Nieuwsbrief februari 2012

Februari 2012

De echte winter is begonnen. Sinds vrijdag ligt er sneeuw en sinds een week vriest het. Soms hard soms minder. IK blijk opeens een nieuwsbrief te kunnen maken. Nu wilde ik dit al een tijdje en eigenlijk vooral om die lieve mensen te bedanken die mij elk jaar opnieuw een Gelukkig Nieuwjaar kaartje sturen zoals mijn Melanie vrienden Hans en Wouter. Ik stuur nooit iets terug al ben ik het elk jaar van plan maar ik vergeet het altijd weer. Voor hen wilde ik allang een nieuwsbrief maken waarin ik ze vertelde over het afgelopen jaar.

Twee heftige gebeurtenissen voor mij in 2011 waren allereerst mijn ongeluk. Op een z.g. Black Spot in Amsterdam werd ik geschept door een auto, ik knalde op straat en had een zware hersenschudding. Ze vervoerden me naar het ziekenhuis en daar lag ik twee dagen op de afdeling neurologie – het was heel wonderlijk om weer te moeten leren lopen, rechtopzitten, alleen naar de WC te gaan maar het ging allemaal prima.

Het tweede heftige was de break up met R, de vrouw waarmee ik vijf jaar lang een liefdesrelatie had, onder het mom ‘zwaargetraumatiseerd’ besloot zij zich te verlieven in een ander. De eerste maanden hield ze haar affaire voor me verborgen hoewel ik het natuurlijk wel voelde maar in augustus besloot ze te kiezen voor haar nieuwe liefje, een pin up van 32 uit Brazilie, die ze via het Internet had leren kennen.

Erg akelig allemaal. Nu ik het zo op schrijf voel ik weer een lichte onpasselijkheid en een gevoel van woede maar over het algemeen gaat het wel weer redelijk met me. Ik ben nog niet echt op zoek naar iemand maar als jullie een leuke, lieve, dappere, grappige en volwassen vrouw kennen die wel tegen een stootje kan, kunnen jullie me schrijven. Ik weet niet wie deze brief leest maar ik ga hem maar op al mijn blogs zetten. Ik zie n.l. net dat ik helemaal geen abonnees heb….

Ik ben trots

Er zijn van die vragen in het leven die beginnen met Wat zou je doen als….

Een vraag uit mijn kindertijd die ik me mijn hele leven ben blijven afvragen:

Wat zou je doen als de Nazi’s weer alle Joden wilden vermoorden? Zou je je huis open stellen en Joden helpen onderduiken of zou je net doen alsof je niets zag? Ieder mens wil graag een held zijn, ik tenminste en ik zou natuurlijk in het verzet gaan en een plek zoeken waar ik Joden kon laten onderduiken of ze helpen die plek te vinden.

Wat zou je doen als je vriendin een ongeluk kreeg en hersenletsel had opgelopen, niet meer kon praten of lopen? Zou je bij haar blijven?

Wat zou ik doen als ik een ongeluk kreeg?

Dat vroeg ik me af als ik las van mensen die een ongeluk hadden gehad waarbij ze ernstig gewond waren en die door pure wilskracht hun letsel overwonnen. Of misschien niet overwonnen hadden want hoe overwin je een dwarslaesie maar die hard gewerkt hadden aan hun revalidatie.

Ik heb altijd gedacht dat ik bij de pakken neer zou gaan zitten.

Gister bedacht ik me, al is mijn ongeluk klein te noemen dat ik deed wat ik niet dacht dat ik doen zou en dat ik trots ben.

Na mijn ongeluk was ik bang. Bang om te lopen, bang om te fietsen, bang om auto te rijden, bang om mijn hoofd achterover te doen, bang om op één been te staan, bang om het kruispunt Beethovenstraat/Appololaan over te steken, bang dat ik mijn hersens nooit meer goed zou kunnen gebruiken, bang een keerpunt te maken bij de borstcrawl.

Ik heb al die angsten één voor één aangepakt. Ik ben onder begeleiding weer de straat op gegaan, onder begeleiding weer gaan fietsen, ik ben (na maanden), onder begeleiding het kruispunt over gelopen tot ik het weer fietsend durfde, ik ben onder begeleiding weer auto gaan rijden.

