De koning en zijn prinses

Daar stonden we met ons drieën in de regen. De dode Mickey in mijn armen. Ik legde hem voorzichtig in het langwerpige gat dat we met ons drieën gegraven hadden, H en R hielpen met het kopje, Sterretje rende als een gek rondjes door de tuin. Toen Mickey lag maakte H de foto, hij lag er mooi bij. Dat zeggen mensen vaak bij een dode, soms klopt het , soms klopt er niets van maar Mickey lag er goed en rustig en vredig bij, zijn leven geleefd en het was een mooi leven geweest met goed eten, menselijke warmte op zijn tijd, eerst met een vrolijke hond en daarna met dat eigenwijze Sterretje.

Wat was Mickey boos toen Sterretje kwam, ikzelf lag ziek met een ontsteking van mijn pancreas, Britta werd steeds ouder  en krakkemikkiger en het was tijd voor nieuw leven vond ik.

Ook had ik weinig aan Mickey wat muizen betreft, hij keek er naar en dat was alles wat hij deed. Verder liet hij zich koeioneren door een jonge ongesneden kater die brutaal de tuin in kwam en Mickey op joeg. Met veel misbaar gooide ik die kat eruit en Mickey vond dat blijkbaar normaal want beneden zijn stand een kat uit zijn tuin te jagen.

H had net twee kleine katjes en ik was zo blij jonge beestjes te zien dat ik ook een jong katje wilde, ik hoorde van een nest in de Betuwe en ik koos een schildpadje met een geel befje en een ster op haar kop. Toen ze hier kwam had ze nog blauwe oogjes, ik denk dat ze een week of zes was. Te klein. Maar niet te klein voor Mickey. Hij blies naar haar en verliet toen het huis. Twee dagen lang kwam hij niet meer binnen. N de zoon van R begon een gesprek met hem, op de een of andere manier vond hij het heel normaal om met katten te praten, hij was toen een jaar of elf, hij wilde er niets van weten dat wij het bijzonder vond dat hij praatte met beesten en als wij hem dierentolk noemden vond hij dat belachelijk.

‘ Mickey is boos,’ zei hij, ‘ hij begrijpt niet dat jullie altijd die kat eruit jagen die de tuin in komt en nu haal je zelf een kat binnen, hij snapt daar niets van. Je moet het hem maar eens goed uitleggen. En dan moet je in plaatjes doen want woorden begrijpt hij niet altijd.’

Ik deed mijn best maar Mickey kwam niet terug.

En toen deed ik wat ik altijd doe als ik het niet meer weet. Ik ging voor mijn gohonzon zitten en begon te chanten en terwijl ik chantte probeerde ik in plaatjes te denken en Mickey te vertellen dat ik helemaal niet minder van hem hield maar dat we een stoere meid nodig hadden die hem zou verdedigen tegen dat rotjoch dat de tuinen wilde overnemen.

Ik chantte, dacht aan Mickey en wenste dat hij weer binnen zou komen.

En hij kwam, misschien na een half uur, misschien na drie kwartier maar de kamerdeur werd met geweld open geduwd  en daar kwam de Koning binnen. Hij sprong op schoot.

En nu rende Sterretje verward door de tuin en wij legden Mickey op zijn plek. Met mijn handen schepte ik de donkere aarde over hem heen. Zijn kopje bedekken kon ik niet. H pakte blaadjes van de kersenboom die met de herfst van de takken op de grond zijn gevallen en legde die over zijn kopje. Ik strooide het de aarde erover.

Hij was al snel bedekt met aarde. Hierna schepten we de aarde over hem heen. Hij kreeg een zandheuveltje waar ik bollen in ga planten.

Een geschoren kat. Een koning

De Tibetanen kennen het begrip Bardo. In de Wikipedia zie ik dat de Tibetanen zelfs zes bardo’s kennen maar ik kende alleen de tussentoestand tussen het ene leven dat achter de overleden mens ligt en het volgende leven.

Toch zal het misschien ook de toestand zijn als men het leven achter zich laat maar nog niet gestorven is.

Nadat Mickey te kennen had gegeven dat hij zijn lichaam zou verlaten door de tekenen die misschien alleen ik begreep omdat hij al zo lang bij me was begon voor mij het waken en wachten.

