>Totness Suriname

>De grote oost-westverbinding voert me langs minuscule dorpjes. Het enige dorp van betekenis is Totness, tevens hoofdplaats van het departement Coronie. Een eigenaardig kunstwerk domineert het dorpsplein; het zijn twee ijzeren slippers, teklés. De Javaanse immigranten brachten niet alleen hun veelzijdige cultuur mee uit Indonesië, maar ook hun typisch schoeisel: een slipper met houten zoom met balatarubber erover heen. In die tijd waren schoenen haast onbetaalbaar in Suriname en zo vonden de teklés ook hun weg naar de voeten van de andere bevolkingsgroepen, zoals Creolen en Hindoestanen. In de volksmond werden de slippers al gauw omgedoopt tot tip tip, verwijzend naar het voortgebrachte geluid bij het lopen. De gebruiken van de geïmmigreerde volkeren laten tot op heden hun sporen achter.
Ik vind een onderkomen in een koloniaal pand dat dienst doet als herberg. De buitenkant roept bij mij associaties op met het plantageverleden. Dat wordt evenwel al gauw teniet gedaan wanneer ik een blik werp op de binnenkant. In de grote inkomhal die tevens dienst doet als eet- en zitruimte tref ik op een versleten sofa de gerant aan. Met haar volle overgewicht ligt ze languit ineengezakt te lurken aan een sigaret. De assen vinden hun weg in een doorzichtig limonadeglas. Ik word meteen gewaarschuwd door de dame dat ik me niet veel moet voorstellen van het aangeboden comfort. Van eerlijkheid gesproken. Het valt al bij al nog mee; ik heb nog erger gezien. Het meubilair in de kamer heeft zijn beste tijd gehad, net als de matras. Ook het sanitair gedeelte zou een grondige opknapbeurt wel ten goede komen.

Voor de invallende duisternis verken ik nog heel even het dorpje. Met zijn verloederde houten huisjes ligt het verscholen als in een oud verhaal. De tijd lijkt er stil gestaan. In de schaduw van zijn verleden ligt de hoofdstraat er verlaten bij. Hier en daar stijgen rookpluimen op. Totness bevindt zich in het zwampgebied en de omliggende moerassen zijn een broeiplaats voor muggen. Het verbranden van lege kokosnoten houdt hen op een veilige afstand. Wanneer ik de dichtgeslipte modderbanken ter hoogte van het piepkleine strand opzoek, word ik aangevallen door een legertje bloedzuigers. Ze prikken als op hol geslagen gekken doorheen mijn koersbroek. Ik spurt terug naar het hotel en meet enkele minuten later met ongeloof de schade op. Mijn achterwerk ziet eruit als een pokdalig gezicht.

(Niet geschreven door mij maar gevonden op het Internet op zoek naar zon)

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s