Depressie en Sport

De baadster – Hildo Krop

Een paar dagen geleden schreef ik dat ik dertig jaar geleden in een zware depressie terecht kwam na het verliezen van mijn ouders en mijn ouderlijk huis. In mijn mail box kwamen berichten van mensen die ook depressief waren of waren geweest, mensen van wie ik het niet wist en die het ook niet wisten van mij. Ik wilde indertijd niet dat iemand wist hoe ik mij voelde, ik dwong mijzelf trots rechtop te lopen zodat niemand iets sombers aan mijn houding zag. Mijn eerdere verhaal eindigde met de Mensendiecktherapeute die vond dat ik een sport moest gaan zoeken die ik leuk vond en hoe ik mij het zwemmen herinnerde.

Ik besloot naar het Marnixbad te gaan, een zwembad aan de rand van de Amsterdamse Jordaan. Ik sprak af met een vriendin in de hoop dat we elkaar konden aanmoedigen maar de vriendin belde die ochtend af en ik ging alleen. Ik was enigszins nerveus, ik was jaren niet in een zwembad geweest, zou ik het nog wel kunnen? De enige slag die ik kende was de schoolslag, zou ik die vergeten zijn? Natuurlijk kon ik het nog. Gedreven zwom ik naar de overkant. Ik had met mezelf afgesproken dat ik één baantje zou doen en ik zwom niet meer dan dat ene baantje. Ik sprak met mezelf af dat ik elke dag nog een baantje zou zwemmen en dan nog een en dat ik het zo zou opbouwen naar zeker 500 meter. Dit was mijn nieuwe missie. Zwemmen was het enige waar ik mij goed over voelde. Die baantjes schoolslag die ik dagelijks trok. Nadat ik de 500 meter had gehaald (20 baantjes) was ik toe aan een nieuwe uitdaging: De borstcrawl.
~ wordt vervolgd.


De Baadster:
vrouwelijk naakt met lang golvend haar. Franse kalksteen, 188 cm

Op 3 september 1955 werd op het Marnixplein het ‘Gemeentelijk Was-, Bad- en zweminrichting Marnixbad’ geopend. Het grote gebouw van architect J. Leupen bestond uit twee massieve gesloten delen. De vormgeving was strak en sober met als enige decoratie hoog midden op de façade een sculptuur van Hildo Krop. Hij maakte dit beeld,  getiteld ‘De Baadster’, in het kader van de 2% regeling. Dit natuurstenen beeld is een voorstelling van een naakte vrouw, zij heeft lange haren die overgaan in een golvende baan water.
Dit gebouw werd in 2004 door de gemeente gesloopt om er een nieuw sportcomplex voor terug te plaatsen. Ook het beeld van Krop dreigde onder de slopershamer te verdwijnen. “Dat draaide uit op een pittige confrontatie met de overheid”, vertelde Hildo Krop, de kleinzoon van de stadsbeeldhouwer in een interview in De Volkskrant van 18 februari 2016. “Als erfgenaam wilde ik weten wat er met het beeld van mijn opa zou gaan gebeuren. Er kwam alsmaar geen antwoord, ik overwoog zelfs om de sloop stop te laten zetten. Wat zou er gebeurd zijn als ik het erbij had laten zitten? Uiteindelijk kreeg ik de belofte dat het beeld zorgvuldig zou worden verwijderd en teruggeplaatst in de nieuwbouw. Die zorgvuldige verwijdering, daar stond ik bij. Maar van die terugplaatsing kwam tot dusver niets terecht.”
Waarom gebeurde er al die jaren niets? Een kort resumé: In 2004 werd het gedemonteerde beeld opgeslagen om, als het nieuwe gebouw klaar was, teruggeplaatst te worden. Hoewel op de originele bouwtekeningen van het nieuwe Marnixbad ‘De Baadster’ stond ingetekend, zijn er bij de bouw geen voorbereidingen getroffen voor herplaatsing van het beeld. Opvallend is ook dat de toenmalige directeur van het Marnixbad zich tijdens de herbouw zou hebben uitgesproken tegen de terugplaatsing van het beeld.  Het beeld is na verwijdering van het gebouw zoekgeraakt, vanwege een miscommunicatie. Er werd zelfs gespeculeerd dat het beeld mogelijk opzettelijk zoek is geraakt. Jaren lang is het Hildo Krop Museum bezig geweest, in samenwerking met de Werkgroep Monumentale Kunst van Heemschut, om het beeld teruggeplaatst te krijgen. Met elke keer als antwoord van de gemeente: “Binnenkort zal het beeld worden teruggeplaatst” of “er is geen budget”. Uiteindelijk werd deze lange adem beloond met de terugkeer van De Baadster op 13 februari 2019.

