Aangekleed gaat uit

Zit te wachten op L met wie ik zo naar een feest in Utrecht ga ter gelegenheid van het lanceren van de nieuwe Zij aan Zij die nu anders heet. Hoe zou ik kunnen weten maar ben ik even vergeten. Voor het eerst naar een feest zonder R, mijn ex met wie ik vijf jaar lang naar feesten ging. Gelukkig is het in Utrecht en zal niets me aan haar denken doen en nog meer hopelijker is R er niet.

Ik wil wat dansen en naar de meisjes kijken, zijn ze nog mooi?

Ik doe misschien verslag en misschien ook niet. Ik hoop op dolle pret en dat we niet insneeuwen.

Dinsdag – 13-12-11

Strakblauwe lucht. Vanmorgen was het anders en regende en stormde het. Ik voel me nog steeds niet goed. Zit nog dicht en heb dat rare gevoel in mijn hoofd. Ook voel ik me nog niet 100% hersteld van dat ongeluk dat ik in maart had.

Gister vertelde ik aan iemand het treurige verhaal van mijn ongeluk en hoe mijn partner ervandooor ging met gehaaste spoed. Mijn partner van bijna vijf jaar wist niet hoe snel ze ervandoor moest gaan. Fysiek was ze nog een tijdje aanwezig, maar emotioneel was ze weg. Ze ging bijna sneller dan het licht, maar ze ging ook een stuk langzamer dan mijn liefde voor haar. Die zat er nog. Nu niet meer.

De vrouw aan wie ik het verhaal vertelde leefde erg met me mee, dat deed me goed. Ze vertelde dat een hele oude vrouw zei dat je een verhaal zeven maal zeven keer moest vertellen om er door heen te komen. Nu zoek ik dus negenenveertig mensen aan wie ik het verhaal kan vertellen over die auto die mij schepte en hoe de vrouw waarvan ik hield mij verliet.

Veel uitgebreider dan dit kan ik het je vertellen. Als je er open voor staat kan ik je alle smerige details vertellen, al het verraad in geuren en kleuren. Dan ben ik het kwijt en kan ik verder.

Helemaal geen zin in

‘Ik heb hier helemaal geen zin in, zus, ‘zei ik. ‘Ik wil dit niet. Ik wil dit niet doen. Ik wil niet dat dit gebeurt. Oh mijn god, wat is er toch gebeurd met ons, we waren zo’n leuk gezin. Wat gebeurt er toch? Waarom moet dit gebeuren? Wat hebben we gedaan? Ik geloof dat ik gek word. De pijn in mijn hoofd en in mijn hart is zo groot. Moeder weg, vader dood. Ik ben een wees. Hoe kan dat nou?
‘Rustig maar, lief zusje. ‘Dalia zuchtte diep. ‘Laten we op zoek gaan naar Vader’s papieren. Laten we een begrafenisondernemer bellen, dan kunnen zij morgenochtend Vader wassen en afleggen. Jij gaat met mij mee. Ik laat je niet hier alleen achter.’
Onze Vader had zijn papieren keurig geordend. Een paar weken geleden had hij ons bij zich geroepen en gezegd dat hij niet wist of hij nog lang zou leven en dat we in de onderste la van zijn bureau alles konden vinden wat er gebeuren moest na zijn dood. In een blauwe ordner zat alles geordend. Hij had een uitvaartverzekering afgesloten voor een bedrag waarvan we champagne konden schenken en taart konden uitdelen, en bovenaan stond een naam en telefoonnummer van een begrafenisondernemer. We besloten het nummer te bellen en een boodschap achter te laten met de vraag ons te bellen.

Woede

‘ik ga naar het lab, je hoeft niet te koken vanavond, ik neem wel wat mee van de Chinees.’ Riep hij door de deur.
‘Is goed pa, goeiedag, tot later.’

Ik smeerde me fanatiek in met zeep, ik boende over mijn huid alsof die eraf moest. Toen het pijn begon te doen realiseerde ik me hoe kwaad ik was. Hoe woedend het me maakte dat Pa ervan uit ging dat ik zou koken, dat ik de verzorging van hem en mijn luie broer helemaal van Ma zou overnemen. Ik begon te vloeken. Alle vloeken die ik me maar kon herinneren siste ik voor me uit. Stampvoetend foeterde ik en siste ik verwensingen die ik afwisselde met schuttingwoorden, krachttermen en uiteindelijk eindigde ik, leeg en uitgeput met een paar welbekende en welluidende vloeken. Mijn huid was rood van het boenen en ik keek in het badkamerkastje of de crème van mijn moeder er wellicht nog in stond of dat ze die misschien had meegenomen. De vette crème stond er nog en ik smeerde mijn rode ruwe huid in. Het brandde maar het voelde goed. Ik moest naar school.

