Vannacht droomde ik dat ik dood was
Of droomde ik dat jij dood was
Jij bent al dood maar ik nog niet.
Of ik het nu was of jij, laat ik doen alsof ik het was, dus opnieuw beginnen:

Ik droomde dat ik dood was.
Er was niet veel verschil met het leven.
Ik kon nog denken.
Ik kon nog houden van de mensen waar ik van hield.
Het enige dat ik niet meer kon was communiceren met die mensen.
Ik kon geen kaartje meer sturen.
(Mijn moeder zei tegen me toen ze zich realiseerde dat ze zou sterven:
‘En dan kan ik je geen kaartje meer sturen als ik daar ben’.
Ze stuurde me op elke reis die ze maakte een kaartje, waarop iets stond als we hebben het fijn maar missen je, liefs, je moeder en dan schreef mijn vader, in zijn kleine en precieze handschrift: je vader ook)
Ik moest er over na denken dat ik nu ik dood was geen kaartje meer kon sturen.
Ik kon wel na denken.
Ik kon mensen missen.
Ik kon me met mensen verbonden voelen.
Maar ik kon geen kaartjes sturen.
Wat was er gebeurd in mijn leven dat ik dat niet meer kon.
Daar dacht ik over na.
Er was geen leven meer voor mij.
Wat er gebeurd was in mijn leven was dat ik dood was.
Ik leefde niet meer.
Ik kon mijn armen niet meer bewegen. Ik kon mijn ogen niet meer openen. Ik kon niet meer schrijven. Ik kon geen kaartje meer kopen. Ik kon geen postzegel plakken. Ik kon niet meer naar de brievenbus om de hoek lopen om de brief op de post te doen. En dat kon ik niet meer doen omdat ik dood was, en stijf was en mijn lichaam niets meer deed en kon.
Ik was verbaasd want verder was er niets veranderd.
Mijn gevoelens waren er nog, mijn verlangens waren hetzelfde.
Het verbaasde me want ik voelde me zo levend.
En toch was ik dat niet.
Had ik ooit iemand gezien die dood was geweest en nu weer leefde?
Had ik er ooit over gehoord?
Nee.
Ik had nog nooit iemand ontmoet die uit de dood was teruggekeerd. Ik heb natuurlijk gelezen over mensen met bijna dood ervaringen maar ik was niet bijna dood. Ik was al een paar dagen dood en daar had ik nog nooit iets over gehoord en gelezen. Dode mensen die na een paar dagen weer levend waren geworden, bestonden niet.
Dit was het dus.
Ik kon niks meer met dat lijf van me.
Dat lijf van me deed en wilde niks meer.
En om iets te doen had ik dat lichaam nodig.
Dit was wat de dood betekende, realiseerde ik me en het voelde alsof ik dit voor het eerst besefte.
Het denken stopte niet, het voelen stopte niet maar dat ik dood was betekende dat ik niets meer kon, ik kon me niet meer uiten en ik kon geen contact meer maken met de mensen die ik had achter gelaten.
Met dit besef werd ik wakker.
Plaats een reactie