Liefde, vriendschap en afkeer op het eerste gezicht.

Bestaat er zoiets als liefde op het eerste gezicht? En bestaat er zoiets als afkeer op het eerste gezicht?

Een tijdje geleden ontmoette ik iemand en ik hield eigenlijk meteen van haar, ik wist niets van haar, alleen dat ik van haar hield, ik kende haar niet, ik kende niemand die haar kende en aan wie ik informatie kon vragen over haar, ik wist niet waar zij van hield, wat ze graag at, of ze aan sport deed, of ze rookte of ze vrij was. Ik voelde wel dat ze mij ook leuk vond en een avond lang zat ik in een bubbel van liefde.

De bubbel hield nog even aan, behalve haar bevrienden op Facebook wist ik niet wat ik verder kon doen en langzaam is de bubbel aan het leeglopen.

Meer dan een mensenlevenlang geleden ontmoette ik op een expositie van een gemeenschappelijke vriendin een vrouw waarmee ik vriendschap op het eerste gezicht voelde, het werd iets meer dan vriendschap maar al snel werd ze zwanger en de baby was niet van mij.
De vriendschap doofde uit.

En dan is er die vrouw waar ik een hekel aan heb op het eerste gezicht, een hekel is misschien te zwaar uitgedrukt, of misschien niet zwaar genoeg want van deze vrouw heb ik een afkeer.

Ik weet dat ik haar ken uit een heel heel ver verleden toen haar toenmalige vriendin mij altijd the pearl under the girls noemde, ik was haar eigenlijk allang weer vergeten tot ze opdook tijdens een bizar spel. Met koele en koude ogen bekeek ze, onpersoonlijk wat er zich onder haar ogen afspeelde.

Soms zie ik haar en griezel ik.

Afkeer op het eerste, tweede en derde gezicht.

Gaat het ook zo met liefde?

En met vriendschap?

Reciteren

Veertien jaar geleden begon ik in deze maand met het dagelijks reciteren van Nam myoho renge kyo.

Ik was er voor het eerst mee in aanraking gekomen in Florence, waar wij na het Derde Internationale Vrouwenfestival met een internationale groep lesbische vriendinnen in een blauw Volkswagenbusje naar toe waren gereden.

Het was 1979.

Onderweg  sliepen we in het veld, of op de helling van de berg zoals ergens in Zwitserland waar we gewekt werden door een oude boer die verbaasd en verheugd was over al die vrouwen op zijn bergweide. Onder ons lag een groot meer, ik denk dat het het meer van Geneve was, het was een onvergetelijk uitzicht. De boer nodigde ons uit voor een ontbijt op zijn boerderij, terwijl zijn vrouw in de keuken eieren aan het bakken was maakte hij van de gelegenheid gebruik de borsten van P te betasten, een sensuele voluptueuze fotografe uit New York.

Onze eerste stop in Italië was in Milaan. Een groot kraakpand vol lesbiennes. Een vierkante binnenplaats waar drie verdiepingen met galerij op uitkeken. Hier woonden twee van de vrouwen die in ons busjes zaten, ze waren geliefd want toen wij met ons busje de binnenplaats opreden kwamen ze naar buiten en juichten en klapten.

Mijn toenmalige vriendin en ik waren allebei verliefd op P die al een aantal jaren een relatie had met J die er natuurlijk ook bij was.

We slenterden door het zakelijke Milaan waar iedereen bijzonder goed gekleed was. We leerden enkele woordjes Italiaans, bekeken de Dom van buiten en aten ijs en fruit bij een ijssalon.

Onze volgende stop was een lesbiënne in Venetië. We parkeerden de auto ergens buiten de stad en liepen met onze tassen en rugzakken het nachtelijke Venetië in. We hadden een adres ergens bij het San Polo, een hek, een binnenplaatsje en een trap naar het appartement dat  genoeg kamers voor ons allemaal bevatte. De volgende morgen werd ik wakker door getoeter buiten en twee mannen in bootjes waren aan het ruzie maken over wie er voorrang had.

Bij het ontbijt zetten de vrouw des huizes een spuit, ze bleek de heroïnedealer van Venetië te zijn. Als zij het plein van San Polo opliep kwamen vanuit alle hoeken, stegen en gaten de junks te voorschijn aan wie ze haar heroïne verkocht.