B 124 – De Baadster – Marnixbad – Amsterdam | HILDO KROP (timswings.nl)

Geluk

Je hebt moed nodig om gelukkig te worden. ~ Daisaku Ikeda

De laatste twaalf dagen van dit jaar ben ik samen met mijn boeddhamaten PG en EdlB op een spirituele reis van Kamakura naar Kyoto. Vandaag zijn we op de zesde dag die ik zie als de zesde etappe. Het thema van vandaag is: op weg naar de overwinning. Overwinnen is een mooi begrip in het boeddhisme dat ik beoefen. Het gaat om het overwinnen op jezelf. Je negatieve eigenschappen overwinnen.

Het onderliggende thema vandaag is een uitspraak van Shakyamuni Boeddha: Leef niet in het verleden, droom niet van de toekomst, focus je geest op het hier en nu. Ik ben deze Kerstdag begonnen met een uur lang herhalen van de mantra: Nam myoho renge kyo. Deze mantra heeft heel veel betekenissen en is een mantra die ik mijn hele leven lang kan bestuderen en die ik ook de rest van mijn leven zal reciteren. Waar het simpel gezegd op neer komt is dat met nam myoho renge kyo ik mezelf beloof gelukkig te zijn, in welke omstandigheid ook. Ook dit gaat veel dieper dan wat je hier op het eerste gezicht leest, voor gelukkig zijn is moed nodig. Ook als de omstandigheden abominabel wil dat niet zeggen dat een mens ongelukkig is. Of dat ik ongelukkig moet zijn.

Insomnia

Gevonden op de Vuurvrouw website

En dan gebeurt het weer, ik kan de slaap niet vatten, Podcast, na Blendle, na Luisterboek, ik lig wakker. Ruim na middernacht ben ik nog in het land van de wakkeren. Ik zal in slaap gevallen zijn want ontwaak rond een uur of drie, ik luister verder naar de Podcast: ‘Te lui om te lezen’ en val weer in slaap. Iets voor vijven word ik wakker en luister dan naar een aangrijpend boek dat ‘De verborgen kinderen’ heet en dat zich afspeelt in de jaren dertig van de vorige eeuw in een psychiatrische kliniek. De vertelster blikt terug, ze is in de kliniek geboren want dochter van een psychiatrisch patiënt. Het verhaal is soms te heftig voor het slapen gaan en dan moet ik naar iets anders luisteren. In de ochtend is het beter te verdragen en het verhaal fascineert me. Als ik uit bed stap ben ik niet wakker, wel ga ik verder met de vijfde dag van mijn spirituele reis naar Kyoto waarbij elke dag een motto heeft en ik een uur nam myoho renge kyo reciteer. Als ik daarmee klaar ben ga ik de laatste boodschappen doen en dan op naar vriendin Keesje voor een wandeling.

De verborgen kinderen door Elizabeth Byler Younts

Elizabeth Byler Younts schetst in ‘De verborgen kinderen’ een aangrijpend beeld van de psychiatrie in Pennsylvania, 1937. De veertienjarige Brighton kent alleen het leven binnen de grauwe muren van gesticht Riverside. Hier wordt ze opgevoed en onderwezen door verpleegster Joann. Brighton weet niet dat Joann geheimen bewaart die een sleutel vormen tot haar verborgen verleden. Een verleden dat Brighton vasthoudt in het sombere Riverside.

Brightons enige vriend en lotgenoot is de albinojongen Angel. Samen besluiten ze te ontsnappen. Maar weglopen is één ding, voorbereid zijn op de buitenwereld is iets heel anders. Zonder geboorteakte en geld zijn ze overgeleverd aan de genade van vreemdelingen, die niet altijd het beste met hen voor hebben…

‘De verborgen kinderen’ is een hartverscheurende historische roman over de kracht van vriendschap en de schoonheid die schuilt in de grote en bedreigende buitenwereld.