Ook heb ik een paar maanden lang een paar keer per weer intensieve fysiotherapie gevolgd en pijn geleden door de oefeningen die ik moest doen. Die oefeningen deed ik braaf thuis, ik kon mijn nek steeds beter bewegen met steeds minder pijn. Ik heb mijn dagelijkse twee maal een kwartier rust genomen, al was dat zo’n beetje het moeilijkste wat ik kon doen.

Door alles wat ik ondernomen heb voor mijn herstel ziet het er nu naar uit dat ik  geen blijvend letsel heb opgelopen.

Ik heb mijn angsten onder ogen gezien en gedaan wat ik kon doen.

Ik ben trots op mezelf.

En zo is het.

14-12-11- Regen dus geen loodgieter

Vandaag zou Loodgieter Janus komen om de verroeste waterpijp die lekt te vervangen. Ik zit al meer dan een maand, om niet te zeggen twee maanden met een groot gat in mijn muur. Heb al jaren een lekkage en de muur moest gesloopt worden om te kijken wat de oorzaak was. De verroeste pijp.
Janus belde af, het regende en dan heeft het geen zin volgens hem.
Het is een knappe man die Janus, zo’n toffe Amsterdammer. Krullen, blauwe ogen, joviaal, Hij heeft een lelijke man voor hem werken. Je snapt wel….
Snap ik het?

Kon vannacht weer niet slapen, de afgelopen drie nachten kom ik maar niet in slaap. Ik weet de oorzaak niet. Ik denk dat ik misschien te weinig bewogen heb, heb door mijn verkoudheid niet gesport. Zou vanavond willen gaan maar ga naar het concert van Amanda Strydom in Den Haag. Ik vind het heerlijk om weer fan te zijn. Fan – dat ben ik graag.
Vaak word ik geraakt door muziek en ontvlam. Soms vlam ik maar even, ik zal maar geen voorbeeld noemen maar vaker ontvlam ik voor de rest van mijn leven. – lees hierover meer in mijn volgende post.

Ik was gisteravond eigenlijk best gelukkig. Had een uur gechant met de andere leiders uit mijn afdeling. Samen chanten is een grote gift.

Ook voelde ik me fijn over mijn plan 7 x 7 keer mijn verhaal te vertellen. Ik kreeg meteen een Twitterbericht van Randomizer die zich aanbood als de eerste. Ik begreep dat pas later maar ik ben er dankbaar voor. Ook snapte ik opeens waarom 7 x 7.
Ik kan me goed voorstellen dat na een tijdje het hele verhaal over wat er gebeurde – dat ongeluk – en hoe ze mij in de steek liet terwijl ik herstelde van die zware hersenschudding – me gaat vervelen. Dat het een ‘verhaal’ geworden is en dat het me niet meer pijn doet. Dus ik zoek nog achtenveertig mensen.

Ook al heb ik niets

Ook al heb ik niets te melden, ik meld me. Was niet echt een superdag vandaag. Vroeg wakker, vroeg opgestaan. Een uur gechant, dat was fijn maar ik kwam niet op gang. Ik heb de pagina’s open staan van het boek dat ik volgende maand wil schrijven en ik ben ook begonnen aan een aantal minuten achter elkaar schrijven maar zo gauw ik begon te schrijven over R stokte ik. Het is te persoonlijk te intiem te verwarrend, ik snap het nog steeds niet maar wil er niet over schrijven. Misschien blokkeert dat me meer dan ik hoop en verwacht. Misschien moet ik gewoon met de hele wereld delen wat ik er allemaal van vind maar dat kan ik niet. Misschien schrijven over frustratie. Morgen meer, morgen weer.

Hersenen

Had gisteren een afspraak met de neuroloog voor de uitslag van het neuropsychologisch onderzoek dat ik een aantal weken geleden gedaan heb. Hij maakte een schetsje met de situatie voor het ongeluk – ik werd op 9 maart 2011 geschept door een auto -, de situatie na het ongeluk en de situatie nu.

De lijn gaat gestaag omhoog maar ik ben er nog niet. Ik zit nog onder mijn kunnen. Hij kon me niet verzekeren dat ik de top weer zou halen maar niets wijst er op dat dat niet zou gebeuren. Hij noemde twee jaar als een mogelijkheid.

