Hoe verwerk ik mijn ongeval

Hoog onder zeespiegel. – deel 3

Vanaf een uur of zes hoor ik een zachte stem die zegt: het is tijd om wakker te worden, het is nu tien over zes. Het wordt een paar keer gezegd, dan weer een lange tijd niets tot het zo rond zevenen is. Vlak voor acht uur hoor ik het nog een keer.  Bij navraag de volgende dag weten ze niet waar ik het over heb maar toch heb ik het duidelijk gehoord. Om een uur of acht gaan de gordijnen open, de lucht is loodgrijs met dikke wolken die uit het Westen komen. Vliegtuigen vliegen langs, op naar de Buitenvelderstelaan om te landen. Ik probeer grapjes te maken met de verpleegsters die zich allemaal netjes aan me komen voorstellen.

Een vrouw komt binnen met het ontbijt, ze verontschuldigt zich dat ze niet voor me heeft wat ik misschien zou willen maar ze brengt twee papieren mee waarop ik moet aankruisen wat ik morgen wil eten. Ze vraagt of ik thee wil, ik zeg ja en of ik suiker wil en ik zeg ja. Ik krijg twee boterhammen en twee plakken kaas, wat jam, margarine, een bekertje yoghurt. De verpleegster zet de achterkant van het bed omhoog: “U moet even rechtop zitten,”zegt ze “zodat we kunnen zien hoe dat gaat.” Alles gaat moeilijk, mijn stuitje doet zeer alsof ik een hele grote blauwe plek heb. Mijn hele lijf doet zeer, alsof ik keihard getraind heb. Ik kan me alleen omdraaien door op mijn armen te steunen of me omhoog te trekken aan de papegaai boven mijn bed.  Mijn hoofd kan ik niet zonder pijn optillen, mijn halsspieren doen zeer, alles doet zeer. De pijn trekt door mijn lijf, dan doet mijn buik zeer, dan de achterkant van mijn benen, dan mijn tenen en ga zo maar door.

Na het ontbijt mag ik weer liggen. Er verschijnt een batterij artsen aan mijn bed, een jonge vrouwelijke co-assistent stelt me vragen, de rest kijkt belangstellend en welwillend toe. Ik kan me er niet veel meer van herinneren. Hierna komt een verpleegster die me mee neemt naar de douche, ik mag op een stoel zitten en zij zet de warme douche op mijn lijf. Dit is heerlijk. Het angstzweet wordt afgewassen. Ze wast mijn haar. Het is fijn. Ik ben nog steeds zo dankbaar dat ik leef al vraag ik me soms af of ik nog wel leef. Dat is beangstigend. Arm in arm met de verpleegster wandel ik terug naar mijn bed. Ik zeg dat ik een telefoon wil en binnen tien minuten heb ik een telefoon en een nummer waar ik mee bellen kan. Ik bel Sharon, ze zijn aan het chanten voor me, ze is blij mijn stem te horen. Dan bel ik Xaviera maar die is er niet. Die is onderweg naar mij want daar komt ze binnen stappen. Philip volgt even later met een zak vol fruit en fruitdranken. Als zij weg zijn komt Hannie en even later komt Mathilde.

 

Zicht vanuit mijn bed

 

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s