Depressie

Dertig jaar geleden belandde ik in een zware depressie. Ik was binnen anderhalf jaar mijn beide ouders kwijt en verloor daarmee mijn ouderlijk huis. Ik hield veel van mijn ouders en was erg op ze gesteld. De meeste zondagmiddagen reisde ik af naar de plek waar zij woonden. Mijn broer kwam ook vaak en op die zondagmiddagen genoot ik van de onvoorwaardelijke liefde die mijn ouders voor me hadden. In augustus 1990 was dat voorbij, zonder dat ik er enige invloed op had was ik iemand anders geworden, ik was kind af, de mensen voor me waren weg.
Tijd om over mijn vader te rouwen gunde ik me niet. Ik had heel veel gehuild over mijn moeder en had genoeg van het huilen. Ik stortte me op mijn werk. ’s Nachts sliep ik niet en overdag werkte ik hard tot het niet meer ging. Ik stortte in. Maar stoer als ik ben wilde ik niet dat iemand dit wist. Ik nam van het ene op het andere moment ontslag op mijn werk en kroop in bed met de telefoon eruit. Na een paar dagen belde ik mijn huisarts, ik had pijn in mijn lijf en terwijl ik met haar aan de telefoon was barstte ik in huilen uit. Ze nodigde me uit langs te komen en maakte een plan om me uit bed te houden. Ze stuurde me naar een hele lieve Mensendiecktherapeute die me fysiek aan het werk zette, ik moest thuis een aantal oefeningen doen waardoor ik niet helemaal verstijfde. Ik ging, ik weet niet meer hoe lang, elke week drie keer naar deze therapeut en deed thuis braaf mijn oefeningen. Na een aantal maanden liepen deze bezoeken op hun einde. De Mensendiecktherapeute vroeg me of er een sport was die ik leuk vond want dat het belangrijk was dat ik bleef bewegen. Een sport? Die ik LEUK vond? Na mijn eindexamen had ik nooit meer iets aan sport gedaan. ~ wordt vervolgd

Vriendschappen

Alles wat ik weet over vriendschap heb ik geleerd van mijn ouders, zij hadden levenslange vriendschappen.
Mijn vader Koert is zijn hele leven bevriend geweest met Jan, Wim en Otto, drie vrienden die hij op veertienjarige leeftijd had gemaakt op het Willem Lodewijk Gymnasium in Groningen. Mijn vader kon ontroerd vertellen hoe zij vieren hadden besloten de door de Duitse bezetters vereiste loyaliteitsverklaring* niet te ondertekenen en hoe zij met een handdruk afscheid namen en niet wisten of zij elkaar ooit nog zouden zien. Alle vier doken ze onder. Ze overleefden de oorlog en bleven bevriend.
Mijn moeder had vriendin Mimi die ze tijdens WO2 in een hospitaal had leren kennen en ook zij waren hun leven lang bevriend. Mimi en Jan met zijn vrouw Jannie voelden als mijn familie. Mijn moeder had geen familie, het grootste deel van mijn vaders familie woonde in Canada en met zijn eigen broer die hier was gebleven was het contact goed maar zeker niet uitbundig. Dat was wel het geval met Jan en Jannie, Otto en zijn vrouw Koosje en Wim en Hillie die mijn vader attent had gemaakt op mijn moeder. Maar hier zal ik een andere keer over schrijven. Elk jaar gingen de vier vrienden met elkaar een weekend weg en Mimi ging vaak met ons gezin mee op vakantie. Mimi had geen man. Ik was dol op Mimi en zij op mij.

[*De loyaliteitsverklaring was een verklaring die studenten in Nederland in 1943 moesten ondertekenen. In die verklaring moesten zij beloven dat ze zich zouden ‘onthouden van iedere tegen het Duitse Rijk […] gerichte handeling’. De verklaring werd door de Duitse bezetter op 13 maart 1943 ingevoerd, de studenten hadden tot 10 april de tijd om de verklaring te ondertekenen. Wie niet tekende, mocht geen college meer lopen.]