Een paar jaar later kwam ze naar Amsterdam om af te kicken, ze woonde bij ons en probeerde met Vitamine C haar gewoonte te breken. Het lukte en ze vertrok weer naar Venetië.

Zij gaf ons de adressen van vrouwen in  Florence waar we welkom waren en we vertrokken naar Florence.

Eerst gingen we naar Saturnia. Daar waren geneeskrachtige zwavelbronnen. De heroïnedealster zei dat we gewoon onze neus achterna moesten gaan want het was weer laat toen we vertrokken, P & J hadden altijd veel tijd nodig met inpakken dus ik denk dat we rond een uur of acht ’s avonds vertrokken.

Midden in de nacht kwamen we in Saturnia aan, de geur van rotte eieren volgend, eerst met de auto en toen we niet verder konden op onze neus de duisternis in.

De hele nacht zaten we in het borrelende water, we spraken onze verwachtingen van het leven uit, gooiden onze angsten het water in en zagen tot onze verassing toen de volgende ochtend de zon op kwam dat aan de overkant van de bronnen een helling van een berg was waar schapen opliepen. Opnieuw een onvergetelijk uitzicht.

Onderweg naar de auto werden we geronseld als druivenplukkers en de rest van de dag plukten we druiven voor een flink aantal lires.

In Florence scheidden onze wegen zich enigszins, P & J gingen naar de overkant van de Arno en C en ik zaten in een huis aan de Via del Moro.

Daar hoorde ik voor het eerst Nam myoho renge kyo.

Er was geen douche in het huis maar toen ik de volgende morgen onze gastvrouw in de gang tegen kwam zag ze er zo schoon en gewassen uit.

‘Ik dacht dat er geen douche was,’ zei ik.

Ze begon te lachen. ‘ Ik heb net gemediteerd,’ zei ze.

‘En dan zie je eruit of je gedoucht hebt?’ Ik was verbaasd. ‘Wat doe je dan?’

‘Ik chant Nam myoho renge kyo’ zei ze.

Verdriet

Grijs.jpg

Gisteravond zag ik een filmpje van een man die in de war was, hij liep in de war rond tot zijn vriend hem vond, zijn armen om hem heen sloeg en zijn schouder aanbood voor het hoofd van de man. De verwarde man was geborgen in de armen van zijn vriend. Het was een ontroerend filmpje en ik voelde behalve compassie verdriet.

Zes jaar geleden had ik dat ongeluk en ik had een partner. Zij nam me niet in haar armen, ze drukte niet mijn hoofd op haar schouder, zij gaf me geen geborgenheid. Zij begon te flirten met anderen en werd verliefd op een fantoom in Brazilië. Ze liet me achter en alleen in mijn verwarring, en verwachtte begrip omdat het zo moeilijk was voor haar dat ik hersenletsel had. Het was een hersenkneuzing en gelukkig is alles weer goed gekomen.

Maar mijn verdriet ging niet om haar, het ging om mij, het gaat erom dat ik alleen stond en dat ik een partner miste die er voor me was.

Het zien van die twee mannen en hoe de partner liefdevol zijn vriend opving rakelde het verdriet weer op. Waarom was R er toen niet voor mij.

Niet lang hierna ging het uit tussen haar en mij, ze koos voor het fantoom. Het was maar beter ook want nadat ik na drie maanden weer enigszins was opgekrabbeld had ik meer dan genoeg van de nachtelijke discussies en ruzies.

Zij was mijn laatste liefde. Een keer zag ik een vrouw waarvan ik hoopte dat zij mijn volgende liefde zou zijn maar zij zag dat niet in mij.

Ik heb wat Internet gedate maar niemand raakte mijn hart.

Met mijn ex heb ik af en toe contact, de eerste twee jaar voelde ik me zo verraden dat ik dat niet wilde maar ik heb actief gewerkt aan vergeving.

Dit mag sentimenteel klinken maar ik had het nodig haar te vergeven omdat ik er last van had.

Onze eerste afspraak was in een broodzaak, ik zat er al toen ze binnenkwam en ik vond haar lief, meteen toen ik haar zag en haar verlegen lieve lach zag, dacht ik ja je bent lief. En de keren dat ik haar hierna zag vond ik dat ook, het is een lief mens maar ik vertrouw haar niet meer met mijn hart en mijn leven.

