Tiende dag – 17-09-2010

Amsterdam – 17 september 2010
Had een paar hele slechte dagen. Maandag was wel het dieptepunt. Ik had de nacht van zondag op maandag ontzettend slecht geslapen, was om het kwartier wakker en moest dan plassen. Ook droomde ik weer dat ik blowde en dat ik daar enorme spijt van had, in mijn droom. Vol zelfverwijt. Hoe kon ik zo stom zijn? Ik werd wakker met pijn in mijn lijf en onrust, regen en somberheid in mijn kop. Ik ging chanten maar het hielp niet in die mate dat het mijn pad verhief. Ik was strondsaggerijnig. In de middag ging ik een stuk fietsen, naar Oudekerk en toen naar de Bijlmerarena en ook dat hielp niet. Gelukkig kreeg ik vriendin M aan de telefoon die me liet razen en tieren en huilen. Hierna voelde ik me iets beter, in ieder geval voelde mijn lichaam zich beter, ik had niet meer zo’n pijn.

Gister de therapie, ik vertelde meteen dat ik een afschuwelijke week had gehad, maar niet had geblowt. Dat vonden ze mooi en ik ging door naar de volgende groep. Eerst deden we kunstzinnige therapie, dat was weer fijn, we moesten in duo’s een schilderij maken en de ander een kleur geven die hij/zij nodig dacht te hebben, ik werkte met E. Ik vond het erg ontroerend te zien wat hij voor me maakte.

In de middag was de praatsessie. Ik deed mijn verhaal en kreeg hele positieve antwoorden, dat het zo goed was dat ik nu al die dromen had waarin ik spijt had dat ik had geblowt en dat ik eigenlijk alles zo snel oppakte.

Ze zeiden nog wel meer maar ik kan het even niet recapituleren.

Hierna had ik een uur een gesprek met een somatisch arts die mij allerlei dingen vroeg, over de verbinding tussen mijn lichaam en ziel, op een gegeven moment moest ik gaan staan en zei ze dat ze me omver ging duwen, dat deed ze, ik moest beter gaan staan, zei ze. Ook nam ze mijn pols die uitzonderlijk laag was. En zei ze dat ik een cholerisch mensentype was. Ze zei natuurlijk nog veel meer. Over mijn leven, mijn ouders, mijn grootouders en dat ik wellicht over een half jaar als die dope mijn lichaam echt uit is eens een familieopstelling kan doen bij haar.

Het vele plassen hoorde bij de afkick en ik moest maar veel drinken overdag. Ook raadde ze me aan iets ontspannends te doen voor ik ging slapen, geen TV of computer maar een tekening maken of naar muziek luisteren of iets moois lezen.

Het was een fijne dag en ik ben zo blij dat ik begonnen ben en dat ik het volhoud.

Derde dag – 10 september 2010

Amsterdam – 10 september 2010
Ik rook niet meer sinds maandag. Zag er vreselijk tegenop maar het is eigenlijk een peulenschil, zei ik gister in de therapie. Af en toe heb ik zin maar niet zo zeer in blowen en dat gevoel dat je krijgt van blowen wat we stoned noemen. Vond ik dat een tijdlang de poort naar andere dimensies, de laatste tijd leek het me meer te verduisteren. Vooral nadat ik besloten had op te houden en het effect van blowen wat afstandelijker bekeek. Misschien kwam dat ook wel door de combinatie hasj en tabak. Als ik zin krijg in blowen of roken, knijp ik mijn duim, wijs en middelvinger samen en haal diep adem, bij de uitademing laat ik langzaam de grip gaan en laat mijn vingers ontspannen. Dat helpt. Vooral dat inademen, vlak nadat ik de lucht diep mijn longen heb ingeademd komt de ontspanning.

Ik vertelde gisteren tijdens de therapie hoeveel energie ik had en dat ik me had afgevraagd of ik de dope niet gebruikt had als zelf-medicatie,  dat zag ik ook als de ‘smoes’ (die gebruikers gebruiken om te blijven gebruiken). A – de therapeute – vertelde dat dat vaak gebeurde maar dat ik waarschijnlijk ook een terugslag zou krijgen, misschien heel moe en wilde dromen. Had vannacht zo’n wilde droom, volgens mij ging het over Antje, ik werd er wakker van, maar ben de droom inmiddels weer vergeten.

Soms heb ik die zure en tevens bittere smaak in mijn mond van tabak. Dat herinner ik me nog wel van toen ik stopte met sigaretten en tabak roken toen mijn vader nog leefde in 1990. Hij leefde nog net en ging binnen twee weken dood. Ik heb hem nog wel kunnen vertellen dat ik was opgehouden en hij kneep trots in mijn hand. Nu kick ik dus opnieuw af van tabak. Dat roken van tabak is eigenlijk mijn redding geweest in het besluit op te houden met blowen. Als ik geen tabaksverslaving had opgelopen, weet ik niet of ik was opgehouden.