De beroepskeuzetest

Ik ben achttien jaar en ik weet niet wat ik wil. Ik weet niet wat ik met mijn leven wil. Ik weet niet of ik wil gaan studeren. Ik weet niet wat ik wil gaan studeren. Ik weet niet hoe ik mijn leven vorm wil geven.
Ik heb geen idee. Ik kan niet verder denken dan de volgende dag, misschien de volgende week maar ik kan zeker niet denken aan wat ik wil de volgende maand.
Mijn ouders besluiten dat ik een beroepskeuzetest zal gaan doen en via onze achterbuurman die directeur van een ziekenhuis is word ik naar een psycholoog in Amsterdam gestuurd.
Hoe ik er kom, of ik gebracht word weet ik niet meer maar ik word in de ochtend op de PC Hooftstraat verwacht.
Het is een groot licht huis.
De psycholoog is in mijn ogen een oude man. Hij heeft een grijze muis als assistente, of is het een jonge knappe vrouw, misschien de jonge knappe vrouw in de ochtend en de grijze muis in de middag, ik weet het niet meer en waarom ik het vergeten ben zal later duidelijk worden.
De eerste test.
Ik krijg een groot aantal plaatjes te zien van oerlelijke mannen, ze hebben allemaal rotkoppen, het gaat in tweetallen, telkens staren twee boeventronies me aan en uit die twee rotkoppen moet ik telkens de sympathiekste kiezen. Als ik zeg dat ik ze allebei onsympathiek vind wordt mijn bezwaar terzijde gewoven, ik moet een keuze maken. De sympathieken worden op een stapeltje gelegd en ik moet weer kiezen uit dat stapeltje. Ik begrijp de zin niet van dit en het wordt me ook niet uitgelegd. Ik moet het gewoon doen.
De hele dag door doe ik testjes waar het nut me van ontgaat, ik vind het allemaal maar vreemd maar het zal wel ergens goed voor zijn en er zal wel uitkomen wat een goed beroep voor me is.
Aan het einde van de dag word ik bij de oude man verwacht, hij heeft een grote lichte kamer aan de voorkant van het huis.
Hij praat met me en stelt me vragen waarbij hij knikt.
Dan komt hij met zijn volgende vraag, er is nog een onderzoek waarbij hij mijn lichamelijke reacties wil testen, hij zal me vragen stellen en hierbij mijn lichaam aanraken, het is heel belangrijk voor de uitslag, het onderzoek heeft een naam die ik me nu niet meer herinner. Het is het laatste onderzoek, het zal ongeveer een half uur duren. Hij benadrukt nogmaals het belang van dit onderzoek.
“Zullen we het doen?” zegt hij
“Ja,” zeg ik.
Ik moet me hier wel voor uitkleden. Dat is de beste manier om mijn lichamelijke reacties te meten.
Hij doet de deur op slot.
Wat weet ik? Wat weet ik van misbruik? Ik ben een onschuldige scholiere. Er is nooit over mijn grenzen gegaan, niemand heeft zich aan me vergrepen en er is me nooit verteld over mannen die misbruik maken.
Ik kleed me uit.
Helemaal.
Naakt lig ik op een behandeltafel die in de ruimte staat.
Het onderzoek gaat beginnen.
Ik weet niet meer hoe het ging, welke vragen hij stelde. Wel weet ik dat hij me aanraakt en met een of ander apparaat over mijn lichaam gaat.
Nu terugkijkend kan ik bedenken wat er gebeurde, dat hij steeds heser ging spreken. Op een gegeven moment wil hij iets in me steken, ik zeg nee.
Hij begint zich ook uit te kleden en kruipt op me op de tafel. Ik duw hem weg en roep nee, nee.
Ik ben jong en sterk en ik denk niet dat hij dit verwachtte maar ik werk me onder hem uit.
Er wordt op de deur gebonsd.
“Professor, professor.” Roept een vrouwenstem.
Hij roept: “Een ogenblikje”.
“Trek je kleren aan en ga zitten,” snauwt hij naar mij. Hij wijst op de stoel voor zijn tafel en kleedt zichzelf aan.
Hij doet net alsof hij niet weet dat de deur op slot zat en zegt verbaasd: hee de deur zit op slot. Hij doet de deur open en verdwijnt.
Ik vertel dit aan niemand.
Een paar weken later komt zijn conclusie. Het is een dik pak papier waarin staat dat ik altijd voor de underdog zal kiezen, dat ik een kalme persoonlijkheid heb en het beste in een bibliotheek kan gaan werken.
Voor mij heeft die test van die viezerik geen enkele waarde. Ik zal nooit in een bibliotheek gaan werken. Ik zal nooit iets doen wat die goorlap denkt dat goed voor me is.
Een aantal jaren later lees ik ergens dat hij, wat natuurlijk te verwachten was, meerdere jonge mensen, mannelijk en vrouwelijk, heeft misbruikt. Ik geloof dat ik zelfs nog een keer een gesprek heb gehad met iemand hierover maar ik weet het niet meer.
Het is iets wat me nu, na vijftig jaar, nog steeds doet rillen van afschuw.
Plaats een reactie