Mag ik hopen op een nieuwe liefde die het verdriet verzacht, die me doet lachen, met wie ik kan praten over de dingen die me bezig houden, waar ik naar mag luisteren, waar ik van kan houden.

Ik wil niet meer alleen zijn met kerst.

Ik hou van mijn eigen gezelschap, mijn leven is vol maar in mijn hart is plaats voor meer.

Geketend hart

Je vertelde het me en ik wist het.

Je hart zit op slot

Gesloten is het, niet open

Vergrendeld met grendels, drie

En een hangslot

En het hart hangt om je nek.

Het zit niet binnen in je lijf, het hangt buiten en vandaar komt je angst, je draagt niet zoals ze in Amerika zeggen, het hart op je mouw, maar jouw hart hangt buiten, het klopt buiten, alles wat langskomt heeft er vat op.

Ik zie vliegen
Ze kleven
Met hun kleine vliegenpootjes
Aan je hart
Je hart vol vliegen

Dat hart dat buiten op je borst bengelt aan grote aluminium kettingen. Je hebt er wel van geleerd rechtop te lopen want je zult je niet door je hart laten leven, je zult je niet buigen voor je hart.

En daar loop je dan, groot rechtop, je schouders recht, je borsten recht vooruit, aan jou is niks te zien, als de ander niet wil kijken is er niets te zien, die zien een prachtige vrouw met alles prachtig,  lippen, ogen, haar, huid.

Niemand ziet jouw hart vol vliegen gesloten met grendels en een hangslot.

Afbeeldingsresultaat voor geketend hart

Uit de kast

Keith Haring

Door mijn eerste grote liefde was ik in staat om op mijn 23e uit de kast te komen tegenover mijn ouders. Het was 1977.

Ik was het al een tijdje van plan maar durfde niet. Tot toen, die dag.

Mijn ouders woonden in een dorp nabij Amersfoort. Ik ging daar heen in het weekend en ook dat weekend kwam ik op zaterdag, nam een loeiheet bad en viel al zwetend in slaap.

De volgende dag begon ik tegen mijn moeder toen mijn vader naar de WC was. Waarom ik had gewacht tot hij naar de WC was begrijp ik eigenlijk niet, want uiteindelijk reageerde hij heel goed.

‘Ik moet je wat vertellen’,  begon ik, ‘ ik ben lesbisch’.

Mijn moeder schrok zichtbaar. Ik geloof dat ze op stond en haar handen aan haar broek afveegde.

‘ Je moet het zelf aan je vader vertellen,’ zei ze

Mijn vader kwam weer de kamer binnen.

‘Onze dochter moet je wat vertellen,’ zei mijn moeder.

Dat ging niet zo als ik gehoopt had. Ik had gehoopt dat zij het zou vertellen maar dat deed ze niet en zo ging het niet. Nu moest ik het aan mijn vader vertellen.

‘Ik ben lesbisch,’ herhaalde ik.

‘Oh,’ zei mijn vader. Hij lachte en leek opgelucht. Ik verdenk hem ervan dat hij blij was dat ik me niet aan de een of andere kerel zou gaan verbinden. ‘Mij maakt het niet uit. Je bent mijn dochter en ik houd nog even veel van je.’

‘Ik ben zo bang dat je eenzaam wordt,’ zei mijn moeder.
Ik dacht aan al die vriendinnen waar ik elke donderdagavond in het Vrouwenhuis muziek mee maakte, de vrouwen die ik daar in mijn hart had gesloten en waarvan ik wist dat ze mijn hele leven lang vriendinnen zouden zijn, wat ook zo is, al zijn er nu nog maar drie vrouwen over van die groep, de anderen zijn overleden of een andere kant op gegaan.

Hierna spraken we er niet meer over. Een keer vertelde mijn moeder dat ze in een café zat met mijn vader en er een Leger des Heils soldate langs hun tafeltje was gekomen met de Strijdkreet. Het Leger des Heils had een tijdje eerder uitgesproken dat homoseksualiteit een zonde was en dat je als homoseksuele man of lesbische vrouw geen lid van het Leger mocht zijn. Hadden mijn ouders eerder altijd  een Strijdkreet gekocht om op die manier het Leger te steunen, dit keer zei mijn moeder dat ze niks wilde kopen en ook niks wilde geven.

