Sociale Media

Ik zit al een mensenleven op het Internet. Ik herinner me nog hoe ik inbelde met een modem via mijn telefoon, dat geluid dat ik dan hoorde en hoe ik urenlang telefonisch onbereikbaar was omdat ik probeerde te emailen of mijn eerste pogingen deed op het internet.
Ik geloof dat Netscape mijn browser was. Xaviera wist er alles van en zij had allerlei computernerds rondlopen die mij ook het een en ander vertelden. Zo was er Chefren die mij zei dat een computer niet kapot kon door dingen die je er op typte, je kunt alles proberen zei hij, zolang je er maar niet met een hamer op slaat. Ik had een piepklein mini scherm dat zeker 50 cm diep was en een log grijs toetsenbord. Het was 1995. Ik maakte meteen overal gebruik van, zat op e lijsten en meldde me als een van de eersten aan op de nieuwe sociale media. Ik had ook al snel een blog, kocht een url en had weinig tot geen succes.
Ik vind mezelf behoorlijk boeiend want verveel me nooit bij mezelf, maar alleen mijn vrienden en vriendinnen zien dat ook. Ik heb weinig volgers en veroorzaak nooit een storm aan reacties. Ik zit op alles waar je maar op kunt zitten, ik blijf maar doorgaan tegen alle tegenslagen in en ik ben ook niet van plan om er mee op te houden.

Deze bovenstaande foto was mijn meest succesvolle foto op Instagram. Waarom? Geen idee.

Naar school

Ik keek er naar uit om naar school te gaan. Om echt iets te leren. In Indonesië had ik altijd verlangend mijn broer en zusje uitgezwaaid als de schoolbus hen kwam halen. De schoolbus was een omgebouwde vrachtwagen met een open laadklep. In die laadklep waren tegen de zijkant banken gebouwd met  een dak overheen.  Elke morgen kwam de wagen mijn broer en zusje halen. We stonden te wachten op het pad langs ons huis, de wagen kwam, er zaten al kinderen in, een trapje werd naar beneden geklapt, mijn broer en zusje stapten in en ik keek ze verlangend na. Waarom mocht ik niet naar school? Mijn moeder zei dat ik nog te klein was. Ik mocht pas naar school als ik vier was en ik was nog maar twee. Mijn broertje zei dat ik blij moest zijn dat ik niet naar school hoefde. School was helemaal niet leuk. Het was net een gevangenis, zei hij. Je moest de hele dag in je bankje zitten en je mocht niets. Je moest opletten en als je niet oplette kon je een tik krijgen. Je mocht niet praten want dan kreeg je ook een tik. Je mocht je niet bewegen want dan sloegen ze je ook  en als je al die dingen deed moest je in de hoek staan. Hij wilde dat hij niet naar school hoefde, ik kon doen wat hij wilde, ik had vrijheid,  hij werd in zijn vrijheid beperkt, als het aan hem lag ruilden we, school was vreselijk.  Ik geloofde hem niet. Mijn zusje vond school leuk en Vader gaf les op school dus zo erg kon het niet zijn.