Dromen in de vroege herfst en late ochtend

I think Melanie Safka is literally the most be...

I think Melanie Safka is literally the most beautiful woman ever. (Photo credit: Jessica Watkins DeWinter)

Michelle Obama, official White House portrait.

Michelle Obama, official White House portrait. (Photo credit: Wikipedia)

AL eerder gepubliceerd op adiah.nl/joomla

Ik droom:
Mij ex komt bij me langs, ze wil met me praten. Ik ontvang haar in het huis van mijn ouders. Daar ben ik lang niet geweest, mijn ouders zijn er niet, op vakantie geloof ik. Het huis ligt vol met onopgemaakte bedden. Overal hebben mensen gelogeerd en ik ben bezig met het afhalen van de lakens. In elke kamer ligt wel een onopgemaakt bed, zelfs in de keuken.
Ex doet erg uit de hoogte, ze lijkt niet echt op zichzelf, ze heeft haar haar blond geverfd en eigenlijk lijkt ze op een andere ex van jaren geleden maar toch is het haar, mijn laatste en meest recente ex. Ze begint me af te kraken en het huis waar ik in woon, ze gaat met haar vingers langs de plinten en heeft stof aan haar vingers, ze wijst me op vingers op de ramen en op het stof dat zich op oppervlaktes verzameld heeft. Ze maakt een denigrerende opmerking en ik zeg: ‘als je zo bezig bent, wil ik liever dat je gaat’ maar toch is dat niet wat k wil.
Droom 2
Ik ben in een kleedkamer met Melanie, maar het is geen theaterkleedkamer denk ik nu achteraf, maar een sportkleedkamer. We hebben net gesport, misschien gezwommen, ik heb alleen een handdoek om. Michelle Obama is geïnteresseerd in Melanie en zij is er ook. Michelle Obama vraagt me of ik een man ben, ‘Nee’, zeg ik ‘ik ben een vrouw’. Omdat ik naakt ben onder de handdoek en dit tenslotte een kleedkamer is, doe ik de handdoek open om haar mijn lichaam te laten zien. Ze kijkt naar mijn lichaam, ik heb borsten en een driehoek boven mijn benen. ‘Ben je geopereerd dan?’ vraagt Michelle die blijkbaar niet wil geloven dat ik een vrouw ben. ‘Nee’ zeg ik, ‘ik ben als vrouw geboren.’ Ik vind het wel grappig dat The First Lady denkt dat ik transseksueel ben. Ik wil haar vragen waarom ze denkt dat ik een man ben. Is het mijn stem, mijn houding, de manier waarop ik loop? ‘Maar wat is dat dan?’ The First Lady wijst op iets tussen mijn benen. Ik twijfel opeens. Het doet me denken aan toen ik heel jong was en verliefd was op meisjes. Dat snapte ik toen niet, was ik soms een man? Ben ik eigenlijk een man? Ik begin te huilen.

Tiende dag – 17-09-2010

Amsterdam – 17 september 2010
Had een paar hele slechte dagen. Maandag was wel het dieptepunt. Ik had de nacht van zondag op maandag ontzettend slecht geslapen, was om het kwartier wakker en moest dan plassen. Ook droomde ik weer dat ik blowde en dat ik daar enorme spijt van had, in mijn droom. Vol zelfverwijt. Hoe kon ik zo stom zijn? Ik werd wakker met pijn in mijn lijf en onrust, regen en somberheid in mijn kop. Ik ging chanten maar het hielp niet in die mate dat het mijn pad verhief. Ik was strondsaggerijnig. In de middag ging ik een stuk fietsen, naar Oudekerk en toen naar de Bijlmerarena en ook dat hielp niet. Gelukkig kreeg ik vriendin M aan de telefoon die me liet razen en tieren en huilen. Hierna voelde ik me iets beter, in ieder geval voelde mijn lichaam zich beter, ik had niet meer zo’n pijn.

Gister de therapie, ik vertelde meteen dat ik een afschuwelijke week had gehad, maar niet had geblowt. Dat vonden ze mooi en ik ging door naar de volgende groep. Eerst deden we kunstzinnige therapie, dat was weer fijn, we moesten in duo’s een schilderij maken en de ander een kleur geven die hij/zij nodig dacht te hebben, ik werkte met E. Ik vond het erg ontroerend te zien wat hij voor me maakte.

In de middag was de praatsessie. Ik deed mijn verhaal en kreeg hele positieve antwoorden, dat het zo goed was dat ik nu al die dromen had waarin ik spijt had dat ik had geblowt en dat ik eigenlijk alles zo snel oppakte.

Ze zeiden nog wel meer maar ik kan het even niet recapituleren.