Een persoonsportie

Geen eenpersoonsportie

De vrijheid te hebben om:
Niet door te gaan met mijn verhaal over hoe ik tot zwemmen kwam, (komt nog)
Om te schrijven over wat ik wil, wat in me opkomt, over wat me bezig houdt op dat moment, waar ik over schrijven wil?
Wat me bezig houdt klinkt wat dramatisch want houdt dit me nu werkelijk bezig, dat waarover ik vandaag wil schrijven?
Het gaat over eenpersoons kerstporties.

Gisteren nog wat kerst inkopen gedaan.
Ik ga graag naar Albert Heijn en vooral naar de grote Albert Heijn hier op het Europaplein. Ik hou van die winkel, het is er ruim, het personeel is aardig en ik vind de vrouw die volgens mij de bedrijfsleider is hulpvaardig en vriendelijk. Ze helpt vaak mee in de winkel, vult vakken en is actief aanwezig. Mijn hele leven koop ik al bij Albert Heijn, een tijdlang vond ik hun groenten niet zo goed maar behalve een beschimmelde mandarijn of sinaasappel in het net ben ik nu tevreden over de kwaliteit van hun groenten.
Ik had de advertentie gezien met allerlei kerst aanbiedingen, zo zag ik een vegarollade en in de winkel zag ik nog zo’n lekker vegading om in de oven te doen, vega en niet vegan, maar goed, volgend jaar beter Albert Heijn? Maar mijn grootste obstakel is de maat, deze dingen kan ik slechts eten als ik met meer mensen ben, nou wil ik best veel eten met Kerst deze porties echter zijn me te groot, een tussenmaat was er ook niet, dus wat eet ik nu?
Stikt het niet in Nederland van de alleenstaanden? De alleenlevenden? De alleengaanden?
Moeten wij ons overeten?
Moeten wij alles zelf verzinnen?
Kan onze supermarkt, ons aller Albert Heijn volgend jaar eenpersoons kerstporties maken of is dat commercieel niet interessant?

Ken ik me

Ons zelf kennen is niet zo makkelijk. Niet voor niets zei de monnik Nichiren dat we onze wenkbrauwen hoewel heel dicht bij onze ogen niet kunnen zien. Wie wij zijn en wat wij zijn is ons vaak niet duidelijk. Vooral bij begrippen als verslaafd of depressief kostte het mij een lange tijd voor ik begreep dat het op mij van toepassing was. In de eerste tijd na het overlijden van mijn vader en mijn ineenstorting had ik geen idee dat ik in een depressie zat. Ik voelde me gewoon enorm ellendig en schaamde me daar diep voor. Ik had geen enkel begrip voor mezelf en de situatie waar ik in zat. Het kwam niet in me op dat het misschien wel normaal was dat ik verdriet had omdat mijn vader dood was, mijn moeder dood was en mijn ouderlijk huis niet langer bestond. Ik leefde bij de dag. Nadat de Mensendiecktherapeute mij had gevraagd of er niet een sport was die ik leuk vond herinnerde ik mij een zomer op een camping in Mierlo. Ik was een jaar of twaalf. Er was een meertje op de camping waar ik kilometers in aflegde, heen en weer zwom ik over de ven, vaak hele stukken op mijn rug terwijl ik naar de hemel keek en me gedragen wist door het water. Vrij had ik me gevoeld en onafhankelijk. Dit zou ik kunnen gaan doen, dacht ik, ik zou kunnen zwemmen, ~ wordt vervolgd

We common mortals can see neither our own eyebrows, which are so close, nor heaven in the distance. Likewise, we do not see that the Buddha exists in our own hearts. You may question how is it that the Buddha can reside within us when our bodies, originating from our parents’ sperm and blood, are the source of the three poisons and the seat of the carnal desires. ~ Nichiren Daishonin

Gosho: New Year’s Gosho (nichiren.info)