Een paar dagen voor hij was ingestort was het me al duidelijk geworden dat…ik weet eerlijk gezegd niet wat maar hij was steeds slechter gaan lopen, hij zakte steeds meer door zijn achterpootjes en zijn rechterachterpoot sleepte achter hem en leek niet meer goed te functioneren.

Ik wilde heel graag raad. Wat moest ik doen. Leed hij? Moest ik naar de dierenarts?

Eén keer per jaar ging ik met Mickey naar de dierenarts omdat zijn haar zo lang was geworden dat het veelal in klitten onder zijn oksels en zijn buik zat, plekken waar ik niet aan kon komen. De eerste keer dat ik probeerde zijn klitten te ontwarren had hij hard gespind tot hij opeens zijn beide voorpoten met nagels uit en een bek vol scherpe tanden in mijn onderarm zette en wonden veroorzaakte  waar het bloed uitspoot en die later voor moeilijk genazen. Ik probeerde het nog een paar keer met hetzelfde resultaat en realiseerde me dat ik met hem naar de dierenarts moest om hem te laten knippen onder narcose. De vrouw van wie ik Mickey die toen nog Midas heette had overgenomen had me dit ook al gezegd en ik maakte een afspraak.

Om hem in het mandje te krijgen had ik altijd hulp nodig en veel van mijn vrienden en kennissen hebben me geholpen om hem in het mandje te krijgen. Het ging gepaard met gesis en geblaas en hij vocht uit alle macht , spreidde zijn pootjes zodat hij er niet in kon of haalde uit als we het luikje dicht deden.

Maar twee mensen zijn altijd sterke dan een boze kater en sissend, blazend en protesterend liet hij zich naar de dierenarts vervoeren. Soms in een auto maar ook vaak vervoerde ik hem op de fiets. Dan was hij vaak stil en keek hij nieuwsgierig naar de straat, de auto’s, de fietsers en de wandelaars. Ik gaf hem af en de trimster vroeg hoe ik hem wilde, plukken of scheren, ik heb hem een paar keer laten plukken maar dan groeide het haar snel weer dicht en moest ik alweer snel met hem terug en dat wilde ik liever niet.

Ze onderzochten zijn bloed en later zijn nieren en gaven hem een klein roesje. En terwijl hij sliep werd hij geplukt of geschoren. Vaak als hij weer wakker werd was hij zo boos dat hij uitviel naar iedereen die bij hem in de buurt kwam.

Hij was een keer wakker geworden tijdens het scheren en had zijn tanden en nagels in de trimster gezet. Mickey aka Midas was berucht bij de dierenarts. Toch vonden ze hem ook leuk. Hij was zo mooi, trots en fier.

Ik ging alleen met hem naar de dierenarts voor dat knippen. Hij was verder nooit ziek. Ik haalde ook geen prikken voor hem tegen kattenziekte of iets anders, soms haalde ik wat vlooienspul op want hij had altijd vlooien.

De laatste keer dat ik bij de trimster was sprak ze haar verbazing uit dat hij er nog steeds was, ze vond het nodig dat hij goed onderzocht werd en ik gaf mijn toestemming. Ze gingen zijn nieren onderzoeken omdat hij toch wel wat meer dronk en ook zijn gebit zou onderzocht worden.

Zoals altijd belde ze me in de middag, Midas ( dat was de naam in zijn kattenpaspoort)  was bijgekomen en ik kon hem over twee uur weer halen. Ik moest hem rustig houden, hij mocht niets eten maar het eerste wat hij deed als hij wankelend en met gigantische pupillen uit het mandje kwam was hard mauwend naar zijn bakje lopen. Hij had tenslotte al bijna 24 uur niet gegeten. Er zat dan ook altijd eten in zijn bakje. Ik voed mijn katten als ze om eten vragen, geen regelmaat voor mijn katten.

Het was een kat. Een kat een koning. 1

Ik kijk terug op een vreemde week waarin ik me vooral tussen het leven en de dood bevond.

Het einde begon op zondag. Nu zou ik niet meer weten waarom ik vond dat het toen begon. Deden op zondag zijn achterpootjes het niet meer? Was het zondag dat ik hem twee keer vond in het kattenluikje? Zijn achterpootjes en achterlijf  uit het gat stekend met zijn voorpootjes, rest van het lijfje en kopje buiten? Ik duwde zijn lijfje door het gat en hij waggelde naar buiten. Een paar uur later vond ik hem weer in die houding en duwde hem opnieuw door het gat maar misschien was dit op zaterdag en kon ik hem op zondagmorgen niet vinden.