Hierna had ik een uur een gesprek met een somatisch arts die mij allerlei dingen vroeg, over de verbinding tussen mijn lichaam en ziel, op een gegeven moment moest ik gaan staan en zei ze dat ze me omver ging duwen, dat deed ze, ik moest beter gaan staan, zei ze. Ook nam ze mijn pols die uitzonderlijk laag was. En zei ze dat ik een cholerisch mensentype was. Ze zei natuurlijk nog veel meer. Over mijn leven, mijn ouders, mijn grootouders en dat ik wellicht over een half jaar als die dope mijn lichaam echt uit is eens een familieopstelling kan doen bij haar.

Het vele plassen hoorde bij de afkick en ik moest maar veel drinken overdag. Ook raadde ze me aan iets ontspannends te doen voor ik ging slapen, geen TV of computer maar een tekening maken of naar muziek luisteren of iets moois lezen.

Het was een fijne dag en ik ben zo blij dat ik begonnen ben en dat ik het volhoud.

Derde dag – 10 september 2010

Amsterdam – 10 september 2010
Ik rook niet meer sinds maandag. Zag er vreselijk tegenop maar het is eigenlijk een peulenschil, zei ik gister in de therapie. Af en toe heb ik zin maar niet zo zeer in blowen en dat gevoel dat je krijgt van blowen wat we stoned noemen. Vond ik dat een tijdlang de poort naar andere dimensies, de laatste tijd leek het me meer te verduisteren. Vooral nadat ik besloten had op te houden en het effect van blowen wat afstandelijker bekeek. Misschien kwam dat ook wel door de combinatie hasj en tabak. Als ik zin krijg in blowen of roken, knijp ik mijn duim, wijs en middelvinger samen en haal diep adem, bij de uitademing laat ik langzaam de grip gaan en laat mijn vingers ontspannen. Dat helpt. Vooral dat inademen, vlak nadat ik de lucht diep mijn longen heb ingeademd komt de ontspanning.

Ik vertelde gisteren tijdens de therapie hoeveel energie ik had en dat ik me had afgevraagd of ik de dope niet gebruikt had als zelf-medicatie,  dat zag ik ook als de ‘smoes’ (die gebruikers gebruiken om te blijven gebruiken). A – de therapeute – vertelde dat dat vaak gebeurde maar dat ik waarschijnlijk ook een terugslag zou krijgen, misschien heel moe en wilde dromen. Had vannacht zo’n wilde droom, volgens mij ging het over Antje, ik werd er wakker van, maar ben de droom inmiddels weer vergeten.

Soms heb ik die zure en tevens bittere smaak in mijn mond van tabak. Dat herinner ik me nog wel van toen ik stopte met sigaretten en tabak roken toen mijn vader nog leefde in 1990. Hij leefde nog net en ging binnen twee weken dood. Ik heb hem nog wel kunnen vertellen dat ik was opgehouden en hij kneep trots in mijn hand. Nu kick ik dus opnieuw af van tabak. Dat roken van tabak is eigenlijk mijn redding geweest in het besluit op te houden met blowen. Als ik geen tabaksverslaving had opgelopen, weet ik niet of ik was opgehouden.

Droom

De wereld is donker. Vanuit de verte komt een enorme golf van licht aanrollen, ik probeer weg te rennen maar de golf is sneller en komt met veel lawaai over me heen en drukt me op het zand, mijn gezicht wordt in het zand geduwd, ik proest en kuch en ben even niet in staat adem te halen tot de golf over me heen is gerold en ik weer lucht krijg en eindelijk weer in staat ben adem te halen. Ik lig onder het zand, het is er licht. Ik ben omringd door tepelhoorns, de bolle, ronde glanzende schelpen die lijken op de slakkenhuizen uit de tuin, er kruipen kleine beestjes uit. Mijn moeder staat in de opening van een grote tepelhoorn en een grote witte slak sleurt haar zijn huis in. Ik gil. Zij ook. Ze verdwijnt voor mijn ogen. Ik probeer er heen te gaan maar ik kom niet vooruit, in slow motion beweeg ik en kom niet van mijn plaats. Ik wil gillen en sper mijn mond wagenwijd open maar er komt gaan geluid uit, ik zit gevangen in loodzware lucht die me op mijn plaats houdt, ik blijf proberen me te bewegen en ik merk tot mijn grote vreugde dat ik me iets naar voren beweeg, mijn voeten zitten vast in het zand, ik trek ze los. Ik ben op de bodem van de zee, de schelp met mijn moeder is verdwenen, zeewier is overal om me heen, slaat me in het gezicht, en wikkelt zich om mijn benen en trekt me omlaag, ik lig weer in het zand, ik kan niet overeind komen, ik zet mijn handen in het zand en probeer me af te zetten maar mijn handen zakken in het zand, het is drijfzand en het glijdt om me heen, verstikt me. Ik stik.