‘Mijn dochter is lesbisch,’ had ze gezegd, ‘en daar zijn jullie tegen, dus dank u wel, voorlopig koop ik geen Strijdkreet meer’.
Ook merkte ik dat sommige mensen, kennissen van mijn ouders, niet meer kwamen op de vele feesten die mijn ouders altijd gaven. Het was bij ons de gewoonte dat elke volwassen vriend of kennis van mijn ouders door ons oom of tante werd genoemd, dus toen ik vroeg waarom ik Tante Nel nooit meer zag zei mijn moeder dat Tante Nel nare dingen had gezegd over mensen zoals ik en dat zij (mijn moeder) daar geen prijs op stelde. Ze maakte woorden met mensen die tegen homoseksualiteit waren maar sprak er met mij nooit over. Wel met mijn zus die ze deelgenoot maakte van het verdriet en de angst die ze voelde over mijn levenswijze.

Droom…. zoveel

Afbeeldingsresultaat voor blonde carmen

In mijn droom was zij, waar ik mee meer dan vijfentwintig jaar geleden enorm verliefd op was: Carmen. Ondanks deze Spaanse naam was ze Hollands, lang roodhaar, blauwe ogen, bekend van tv, maar ik was geen fan.  Ik zag haar voor het eerst in het COC, ik zou het nog kunnen uittekenen. Tussen de deuren naar de disco en de bar, ze passeerde me rechts en keek me uitnodigend en lachend aan. Niet lang daarna kwam ze bij me eten en begon iets moois. We hadden veel pret in bed en ze zei zulke lieve dingen. Mooi en grappig en bijzonder.

Het hield niet stand, ik had een relatie en wilde deze ‘trouw’ blijven, ik stootte Carmen van me af.

Ik bleef verliefd, ik hield van haar en hield van haar. Ik zag haar vaak, we gingen uit in dezelfde gelegendheden en elke keer was er een moment van schoonheid en liefde tussen ons, iets anders kan ik het niet noemen.

Ik was net wees geworden en volkomen de weg kwijt, zij had net een relatie beeindigd van jaren en was ook de weg kwijt, nog iets meer dan ik.

Ze kreeg een fatale relatie met een dierbare vriendin van me die me eerst om toestemming vroeg want ze wist hoe verliefd ik was op Carmen. Natuurlijk, zei ik, doen.

Soms kwam Carmen bij me eten, ik kookte iets lekkers, we zaten in de tuin en hadden diepe gesprekken. Alhoewel ik alweer zes keer verliefd was geweest op iemand anders was ik ook altijd nog verliefd op Carmen.

Tot Carmen me liet zitten, ze had zichzelf uitgenodigd maar kwam niet opdagen. En liet ook niks weten. Dit was zo een enorme afknapper dat de liefde abrupt ophield.

Een piepklein zwak hield ik.

Ik zag haar nooit meer.

Vannacht was ze in mijn droom, ze zag er verlopen uit, haar mooie rode haren waren korter, ze leek weinig op de sexy meid uit het COC. Ze keek me zwoel aan en zei:
“Jij en ik hebben wat. Iets moois, iets dieps. Ik weet wel wat je voor me voelt. Ik voel het ook”.

Maar ik voel niks. Alleen die herinnering.

 

Wrok

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vergeven is een werkwoord. Dit betekent waarschijnlijk dat je het actief moet doen. Vergeven is belangrijk want wie zit ermee als je niet kunt vergeven? Als je last hebt van wrok of woede ten aanzien van een persoon zit je er zelf mee. De ander heeft er geen weet van of het kan haar of hem niet schelen. Maar is dat eigenlijk het doel van wrok? Dat de ander er last van heeft? Is het eigenlijk nodig dat wrok of woede een doel heeft? Is woede of wrok niet iets dat je voelt zonder doel?

Er zijn allerlei uitspraken en verhandelingen te vinden over wrok en over vergeving. Ik ben het er allemaal mee eens.

Maar wrok is geen werkwoord.