Vriendschap

Lido & Ata in 1980

Al jaren is dit een feestdag voor me. Mijn lieve vriendin Lidi is jarig. Lidi is een van mijn alleroudste en liefste vriendinnen. Met oudste bedoel ik niet in leeftijd maar in periode. Lidi en Stel. Zij zijn het. We drieën kennen elkaar nu 45 jaar en zijn al deze jaren vrienden gebleven. Lidi en ik hebben wel eens mot gehad en elkaar een paar maanden niet gezien maar gelukkig hebben we de draad weer opgepakt en ik denk niet dat we elkaar ooit nog loslaten. Elkaar bezoeken voor de verjaardag doen we niet dit jaar. Wel vieren we onze verjaardag op een andere dag en we hebben nu afgesproken dat ik in het begin van 2021 met gebakjes van Blommestein naar Lidi kom en zij haalt op haar buurt gebakjes bij Cornelisse en zo eten wij ter ere van elkaar en onze vriendschap twee gebakjes.
Een tijdlang woonden wij in het zelfde huis, zij op de 1e en ik op de 2e. Het was een wilde hedonistische tijd waarin we ruige dingen beleefden. Vaak gingen Lidi en ik om 1 uur ‘s nachts uit. We maakten ons op, trokken mooie kleren aan en daar gingen we: Aangekleed gaat uit, zei Lidi dan.
Een vriendschap als deze is je ware.

Een fundamentele fout ~4e dag

In bed luister ik naar Podcasts, luisterboeken en Blendle. Vanaf zeven uur in de ochtend lezen prettige stemmen achtergrondartikelen over het nieuws. Soms val ik dan nog even in slaap. Natuurlijk gaat het vaak over Corona. In het begin van de pandemie bijna alleen maar en werd ik er soms droevig van. Maar het artikel van vandaag over Corona, gepubliceerd in De Volkskrant van vandaag en geschreven door YUVAL NOAH HARRIS gaf me goede zin.
Het artikel gaat over de fundamentele fout waaraan complottheorieën lijden. Ik ken iemand die al jaren deze theorieën aan mij vertelt, zij is een heftige gelovige, een kleine groep mensen heeft de touwtjes in handen en aan aan die touwtjes zitten wij als marionetten. Het zijn stinkend rijke mensen en als ik dan vraag wat die stinkend rijke mensen die alles al hebben van mij willen zegt ze Macht. Ik snap het nooit zo goed, die mensen hebben alles en hebben ook meer macht met hun geld dan ik ooit zal hebben en dan willen ze nog meer macht. Ik kan er niet echt in meegaan, ik vind het te absurd. Maar meestal weet ik niet wat ik moet zeggen. Dit artikel gaf me inzicht. Nu nog de juiste woorden vinden.
Iets wat Yuval schreef had ik ook al bedacht: dat de complotdenkers op deze manier de ingewikkelde wereld denken te begrijpen. En wij mensen willen vaak begrijpen. We denken dat als we begrijpen we het allemaal aan kunnen. Maar er is zoveel niet te begrijpen. En vooral het gedrag van de mens. Onze reacties zijn niet voorspelbaar.
Dat is precies de fundamentele fout van de complottheorieën. Die gaan er vanuit dat een klein groepje mensen acht miljard mensen onder controle kunnen hebben.
Iedereen die wel eens iets met andere mensen heeft georganiseerd weet hoe moeilijk dat is. De een wil zus, de ander vindt zo. Het kost veel moeite om iedereen dezelfde kant op te krijgen en soms lopen er mensen gillend weg en slaan met de deur. Of hoe gemakkelijk is het met je familie de feestdagen door te brengen; iedereen wil dat het gezellig wordt…..

Wind mee wind tegen ~3e dag

Wind mee wind tegen derde dag.

Ik denk dat wij in Nederland dit allemaal kennen. Je bent aan het fietsen, het gaat zonder enige moeite en je fietst heerlijk. Misschien verbaas je je er over en denk je: is mijn conditie heel goed? Heb ik goed geslapen? Wat fiets ik toch ontspannen.
Zo verging het mij vanmorgen toen ik langs de Amstel fietste op weg naar mijn hondenvriendin die op de Sarphatistraat woont. Ik keek naar de overkant of ik daar misschien mensen tegen de wind zag worstelen maar er fietste niemand, ik zocht een vlaggenmast met een vlag er aan maar net toen ik keek hing die slap naar beneden.

