smiles we’ll have a hometown all over the world”), complete with interesting Eurotrash-commentary bridge-drum-breaks—though Simon, unlike Melanie, might refrain from the Beatlesque waltz-based sing-along coda. “Every Breath of the Way” sounds like a Steve Forbert song, in production and drive—and some sort of electric mandolin riffs are massive and entertaining, huge and bearing over the mix in a funny and unprofessional way. A bluesy electric number closes the album, and sounds something like Bonnie Raitt or Grace Potter.

On the basis of “Hush-a-bye” and the album’s first four tracks, I was glad to have gotten a copy of this album, and am excited to see Melanie live—because the creative artist might be actually formed and reformed by their interaction with their audience, however dark the theater. It is in that relationship that the spirit of creative human expression may best flourish, however tricky and slick our studios may become. Melanie’s favorite venue of all time is not Woodstock or any outdoor festival, but the Stables, a 400-seat venue in Milton-Keynes, UK, under the direction of Dame Cleo Laine [www.stables.org], and supported by the Arts Council of England. And if she could perform onstage with anyone, Melanie named Nat King Cole—because, she said, she’d be too in awe of Billy Holliday. She mentioned Cat Stevens (now Yusef Islam) as someone she’d like to collaborate with; I told her that was a fantastic new project for her to pursue. For now, besides completion of her touring in 2012, her next project is the production of a work of musical theater, a memoir of her life with her husband, with production, arrangements, and musical direction by her son, Beau Jarred. Melanie and the Record Man, with Nicolette Hart playing the role of Melanie, debuts at the Blackfriars Theater in Rochester, New York in October of 2012. Reviewing her discography—with many titles out of print or unavailable—I am most interested to hear her 1999 release Recorded Live @ Borders as much as I am her 1972 at Carnegie Hall release. I most look forward to seeing her live.

For more from Melanie: http://www.melaniesafka.com/home.cfm

Catch Melanie at Tupelo Music Hall

March 9—White River Junction, Vermont

March 10—Londonderry, New Hampshire

http://www.tupelohall.com/

written by

Chris

Mijn foto