Mijn moeder was een echte koffiedrinker. Ze dronk haar filterkoffie zwart. Geen koffiemelk, geen suiker. Ze leerde mij hoe ik koffie moest zetten. Zoveel schepjes, 1 voor iedereen die meedronk, en 1 schepje voor de pot. Langzaam opgieten tot de koffie in de filter vochtig was en dan langzaam opgieten tot de hele koffie doordrenkt was. Het water zakte rustig door de koffie, als het gezakt was opnieuw opgieten.
Als kind hield ik niet van koffie, waarschijnlijk omdat iemand me vertelde dat als je als kind koffie dronk, je haar groen werd. Misschien vertelde mijn moeder dit.
Zo rond mijn zestiende begon ik koffie te drinken. Altijd met veel koffiemelk en drie scheppen suiker.
Na mijn komst in Amsterdam en de ontmoeting van mijn vriendin met Saïd , een vrolijke Marokkaan wiens naam ‘vrolijk’ betekent, dronken we Turkse koffie met suiker en cardamon. We hadden een Turkse koffiepot die op het gas ging en als de koffie tegen het koken aankwam haalde we de pot van het gas en zetten er weer op en herhaalden dit drie keer. Een paar keer per week belde Saïd aan en zette in de keuken de koffie.
Als Saïd niet kwam deden we het natuurlijk zelf.

Zo dronk ik dagelijks een kop of zes Turkse zoete koffie. Tot mijn maag het niet meer verdroeg en ik de koffie uitkotste. Zes maanden dronk ik geen koffie en na de zes maanden geen Turkse koffie met suiker en nooit meer zwart en bijna nooit meer met suiker.
Ik maakte kennis met de percolator en jarenlang was dat de koffie die ik dronk. Ik heb er thuis twee. Eentje voor zes kopjes en eentje voor twee. Mijn eerste gang in de ochtend was naar de keuken om water in het onderste deel te doen, koffie in het koffiefilter en dan op het gas. Havermelk in opschuimer en na drie minuten een klein bakje koffie met mooi schuim.
Ik dronk er drie. Hoe ze erbij komen dat er zes koppen uitgaan is en blijft me een raadsel.

Afgelopen dinsdag was ik bij de cardioloog. Mijn hart was goed maar mijn cholesterol en mijn bloeddruk kunnen beter.
‘Hoeveel koffie drink je,’ vroeg ze.
‘Drie,’ zei ik
‘Dat is eigenlijk te veel,’ zei ze. ‘En je kunt beter filter drinken’.
Die middag kocht ik een kleine filterkoffiepot met een permanent koffiefilter.
Mensen waren lovend. De koffie was zo heerlijk.
Aan de telefoon met een vriendin vertelde ik haar erover, en ze zei: opgieten duurt zo lang.
Nog onwetend zei ik: ach dat moet wel lukken.

Vandaag voor het eerst de nieuwe filterkoffiepot gebruikt. Gedaan zoals mijn moeder me leerde, een schepje voor mij, nog een schepje voor mij en een voor de pot. Ik goot het kokende water erop en begreep weer waarom ze dit in sommige koffiezaken ‘slow coffee’ noemen.
Geen les in geduld maar een bedachtzame oefening.
De koffie was heerlijk. Zo zacht als ik het me van mijn moeder herinner.
Dank je wel lieve moeder, voor de koffieles.
Plaats een reactie