Keesje had er weinig zin in vandaag. Ik hoefde haar niet mee te sleuren want dat doe ik niet maar ze snuffelde weinig, keek me liefdevol de hondenbrokjes uit de zak en liep maar weinig de parmantige Keesjeloop. Onder de Torontobrug kwam de harde Zuidwestenwind ons tegemoet, Keesjes haren bliezen naar achteren en wij hielden ons nauwelijks staande in deze tegenwind.
Daarom had ik zo lekker gefietst een kwartier eerder, het lag niet aan mij, het lag aan de wind.

Zo is het leven, soms hebben we wind mee en vaak hebben we dat niet eens in de gaten, we worden voortgeduwd en het leven lijkt ons geen enkele moeite te kosten maar als we wind tegen hebben zijn we ons daar terdege van bewust en kunnen we klagen over alles wat ons tegen zit.
Wat ik hiermee wil zeggen weet ik niet.
Iets of niets?


De Sarphatistraat: wereldberoemd geworden door Nescio wiens De Uitvreter begint met de zin: Behalve den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter.

Met “de man die…” verwijst Nescio naar de Nederlandse schrijver en Walden-oprichter Frederik van Eeden. Van Eeden beschreef de Sarphatistraat in 1888 als een voorbeeld van negentiende-eeuwse wansmaak, terwijl hij zich toch kon herinneren dat hij het vroeger de mooiste straat van Amsterdam vond. De combinatie “Van Eeden” en “wonderlijke kerel” werd kennelijk vaker gebruikt. In een toespraak die hij in 1899 tot Amsterdamse arbeiders richtte, introduceerde Van Eeden zich met de woorden: “Misschien heeft men u verteld dat ik een wonderlijke kerel ben…”

Ik ga wel~in tweede lockdown

Vandaag was het de tweede dag van de tweede lockdown.

Het was een mooie dag met zon en om kwart voor elf fietste ik met mijn zwemvrienden naar het De Mirandabad om daar in badpak te gaan zwemmen. Om persoonlijke reden geen wetsuit vandaag. Het water was 21 graden, de buitentemperatuur 9. Ik heb anderhalve kilometer in een rustig tempo gezwommen.


Ik ga WEL drie keer in de week in het buiten bad van het De Mirandabad zwemmen.
Ik ga WEL buiten koffie drinken met mijn zwemmaten na het zwemmen in het buitenbad.
Ik ga WEL wandelen in de Rivierenbuurt.
Ik ga WEL Keesje uitlaten.
Ik ga WEL studeren met mijn boeddhamaten.
Ik ga WEL naar nieuwe en oude muziek luisteren.
Ik ga WEL in de beslotenheid van mijn kamer hard meezingen met muziek.
Ik ga WEL foto’s maken van kale bomen.
Ik ga WEL proberen dagelijks 200 honderd woorden te schrijven.
Ik ga WEL thuis aan de elastieken hangen en armen en benen trainen.

Ik ga WEL een mondkapje dragen.

Ik ga WEL afstand houden.

Ik ga WEL tegenspreken als mensen me bang of angstig noemen.

Ik ga WEL het leven vieren.

Eerste dag nieuwe lockdown

Copyright: de onbekende fotograaf

We zitten in een nieuwe Lockdown en ik vraag me af wat ik allemaal NIET ga doen vandaag en de volgende vierendertig dagen.
Mijn leven speelt zich al veel af in de besloten ruimte van de JStraat 7 maar ik bezocht nog mensen, en ik gaf nog zwem trainingen in een zwembad en ik ging nog naar de sportschool.
Deze activiteiten gaan niet meer door tot 19 januari. Meer dan een maand.

Wat ga ik NIET doen?
Niet twee keer in de week naar het Noorderparkbad om borstcrawl training te geven aan beginnende borstcrawlzwemmers.
Niet drie keer in de week naar de sportschool.
Niet mee doen met een uitdagende bewegingsles op muziek voor ouderen.
Niet twee keer in de week mijn spieren opbouwen met fijne apparaten die mij nu niet herkennen aan mijn polsbandje.
Niet een of twee keer in de week trainen met mijn zwemmaten van Gay Swim Amsterdam.
Niet een keer in de twee weken langs de bedrand staan en mijn zwemmaten van Gay Swim Amsterdam aanmoedigen of wat leren over zwemslagen.
Niet lunchen bij mijn 77 jarige lieve vriendin X.
Niet naar Friesland om Kerst te vieren met mijn lieve vriendinnen.
Niet heiligenabend vieren met een nieuwe vriendin.