Dat was het geloof ik, ik zag hem zondag nergens, hij lag nergens in de keuken, hij lag niet tegen de deur van het voorhalletje aan, de kranten daar waren weer nat, hij had weer geplast, hij lag ook nergens in de badkamer. Hij leek niet in huis te zijn. Ik ging de tuin in en ook daar zag ik hem niet op zijn gebruikelijke plekken: het bankje tegen de muur van de buren, de stoel met het grote plastic bord, ik keek onder de tafel, ik keek onder de bank en daar zat hij, hij keek glazig uit zijn ogen, ik tilde hem op, hij was zo licht als een veertje, wat wil je toch jongen vroeg ik hem en wiegde hem in mijn armen als was hij een baby. Natuurlijk zei hij niets terug. Ik legde hem binnen maar hij wilde weer naar buiten en kroop het kattenmandje in dat in de hoek staat en waar ze soms in de zomer in liggen.

Ik hield hem de hele dag in de gaten, hij was veel buiten. Ik liet hem niet echt uit het oog, elke keer als ik naar de WC ging keek ik waar hij was. Als hij op de koude tegels lag legde ik hem weer in het kattenmandje.

Waarom, of misschien is het duidelijk, ik had het gevoel dat hij niet veel langer meer had.

Het proces had zich al een tijd geleden ingezet. Eigenlijk al toen jongen hier woonde en Mickey zich had teruggetrokken in de badkamer waar hij bijna niet meer uit kwam.

Ik had niks in de gaten maar volgens Mandy had hij een hekel aan die jongen en vertrouwde hij hem helemaal niet. Hij had zich hoog in de badkamer verschanst van waaruit hij het in de gaten kon houden. Het moment dat de jongen vertrokken was kwam Mickey weer de kamer in en ging bovenop me liggen.

Niet lang daarna kwam hij niet de kamer meer in en begon hij in mijn bad te piesen en poepen. Elke morgen moest ik het bad schoonmaken, de pis wegspoelen, de drollen weggooien in het toilet en het bad schoonmaken met zeep.

Dit duurde een tijd.

Hierna poepte en pieste hij dan weer in de douche en dan weer onder de tafel in de woonkamer. Er stond constant een emmer met sop in de kamer. Soms legde ik kranten neer maar op een gegeven moment waren de kranten op.

Soms zeiden mensen tegen me dat zij hem allang naar de dierenarts hadden gebracht maar dan zei ik dat ik hen niet was en dat ik dat niet ging doen of ik zei dat zij geen dieren hadden en dat dit soort dingen waarschijnlijk ook de redenen waren dat ze geen beesten hadden. Dit gaf men schoorvoetend toe.

Het in huis piesen en poepen ging maar door. Soms als ik zag dat hij aanstalten maakte te gaan piesen tilde ik hem op en bracht hem naar het einde van de tuin, zette hem neer en hij liep dan naar de bosjes en zette zich neer.

Over het algemeen dweilde ik gelaten zijn pies op.

De laatste maand pieste hij bij de ingang, ik legde kranten neer en dweilde een paar keer per dag zijn pies op. Drolletjes vond ik niet zo veel meer.

Een keer barstte ik in woede uit toen ik terug kwam van een bezoek aan het CCA, ik voelde me niet zo goed en dit was de druppel. De piesdruppel. Woedend ging ik tekeer. Ik zei al die dingen die mensen tegen me zeiden die niet begrepen waarom ik mijn incontinente kat niet liet inslapen.

Verbaasd hoorde en zag ik mezelf tekeer gaan.

Ik begreep mezelf niet goed, tot ik een paar uur later instortte met keelpijn en ik de volgende dag met koorts lag. Mijn weerstand was gebroken. Ook mijn weerstand tegen het voortdurende geplas en gepoep van mijn stoere viervoeter.

Maar twee weken later was het de zondag waarin ik wist dat Midas geen 22 zou worden. Ik wist dat hij zou gaan hemelen. Ik schreef het op Facebook want ik wist het, mijn rode jongen zou gaan hemelen.

De dagen die hierop volgden waren een tocht in het ophouden van leven. Ik zag het voor mijn ogen gebeuren.

Twee keer eerder had ik dit gezien.  Bij allebei mijn ouders. Maar ik wilde niet aan die vergelijking, mijn ouders waren mensen en Mickey was een kat.