Iedereen kent Oranje –

Voor me zaten de drie jongelui te lachen, vooral de jongste had een aanstekelijke lach, ik verstond niets van de taal die ze spraken, het was een zangerige taal met veel u en ts klanken, het klonk lief maar misschien mag je dat niet zeggen van een taal, of zou je dat alleen niet mogen zeggen van een taal van een inheems volk. Op Google had ik gezien dat er Mapuche indianen op Isla de Chiloé woonden en volgens mij waren dit Mapuche. Ik besloot ze aan te spreken en vroeg of ze ook Spaans spraken. Het meisje knikte, hierna wist ik niets te zeggen maar zij was erg nieuwsgierig en vroeg waar ik vandaan kwam. Ik vertelde haar dat ik uit Nederland kwam en tot mijn verbazing kende ze Nederland. Oranje. Haar broers of haar zoontjes kenden van Persie en Schneider, de kleine generaal. Meestal verveelde zo’n gesprek mij meteen. Natuurlijk stond ik achter Oranje als ze meededen aan een of ander groot toernooi en als ik er aan dacht wilde ik zelfs wel naar een wedstrijd kijken en hard juichen als er gescoord werd. Ik had zelfs gehuild toen Nederland de finale verloor bij het Wereldkampioenschap in 2010. Ik was niet ontroostbaar geweest maar het meisje waar ik toen mee was had me graag getroost. Maar nu met deze kleurrijke mensen voor me knikte ik enthousiast, Schneijder, Huntelaar, van der Vaart, Robben. Ze knikten enthousiast. Ik ook. Toen vroeg ik ze of ze van het Isla de Chiloé waren maar helaas, ze kwamen uit de bergen, ze waren Pehuenches. Hierna stokte onze conversatie, we hadden nu ongeveer alles wel gezegd over het Nederlands Elftal maar het meisje bleef me aankijken en vertelde me dat ze muzikanten waren en dat ze opgetreden hadden in Mexixo stad.

Kater

Het is stil in Nederland.  We hebben niet gewonnen. Het was niet drie keer is scheepsrecht. Het was niet Nelson Mandela die Giovanni van Bronckhorst de beker uitreikte. Het was niet het plaatje dat ik al een week in mijn hoofd zag van Wesley Sneider en Mark van Bommel die de beker kusten. Het was niet zoals ik gehoopt en gedacht en gewenst had. En met mij heel Nederland en heel het elftal en al die andere mensen die dit wensten.

Ik reed door een stillle avond naar huis. Net als op de heen weg zag ik veel heel veel oranje. Op de heenweg waren het enthousiaste mensen geweest met vlaggen zwaaiend, nu reed iedereen gehaast en zwijgend voorbij. Een moeder met een klein meisje, een baby nog in een schattig zelfgemaakt oranje jurkje met dieporanje biesjes en tierelantijntjes fietste me voorbij, zij was in het zwart gekleed met een zwart wit tasje met een orange lintje er aan.

Het was een prachtig oranje gekkenhuis geweest de afgelopen weken. Iedereen had het over voetbal, iedereen geloofde in de missie van Oranje. We waren niet de favoriet, wel bij ons natuurlijk maar de rest van de wereld gaf NL geen kansen. Spanje werd alom gezien als De favoriet voor de wereldtitel. Maar na de serie indrukwekkende overwinningen van het Nederlands elftal geloofden wij er in. Ik hield geen rekening met een nederlaag. Natuurlijk was er een kleine stem in me die zei maar wat als Nederland verliest maar Nederland kon niet verliezen en daar kon ik niet aan denken.

Paul de Octopus voorspelde dat Spanje zou winnen maar daar geloofden wij niet in. De parkiet van Marijke Helwegen, een BN’er die ik verder niet ken zei dat NL ging winnen en natuurlijk ging Nederland winnen.

Hoe langer de wedstrijd duurde hoe meer het er op leek dat we zouden gaan verliezen. Maar daar geloofde ik niet in.

De kansen kwamen en gingen. Spanje was goed, Spanje was net ietsje beter. Spanje zette net iets meer druk. Als het Nederland was geweest dat zo had gespeeld had ik geweten dat we gingen scoren maar het was Spanje dat zo speelde. Nederland werd gek gespeeld en Spanje behield het spel. Nederland vocht als leeuwen, als jonge onbeheerste leeuwen en Johhny Heitinga werd eruit gestuurd.

Het was een rare onwerkelijke droom. Ik keek er naar en alles ging langs me heen. Het was net zo onwerkelijk als toen NL in de finale kwam. Maar nu de keerzijde. Natuurlijk scoorde Spanje.

Thuisgekomen werd ik toch weer erg trots dat Nederland in de finale stond en tweede van de wereld is. Ik was het Nederlnds Elftal dankbaar voor het grote plezier dat ze me gegeven hebben.
Maar nu de dag er na heb ik een kater. Net als de rest van het land.  Ik wil geen kranten lezen en horen van andere mensen hoe we gespeeld zouden moeten hebben. De droom is uit. Een mooie oranje zeepbel.

Knal. Zilver.

Hoog onder zeespiegel.