Lelijke grijze ouwe snorremans

Ik heb nog nooit naar dat voetbal programma op Veronica gekeken met die Grijze Snorremans. Zijn naam weet ik even niet meer, die ontschiet me telkens. Hij is bekend om zijn uitspraken tegen homo’s en vrouwen. Afgelopen vrijdag zag ik 1 minuut van dat programma, na een ontzettend leuke wedstrijd van de Oranje Leeuwinnen waar Lieke Martens eindelijk weer los was en schitterende staaltjes liet zien, Vivianne Miedema hem er net niet in schoot maar prachtige voorzetten gaf en de vrolijke Jackie Groenen twee keer subliem scoorde. Het plezier spatte er af. Het was een heerlijke wedstrijd en vlak daarna begon dat programma.
Grijze Snorremans stond aan een tafeltje en verkondigde dat hij niet naar de wedstrijd van de Leeuwinnen gekeken had. Hij keek niet want het was zo houterig, dat is toch geen voetbal. Hij kijkt niet maar beweert dus dit. Snorremans is een oerlelijke man en niet alleen dat, hij is ook nog eens stokoud, wie wil er nou naar zo een onooglijke vent kijken? Flink veel mannen blijkbaar want deze mottige ouwe vent is al jaren te zien. Nu ik hem heb gezien weet ik dat ik hem niet serieus hoef te nemen. Je macht is voorbij ouwe.

Verhuizen

7 tips die je leven redden als je gaat verhuizen met jonge kinderen *  Kaktussen

Een keer in de zoveel tijd droom ik dat ik verhuisd ben. Dit droom ik sinds een jaar of dertig. Ik vind het altijd erg, ook al ben ik inderdaad sinds die tijd een keer verhuisd en vind ik dat helemaal niet erg.
Dit keer deed ik een vreemd soort driewegruil. R woonde waar ik ging wonen. [In het echte leven was R een bijzondere vrouw waar ik een tijd op vriendschappelijke wijze mee omging, zij woonde destijds in het kraakpand tegenover mij en verhuisde naar het Land van Maas en Waal, een jaar of twintig geleden maakte ze een einde aan haar leven.]
In mijn droom woonde zij in een kraakpand aan de Kinkerstraat, zij ruilde met een hele dierbare en lieve vriendin van me die helaas in een hele zware depressie zit waar ik niks aan weet te doen, deze vriendin noem ik S, R ging in het huis van S wonen, S ging in mijn huis wonen en ik ging in het huis van R. Ik was blij.
Meteen toen ik aankwam moest ik mee doen met een demonstratie, #blacklivesmatter of #krakengaatdoor, we liepen door de Kinkerstraat en ik voelde me weer verbonden met protesten voor een betere wereld, en niet zo’n egoïstische demonstratie voor het beëindigen van de Lockdown ‘want ik wil mijn vrijheid terug‘, er was in mijn droom helemaal geen lockdown. Na de demonstratie ging ik slapen in een van de kamers van R’s huis. Geen van de kamers had een deur en terwijl ik sliep kwam er een groep jongens van een jaar of twintig binnen waar ik wakker van werd, ik voelde me niet echt maar wel een beetje bedreigd en ik vertelde ze weg te gaan wat ze braaf deden.
Na mijn ontwaken ging ik op ontdekkingstocht door het pand, er waren veel kamers, het was allemaal een beetje shabby. Een trap leidde naar een schitterende lichte ruimte met ramen alom, er was een klein platje met een reling waar protestborden en prikkeldraad aan hingen. Dit leek me een prima kamer om de mijne te maken. In mijn achterhoofd zat de gedachte zal ik spijt krijgen van het opgeven van mijn tuin en ik belde S, zij was net in een moeilijk gesprek met haar hulp en ze klonk heel erg somber, ze was niet blij in mijn huis, ik stelde voor dat ze in mijn tuin ging zitten maar ze had bezwaar. Met een bezwaard hart ging ik naar de kamer die ik de mijne wilde maken. Er zaten allemaal vrouwen, vrouwen van kleur aan tafeltjes met elkaar te praten, ik stelde me voor en ze vertelden me dat zij deze kamer gebruikten om te vergaderen. Een jonge vrouw kwam zich voorstellen en zij was de coördinator van het huis. Alles wat ik wilde moest ik eerst met haar overleggen, ik moest vijfhonderd euro per maand betalen plus nog een bedrag om gemarginaliseerde groepen te helpen en hoewel ik haar wel een leuke en interessante vrouw vond zag ik vooral dat steeds te moeten overleggen met haar helemaal niet zitten. We liepen samen over de Kinkerstraat en ik was eigenlijk wel tevreden met mijn keus. Het was er druk en levendig en ik dacht eraan dat ik nog geen twee dagen geleden had gedacht dat ik altijd hier op de JStraat in de Rivierenbuurt wilde blijven wonen en nu zo gelukkig was dat ik op de drukke Kinkerstraat woonde, vlak bij het hart van de stad. Ik had het gemist dacht ik. Maar tegelijkertijd miste ik mijn tuin en mijn straat en de rust en de brede stoep, ik dacht eraan dat ik dit vaak droomde maar nu was het echt zo, ik had echt mijn huis op gegeven om hier te wonen.
Ik ontwaakte, voelde mijn bed, keek uit op mijn tuin.
Gelukkig ik was nog hier in de saaie Rivierenbuurt.