Droom

De wereld is donker. Vanuit de verte komt een enorme golf van licht aanrollen, ik probeer weg te rennen maar de golf is sneller en komt met veel lawaai over me heen en drukt me op het zand, mijn gezicht wordt in het zand geduwd, ik proest en kuch en ben even niet in staat adem te halen tot de golf over me heen is gerold en ik weer lucht krijg en eindelijk weer in staat ben adem te halen. Ik lig onder het zand, het is er licht. Ik ben omringd door tepelhoorns, de bolle, ronde glanzende schelpen die lijken op de slakkenhuizen uit de tuin, er kruipen kleine beestjes uit. Mijn moeder staat in de opening van een grote tepelhoorn en een grote witte slak sleurt haar zijn huis in. Ik gil. Zij ook. Ze verdwijnt voor mijn ogen. Ik probeer er heen te gaan maar ik kom niet vooruit, in slow motion beweeg ik en kom niet van mijn plaats. Ik wil gillen en sper mijn mond wagenwijd open maar er komt gaan geluid uit, ik zit gevangen in loodzware lucht die me op mijn plaats houdt, ik blijf proberen me te bewegen en ik merk tot mijn grote vreugde dat ik me iets naar voren beweeg, mijn voeten zitten vast in het zand, ik trek ze los. Ik ben op de bodem van de zee, de schelp met mijn moeder is verdwenen, zeewier is overal om me heen, slaat me in het gezicht, en wikkelt zich om mijn benen en trekt me omlaag, ik lig weer in het zand, ik kan niet overeind komen, ik zet mijn handen in het zand en probeer me af te zetten maar mijn handen zakken in het zand, het is drijfzand en het glijdt om me heen, verstikt me. Ik stik.

Gek en seksverslaafd

‘Volgens mij ben jij gek geworden,’ zei Jozef en hij begon hard te lachen. ‘Hahaha,’ deed ik hem na. ‘Als je moeder gek is en je zus is gek, misschien ben jij dan ook wel gek.’ Woedend schoof ik mijn stoel naar achteren en ik wilde opstaan. Dalia drukte me op mijn arm, ‘Niet gaan, zusje, jullie zijn allebei overstuur, ga dat nou niet op elkaar af reageren.’ ‘Op wie moet ik het dan afreageren?’ zeiden Jozef en ik tegelijkertijd. ‘Op vader. Hij is de oorzaak van deze ellende.’ ‘Vader is verslaafd,’ zei ik, ‘dat is ook een ziekte. Verslaving staat vermeld in de DSM, De diagnostiek van mentale stoornissen. Vader is ook gek. We zijn allemaal gek. Hoe kunnen wij normaal zijn als onze ouders gek zijn?’ Dalia en Jozef keken me met grote ogen aan. ‘Hoezo is Vader verslaafd? Aan wat dan? Aan drugs?’ ‘Aan Seks,’ zei ik, ‘Vader is verslaafd aan seks.’Hoe kom je daar nu bij?’ ‘Hij heeft het zelf toegegeven vanmiddag.’ Ik vertelde ze van ons gesprek die middag en hoe moeder tegen hem had gezegd dat als hij niets aan zijn verslaving zou doen ze bij hem weg zou gaan.’ Mijn broer en zus keken me stomverbaasd aan. ‘Hij is dus verslaafd,’ zei mijn zus verslagen. ‘Gaat hij er iets aan doen?’ “Dat heeft weinig zin meer,’zei Jozef schamper. ‘Moeder is nu toch weg.’ ‘ Zo denkt hij er ook over. Maar een verslaving overwinnen heeft toch altijd zin? Ergens slaaf van zijn is het ergste dat er is. Dat je iets moet, niet omdat je het echt wilt maar omdat je lichaam er om vraagt?’ ‘Dan wil je het toch?’zei mijn broer.
Mijn bord was leeg en ik had er niets van geproefd. Een heel bord patat op. Patat was mijn favoriete voedsel en was dat altijd geweest. Gelukkig was er nog wat over en dat nam ik en at ik langzaam kauwend. De patat was lauw geworden maar het smaakte me niet minder.