Herinneringen 1

Mijn zus is mijn beste vriendin. Ik hou het meest van haar. Alle andere mensen jagen me angst aan. Mijn zus gaat altijd mee als we weer eens een keer verhuizen. Mijn zus plaagt me niet zoals mijn broer me pest. Mijn zus weet bijna alles. Ze is slim, heeft mooie bruine krullen, ze kan mooi rechtop zitten, ze kan psalmversjes uit haar hoofd opzeggen, ze is het lievelingetje van volwassenen en van oma. Mijn zus is mijn enige vriendin. Ik ben niet haar enige vriendin. Ze heeft een groep vriendinnen en soms heeft ze er helemaal geen zin in als ik mee wil doen. Nee niet altijd dat kleine zusje erbij. Ik vind dat heel verdrietig maar moeder vindt wel dat Lilly gelijk heeft. Ik moet haar met rust laten, Lilly hoeft niet altijd voor mij te zorgen.

Als ik zes ben en in de eerste klas van de Lagere School zit gaan we verhuizen. We gaan aan de andere kant van Hilversum wonen in een mooi oud huis aan een hele mooie laan. De laan heet weg. Aan de ene kant van de weg staan lieve villaatjes, soms vrijstaand en soms twee-onder-één-kap. Ons huis is twee-onder-één-kap. Het is een wit huis met een voor en achtertuin. Naast ons huis is een pad naar de garage. Dan is er een poort tussen garage en serre met een deur die dicht kan. Beneden zijn twee kamers en suite, een smalle keuken en een houten en glazen serre. Boven zijn vier kamers, een grote kamer voor, waar mijn zus en ik in zullen slapen, een tussenkamertje waar mijn vader zijn studeerkamer heeft, een zijkamer waar onze broer in gaat slapen en een kamer met openslaande deuren naar het grote balkon waar grind op ligt, daar slapen onze ouders. Aan de overkant van het huis is een zandpad van ongeveer vijf meter breed, aan beide kanten van het pad staan lindenbomen die in de zomer zo lekker ruiken en in de herfst de stoep bedekken met veel bladeren die zo lekker ritselen als ik er doorheen loop,  aan de andere kant van het pad begint een steile afgrond waar bomen, bloemen en struiken groeien, beneden ligt het Hilversums kanaal. Aan het begin van het kanaal is een afvoer waar elke ochtend schuim uit komt. Waarschijnlijk is het een afvoer van een chemische fabriek maar begin jaren zestig weten we nog van niks. Ik ben gefascineerd door dat schuim. We verhuizen in de lente. Mijn zus en ik blijven nog op onze oude school. Mijn broer waarschijnlijk ook maar hij gaat misschien met de fiets. Mijn zus en ik gaan met de bus. Bus 23. Hij stopt elke morgen om tien voor acht aan het begin van de Havenstraat, we rijden door het dorp, gaan het spoor over en verder nog en na twintig minuten stap ik uit. Mijn zus reist nog een paar straten verder, haar school staat aan het einde van het dorp aan de hei. Zij vond het leuk daar op school, onze broer niet, hij werd gepest en naar behandeld door de juf, mijn ouders hadden hem van school genomen en ze besloten dat ook ik niet meer naar die school ging. Elke ochtend krijgen mijn zus en ik allebei twee dubbeltjes mee voor een kaartje van 10 cent. Over het kaartje staat met rode cijfers 10. Een keer ben ik mijn dubbeltje kwijt, ik zoek overal maar ik kan het niet vinden. Huilend sta  ik bij de bushalte. Mijn zusje die al in de bus zit ziet mij huilend staan en zij komt meteen naar voren. De bus stopt en ik blijf huilend buiten staan. ‘Ik kan niet mee,’ huil ik, ‘ik ben mijn dubbeltje verloren en nu moet ik helemaal lopen en ik weet niet hoe.’ Mijn zusje huilt nu ook. ‘Dan stap ik ook naar buiten en dan loop ik met haar mee.’ De buschauffeur heeft een hart. Een hart van goud. ‘Kom maar binnen’, zegt hij, ik laat je hier echt niet staan, gaan jullie maar zitten en dan rijd ik jullie naar huis. Nog nasnikkend gaan we op de bank zitten. Een oudere mevrouw geeft ons een zakdoekje en weer een andere mevrouw een zuurtje.

Diëten

Afbeelding

Dit ben ik met Stacey. Na onze triomftocht in het water.

Zwemmen, ja dat is mijn sport maar ik wil het hier even hebben over diëten.

Zoals je misschien weet ben ik te zwaar. Ik zou eigenlijk tien kilo minder moeten wegen dan ik weeg. SInds ik teveel weeg heb ik alle diëten die er zijn wel geprobeerd en lees ik er veel over.

Vraag mij iets en ik weet het of ik weet waar je het kunt vinden. Ik wil niet uitgebreid ingaan op alles wat ik geprobeerd heb maar het beste ben ik afgevallen met Weightwatchers. Toen ben ik 23 kilo afgevallen! Erg blij natuurlijk en trots. Maar de klad kwam er in, ik hield op met roken en kwam weer tien kilo aan en daarna kreeg ik dat ongeluk en was ik bezig met revalideren en sportte ik weinig. Ik ben nog een tijdje naar WW gegaan maar viel te weinig af om gemotiveerd te blijven. Jammer want het was leuk bij Weightwatchers en onze coach Elly was fantastisch maar ik wilde niet terug en het niet nog eens proberen.

Nu doe ik het 5-2 dieet. Vijf dagen eten twee dagen 500 calorien, het bevalt me maar daar gaat het nu niet om.

Gisteren deden we met de zwemclub de T20. DeT20 is een test waarin je kunt zien of je vooruit gegaan bent. Op het seintje van de trainer begin je te zwemmen en tel je de afstand die je aflegt, na twintig minuten fluit de trainer weer en dan geef je door hoeveel meters je hebt afgelegd. Meestal doe ik maar wat, ik wil lekker zwemmen en genieten van het water en de beweging. Ik daag mezelf niet uit of het moest zijn lekker te zwemmen. Dat was ik gisteren ook van plan. Eigenlijk had ik willen vasten maar de keer hiervoor had ik honger gehad tijdens het zwemmen en hoewel ik meer had gezwommen dan de keer daarvoor besloot ik gisteren gewoon te eten.

Wat at ik:

  • pinda’s in pindakaas
  • cashews in cashewboter en verse gebrande cashews
  • magere kwark van de Weerribben 0%
  • aardbeien
  • 1 zoete aardappel
  • handvol doperwten
  • taco shells

en Natuurlijk met gebruikelijke koffie met veel opgeklopte magere melk en kaneel.

Zoals duidelijk is, at ik veel koolhydraten en veel eiwit.

Ahhhhhhhhhhhhhhrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrggggggggggggggggggggggggggg: koolhydraten!!! Veel koolhydraten! Maar wat ging het zwemmen goed, ik ging als een speer merkte mijn baangenote op. En dat klopte. 
Vanochtend las ik een artikel over hoe slecht koolhydraten zijn. Ja vast maar laat mij lekker koolhydraten eten!

 

Schrijf er niet over.

Ze zei schrijf er niets over, daar word je allleen maar treurig van. Ik ga het niet doen, erover schrijven. Soms denk ik dat als ik erover schrijf het uit mijn systeem gaat en misschien is dat ook zo, soms. Maar dan kan ik het gewoon hier thuis doen, prive op mijn schijf waar nog een heleboel TB op staan. Sommige dingen zijn te prive, sommige mensen hebben er niets mee te maken. Jij die dit leest en die ik niet ken.