Corona tijden, vreemde tijden.

Ik ben zo blij dat ik negatief getest ben! De test viel me nog alleszins mee. Ik had natuurlijk gruwelverhalen gehoord. Dat het leek alsof ze in je hersens zaten te poeren. Dat is niet mijn ervaring. Eerst gingen ze mijn keel in, heen en weer, dat vond ik niet fijn, met hetzelfde stokje ging hij toen mijn neus in. Mijn linker neusgat. Eerlijk gezegd, tussen jou en mij, vond ik het wel lekker. Is dat pervers? Als ik ziek zou zijn zou ik het wel overleefd hebben maar toch….die angst die ik zaterdag, zondag en maandag kende.
De angst dat ik heel erg ziek zou worden, misschien zelfs wel op mijn buik aan de beademing moest liggen. Verschrikkelijk.
Gelukkig niet, nu wil ik het zo houden, ik geloof dat incubatietijd 2 tot 10 dagen is, dus als ik aan mijn ontmoeting met mijn vriend denk, nu een week geleden, moet ik nog drie dagen voordat ik weet dat ik echt niet besmet ben, donderdag, vrijdag, zaterdag…
Corona tijden, vreemde tijden.
Ik weet niet echt wat ik denken moet, ik weet niet of ik het eens ben met het kabinetsbeleid de horeca op slot te doen, ik voel mee met de cafés van de mensen die ik ken, of het café waar ik graag kom aan de overkant, ik wil niet dat ze failliet gaan. Ze zijn open voor ophalen en je kunt er eten halen maar ik mag de straat niet op. Ben wel van plan als dat weer mag daar een keer per week eten te halen.
Maar wat mij ook ergert aan de anti Corona club is dat ze net doen alsof ik een Jaknikker ben. Alsof ik, omdat ik mij wil houden aan de maatregelen, ik een fan van Rutte ben. Ik ben helemaal geen fan van Rutte. Rutte, vind ik, is veel te ver gegaan met zijn bezuinigingen, ik vind het werkelijk abject hoe hij onze verzorgingsstaat aan het afbreken is. Ik draag niet een mondkapje omdat Rutte het zegt, ik draag een mondkapje omdat ik niet ziek wil worden en het niet aan iemand anders wil geven.
Ik ben geen marionet van deze regering omdat ik afstand wil houden en zoveel mogelijk afstand houd. Dit is een van de dingen die mij ongelooflijk irriteren aan de Corona ontkenners. Dat mensen in een hoek duwen, wij de schapen en zij die het weten.
Daarom ook vond ik Lubach zo goed, hoe hij de informatie van de Complot denkers ontrafelde, die door het algoritme van Facebook en You Tube te zien krijgen wat lijkt op hun eerdere keuze. Angstaanjagend toch?

<span>%d</span> bloggers liken dit: