Haat is een harnas

Haat is een harnas. Een mijn hele lijf omsluitend harnas. Mijn benen zijn bedekt onder een stevige laag staal, met scharnieren bij mijn enkels en mijn knieën zodat ik kan bewegen en kan lopen en het net lijkt alsof er niets aan de hand is. Het staal loopt door tot mijn liezen, over die zwakke plek draag ik een maliënkolder van dicht opeen geklonken metalen ringetjes die mij beschermen tegen snij en steekwonden.
De maliënkolder is zwaar. Het gewicht van de haat maakt het mij onmogelijk lichtvoetig te zijn. Over de maliënkolder  draag ik een harnas gesmeed door de smid van haat die in de hel woont. Haat bedekt mijn gezicht met een gezichtsharnas. Daaronder draag ik de kap van de maliënkolder. In het gezichtsharnas zitten twee gaten voor mijn ogen, ik zie de wereld door de ringen van haat. Voor mijn mond en neus heeft het gezichtsmasker twee gaten uitgespaard waardoor ik ademen kan. De maliënkolder van haat laat lucht door, maar houdt de haat binnen. Daar zit ik in gevangen.

Liefde is ook een harnas, een harnas van licht, van lucht, van warme lucht, van frisse lucht, van lucht die ideeën aanvoert,  van lichtheid die me overal heen voert, liefde draagt geen gezichtsmasker, liefde geeft vrijheid, het harnas van de liefde beperkt me niet, het is niet zwaar zoals het harnas van de haat.

Elke morgen en elke avond ben jij het eerste en het laatste aan wie ik denk. Ik denk aan je liefde voor mij en hoe die weer verdween, en ik denk aan alle intimiteiten die we samen deelden. Aan alle lieve woordjes die je voor me had en die ik voor jou had, en waar niemand weet van had. Nooit meer zal ik bepaalde woordjes gebruiken, nooit weer zal ik je troosten, niemand weet meer van alles waar ik van hield in jou. Mijn hoop is de bodem ingeslagen, onder mijn voeten weggegrist, de hoop dat jij hier zou zijn als ik het huis uitging.

Helemaal geen zin in

‘Ik heb hier helemaal geen zin in, zus, ‘zei ik. ‘Ik wil dit niet. Ik wil dit niet doen. Ik wil niet dat dit gebeurt. Oh mijn god, wat is er toch gebeurd met ons, we waren zo’n leuk gezin. Wat gebeurt er toch? Waarom moet dit gebeuren? Wat hebben we gedaan? Ik geloof dat ik gek word. De pijn in mijn hoofd en in mijn hart is zo groot. Moeder weg, vader dood. Ik ben een wees. Hoe kan dat nou?
‘Rustig maar, lief zusje. ‘Dalia zuchtte diep. ‘Laten we op zoek gaan naar Vader’s papieren. Laten we een begrafenisondernemer bellen, dan kunnen zij morgenochtend Vader wassen en afleggen. Jij gaat met mij mee. Ik laat je niet hier alleen achter.’
Onze Vader had zijn papieren keurig geordend. Een paar weken geleden had hij ons bij zich geroepen en gezegd dat hij niet wist of hij nog lang zou leven en dat we in de onderste la van zijn bureau alles konden vinden wat er gebeuren moest na zijn dood. In een blauwe ordner zat alles geordend. Hij had een uitvaartverzekering afgesloten voor een bedrag waarvan we champagne konden schenken en taart konden uitdelen, en bovenaan stond een naam en telefoonnummer van een begrafenisondernemer. We besloten het nummer te bellen en een boodschap achter te laten met de vraag ons te bellen.

Woede

‘ik ga naar het lab, je hoeft niet te koken vanavond, ik neem wel wat mee van de Chinees.’ Riep hij door de deur.
‘Is goed pa, goeiedag, tot later.’

Ik smeerde me fanatiek in met zeep, ik boende over mijn huid alsof die eraf moest. Toen het pijn begon te doen realiseerde ik me hoe kwaad ik was. Hoe woedend het me maakte dat Pa ervan uit ging dat ik zou koken, dat ik de verzorging van hem en mijn luie broer helemaal van Ma zou overnemen. Ik begon te vloeken. Alle vloeken die ik me maar kon herinneren siste ik voor me uit. Stampvoetend foeterde ik en siste ik verwensingen die ik afwisselde met schuttingwoorden, krachttermen en uiteindelijk eindigde ik, leeg en uitgeput met een paar welbekende en welluidende vloeken. Mijn huid was rood van het boenen en ik keek in het badkamerkastje of de crème van mijn moeder er wellicht nog in stond of dat ze die misschien had meegenomen. De vette crème stond er nog en ik smeerde mijn rode ruwe huid in. Het brandde maar het voelde goed. Ik moest naar school.

Droom

De wereld is donker. Vanuit de verte komt een enorme golf van licht aanrollen, ik probeer weg te rennen maar de golf is sneller en komt met veel lawaai over me heen en drukt me op het zand, mijn gezicht wordt in het zand geduwd, ik proest en kuch en ben even niet in staat adem te halen tot de golf over me heen is gerold en ik weer lucht krijg en eindelijk weer in staat ben adem te halen. Ik lig onder het zand, het is er licht. Ik ben omringd door tepelhoorns, de bolle, ronde glanzende schelpen die lijken op de slakkenhuizen uit de tuin, er kruipen kleine beestjes uit. Mijn moeder staat in de opening van een grote tepelhoorn en een grote witte slak sleurt haar zijn huis in. Ik gil. Zij ook. Ze verdwijnt voor mijn ogen. Ik probeer er heen te gaan maar ik kom niet vooruit, in slow motion beweeg ik en kom niet van mijn plaats. Ik wil gillen en sper mijn mond wagenwijd open maar er komt gaan geluid uit, ik zit gevangen in loodzware lucht die me op mijn plaats houdt, ik blijf proberen me te bewegen en ik merk tot mijn grote vreugde dat ik me iets naar voren beweeg, mijn voeten zitten vast in het zand, ik trek ze los. Ik ben op de bodem van de zee, de schelp met mijn moeder is verdwenen, zeewier is overal om me heen, slaat me in het gezicht, en wikkelt zich om mijn benen en trekt me omlaag, ik lig weer in het zand, ik kan niet overeind komen, ik zet mijn handen in het zand en probeer me af te zetten maar mijn handen zakken in het zand, het is drijfzand en het glijdt om me heen, verstikt me. Ik stik.

Beatriz 3 – NaNo

Hoe was het mogelijk dat zo’n jong meisje zo wijs was. Ze had naar me geluisterd toen ik haar mijn verhaal vertelde over mijn moeder, ze had me laten huilen, ze had mijn gebalde vuisten gepakt toen ik kwaad werd en ze had mijn vingers langzaam uit de verkrampte stand gehaald en mijn vingers gemasseerd en gekust, ondertussen had ze lieve en troostende woordjes gezegd. Het leek erop dat die lieve Beatriz alles wilde goedmaken wat er gebeurd was. Ik wilde natuurlijk niet dat zij dit altijd zou blijven doen en dat zij mij altijd troosten zou, ik wist dat ik haar ook zou koesteren maar op dat moment had ik haar liefheid zo nodig en liet ik het me aan leunen. In mijn gedachten beloofde ik haar van alles, ik zou haar meenemen naar Nederland, ik zou met haar trouwen zodat ze naar school kon, of misschien was er een opleiding die ze kon gaan volgen, misschien had ze een droom om kunstenaar te worden, schilder of filmmaker, alles zou ze kunnen doen wat ze wilde, geld was geen probleem, dit vertelde ik haar echter niet want het verhaal van Dolores zeurde nog steeds in mijn achterhoofd. Ik had in Thailand en Brazilië meisjes ontmoet die op mijn geld uit waren en die geraffineerd het uit mijn zak hadden proberen te kloppen. Maar hier in Zihuat had ik me nooit een rijke Westerse toeriste gevoeld.