Ook raadde hij me af avondlijke afspraken te maken, ik was het beste ’s morgens en dan ging het langzaam minder goed. Gelukkig heb ik op de meeste avonden gewoon een zwemtraining en verder niets. Ik merk zelf ook dat het ’s avonds moeilijker wordt. Mijn hoofd wordt wolliger  en ik krijg pijn  op de plek waar mijn hoofd hardhandig de straat raakte. Ik mag mezelf absoluut niet uitputten. Niet denken als ik moe ben, dit kan ik wel terwijl ik me moet terug trekken. Als ik mezelf ga uitputten duurt de genezing langer

Hij haalde de foto’s erbij die ze van me genomen hebben vlak na het ongeluk. Ik herkende mezelf meteen. De vorm van mijn schedel, mijn ronde ogen waarbij mijn rechteroog kleiner is dan mijn linker. Ik was diep ontroerd. Wat zag ik er mooi uit van binnen. Ze hadden een heleboel foto’s gemaakt die hij me allemaal liet zien en waar hij van alles bij uitlegde. Alle luchtwegen in mijn neus, prachtig.

Hij zei ook dat ze eigenlijk op zo’n foto niet echt kunnen zien hoe de hersenen er aan toe zijn. Wel zien ze of de schedel nog heel is en mijn schedel was nog heel.

Er zullen dagen voorbij gaan waarbij je niet meer aan het ongeluk denkt verzekerde mij de neuroloog.

Er waren zulke dagen maar vandaag en gisteren heb ik er veel aan gedacht. Niet zo zeer aan het ongeluk maar wel aan de gevolgen.

Dat rare gevoel in mijn hoofd. De angsten die ik voelde. En het ergste: het verbreken van de liefdesrelatie met R.

Ongeluk – deel 1

Hoog onder zeespiegel.Op 9 maart werd ik om twee minuten over drie aangereden door een auto. De eigenaar van de auto zou zeggen dat ik hem aanreed. Dat zei hij daadwerkelijk. Ik had zijn auto beschadigd. Ik reed op de Apollolaan op het fietspad onderweg naar huis. Mijn laatste herinnering, al is die onbetrouwbaar omdat ik me verder niet veel herinner, is dat het fietslicht op groen sprong. Er stonden auto’s op de weg te wachten voor het licht. Ik herinner me dat een auto zijn knipperlicht aan had om naar rechts te gaan. Volgens mij was hij de tweede in de rij. Dit zal de auto geweest zijn waar ik tegenop knalde. hij is denk ik de hoek omgeslagen zonder te letten op eventuele fietsers. Hij heeft mij, neem ik aan, niet  gezien. Ik kan mij niet goed voorstellen dat hij expres de hoek om ging terwijl ik er aan kwam fietsen. Ik knalde tegen hem op en viel op straat. Een lieve mevrouw heeft me opgevangen, de politie kwam erbij en ook een ambulance die mij naar het VU ziekenhuis bracht. Daar ben ik aan de monitor gelegd en aan een infuus, legden ze me in een hoofdspalk en werd ik in de scan gelegd. Ik had geen scheur in mijn schedel, ik bloedde niet in mijn hoofd. Alleen vroeg ik honderd keer hetzelfde en wist ik niet meer dat mijn vriend Peter was overleden. Ik was blijkbaar wel bij maar ik herinner me er niets meer van. De eerste herinnering was om een uur of tien ’s avonds toen ik op de neurologie afdeling was en ik herinner me Rati in haar grijze trui met blauw. Ik had enorme pijn in mijn hoofd, in de rest van mijn lijf en in mijn stuitje. Ze maakten me om het uur wakker en dan moest ik vragen beantwoorden, waar ik was en wat voor dag het was. Eerst had ik geen idee maar langzaam kwam mijn antwoord terug, het was maart, 2011, de datum was 9 en ik lag in de VU. Op een gegeven moment was het 10 maart en dat onthield ik ook. Het was 10 maart, het was 2011, het was donderdag en ik lag in de VU. Het was een chaos in mijn hoofd. Ik was erg kwaad op de automobilist die mij had aangereden. Ik had vreselijke pijn maar wilde geen pijnstillers. ik kon niet slapen. het enige dat me te doen stond was het reciteren van Nam myoho renge kyo. Dat sleepte me door de nacht.