Dolores had haar excuses aangeboden de dag na haar uitspraken over Beatriz, ik was met tegenzin teruggegaan naar De Fruitbar, als er een ander internetcafé in Zihuat geweest was, was ik nooit meer in de Fruitbar gekomen of althans dat jaar niet meer maar er was alleen de Fruitbar. Dolores was op me afgekomen en had me schuldbewust aangekeken en was losgebarsten in een Mea Culpa. ‘Het spijt me zei ze wat ik over Beatriz vertelde, ik weet niet wat me bezielde, jaloezie vermoed ik, maar ik heb geen reden om jaloers te zijn, ik ben gelukkig met Alejandro. Ik weet hoeveel verdriet Beatriz heeft gehad over wat er gebeurd is met die Amerikaanse vrouw; ik heb haar opgevangen. Eigenlijk was ik toen al jaloers, ze had opeens zoveel geld.’ ‘Ze heeft jou toch 100 dollar gegeven? Je moet je schamen.’’Dat doe ik,’zei Dolores, ‘ik beloof je dat ik mijn mond zal houden, nu en verder, en in de toekomst, het spijt me. Ze is echt een zusje voor me.’ Ik zei dat ze haar zusje wel wat beter mocht behandelen en ging naar de computer.

Het was altijd makkelijk om een ander te vertellen wat te doen, want zo goed was ik zelf ook niet als zus. Het contact dat ik met mijn eigen zus had was te sporadisch om mij enig recht van spreken te geven al maakte dat natuurlijk niet veel uit in het hebben van een mening hoe een zus zich diende te gedragen. Ik schreef een email naar mijn eigen zus Dalia en vertelde haar dat ik de volgende dag naar Chili ging om de plek te bezoeken waar onze moeder de laatste jaren van haar leven gewoond en gewerkt had.

Janneke – NaNo

Nu ik aan dat laatste gesprek dacht kreeg ik pijn in mijn buik, zij wist al wat ze zou gaan doen en ze had me er niets van laten weten. Ze had me uiteindelijk voor het blok gesteld en dit gaf me een verschrikkelijk gevoel. Dit betekende toch dat ze had gelogen? Dat ze maanden tegen me had gelogen? Dat ze net gedaan had of ze mijn moeder was maar ze was gewoon een mens geweest met vuige plannen. Ik voelde me misselijk worden en ik duwde Janneke opzij, riep Sorry en stormde de klas uit.

De WC’s waren achterin de gang van het oude schoolgebouw, Een blauwe deur met glas boven in leidde naar een smal gangetje met witte glanzende tegels en vijf blauwe deuren waarachter de dames WC’s. Ik ging de achterste WC in en begon te kokhalzen. Eerst kwam er groen schuim, toen de thee die ik had gedronken en omdat ik niet gegeten had volgde er bruine gal. Op mijn knieën zat ik en ik hing over de pot. Wat ik had moest er uit. Ik hoorde de deur open gaan en hield me in. De stem van Janneke. ‘W stuurt me je achterna om te checken of alles goed is, ‘ vroeg ze op vlakke toon. Ze had zelf duidelijk geen enkele belangstelling hoe het met me ging zolang ze niet van me kon afkijken. ‘Rot op,’ riep ik. ‘Dan niet,’ haar stem klonk blij. Nog voordat ze de deur uit was kotste ik weer, luid dit keer en ik hoopte dat ik haar had afgeschrokken. Janneke was een bitch. Twee keer had ze er dit jaar al voor gezorgd dat ik een 1 had gekregen bij Duits. Beide keren had ze me aangestoten en op haar blaadje gewezen en fluisterend gevraagd of een bepaalde naamval goed was. Op het moment dat ik op haar blaadje keek had de docent Duits gezien dat ik keek en me gevraagd mijn blaadje in te leveren. Janneke had niets gezegd en met twee 1-en op mijn repetitielijst zag mijn cijfer voor Duits er niet al te best uit. Ik hoopte dat ze me had horen kotsen en me verafschuwde en niet meer naast me wilde zitten maar dat laatste zou niet snel gebeuren. Over het algemeen was ik het beste in Frans, Duits en Engels en was Janneke er erg slecht in.