Depressie

Dertig jaar geleden belandde ik in een zware depressie. Ik was binnen anderhalf jaar mijn beide ouders kwijt en verloor daarmee mijn ouderlijk huis. Ik hield veel van mijn ouders en was erg op ze gesteld. De meeste zondagmiddagen reisde ik af naar de plek waar zij woonden. Mijn broer kwam ook vaak en op die zondagmiddagen genoot ik van de onvoorwaardelijke liefde die mijn ouders voor me hadden. In augustus 1990 was dat voorbij, zonder dat ik er enige invloed op had was ik iemand anders geworden, ik was kind af, de mensen voor me waren weg.
Tijd om over mijn vader te rouwen gunde ik me niet. Ik had heel veel gehuild over mijn moeder en had genoeg van het huilen. Ik stortte me op mijn werk. ’s Nachts sliep ik niet en overdag werkte ik hard tot het niet meer ging. Ik stortte in. Maar stoer als ik ben wilde ik niet dat iemand dit wist. Ik nam van het ene op het andere moment ontslag op mijn werk en kroop in bed met de telefoon eruit. Na een paar dagen belde ik mijn huisarts, ik had pijn in mijn lijf en terwijl ik met haar aan de telefoon was barstte ik in huilen uit. Ze nodigde me uit langs te komen en maakte een plan om me uit bed te houden. Ze stuurde me naar een hele lieve Mensendiecktherapeute die me fysiek aan het werk zette, ik moest thuis een aantal oefeningen doen waardoor ik niet helemaal verstijfde. Ik ging, ik weet niet meer hoe lang, elke week drie keer naar deze therapeut en deed thuis braaf mijn oefeningen. Na een aantal maanden liepen deze bezoeken op hun einde. De Mensendiecktherapeute vroeg me of er een sport was die ik leuk vond want dat het belangrijk was dat ik bleef bewegen. Een sport? Die ik LEUK vond? Na mijn eindexamen had ik nooit meer iets aan sport gedaan. ~ wordt vervolgd

Vriendschappen

Alles wat ik weet over vriendschap heb ik geleerd van mijn ouders, zij hadden levenslange vriendschappen.
Mijn vader Koert is zijn hele leven bevriend geweest met Jan, Wim en Otto, drie vrienden die hij op veertienjarige leeftijd had gemaakt op het Willem Lodewijk Gymnasium in Groningen. Mijn vader kon ontroerd vertellen hoe zij vieren hadden besloten de door de Duitse bezetters vereiste loyaliteitsverklaring* niet te ondertekenen en hoe zij met een handdruk afscheid namen en niet wisten of zij elkaar ooit nog zouden zien. Alle vier doken ze onder. Ze overleefden de oorlog en bleven bevriend.
Mijn moeder had vriendin Mimi die ze tijdens WO2 in een hospitaal had leren kennen en ook zij waren hun leven lang bevriend. Mimi en Jan met zijn vrouw Jannie voelden als mijn familie. Mijn moeder had geen familie, het grootste deel van mijn vaders familie woonde in Canada en met zijn eigen broer die hier was gebleven was het contact goed maar zeker niet uitbundig. Dat was wel het geval met Jan en Jannie, Otto en zijn vrouw Koosje en Wim en Hillie die mijn vader attent had gemaakt op mijn moeder. Maar hier zal ik een andere keer over schrijven. Elk jaar gingen de vier vrienden met elkaar een weekend weg en Mimi ging vaak met ons gezin mee op vakantie. Mimi had geen man. Ik was dol op Mimi en zij op mij.

[*De loyaliteitsverklaring was een verklaring die studenten in Nederland in 1943 moesten ondertekenen. In die verklaring moesten zij beloven dat ze zich zouden ‘onthouden van iedere tegen het Duitse Rijk […] gerichte handeling’. De verklaring werd door de Duitse bezetter op 13 maart 1943 ingevoerd, de studenten hadden tot 10 april de tijd om de verklaring te ondertekenen. Wie niet tekende, mocht geen college meer lopen.]

Vriendschap

Lido & Ata in 1980

Al jaren is dit een feestdag voor me. Mijn lieve vriendin Lidi is jarig. Lidi is een van mijn alleroudste en liefste vriendinnen. Met oudste bedoel ik niet in leeftijd maar in periode. Lidi en Stel. Zij zijn het. We drieën kennen elkaar nu 45 jaar en zijn al deze jaren vrienden gebleven. Lidi en ik hebben wel eens mot gehad en elkaar een paar maanden niet gezien maar gelukkig hebben we de draad weer opgepakt en ik denk niet dat we elkaar ooit nog loslaten. Elkaar bezoeken voor de verjaardag doen we niet dit jaar. Wel vieren we onze verjaardag op een andere dag en we hebben nu afgesproken dat ik in het begin van 2021 met gebakjes van Blommestein naar Lidi kom en zij haalt op haar buurt gebakjes bij Cornelisse en zo eten wij ter ere van elkaar en onze vriendschap twee gebakjes.
Een tijdlang woonden wij in het zelfde huis, zij op de 1e en ik op de 2e. Het was een wilde hedonistische tijd waarin we ruige dingen beleefden. Vaak gingen Lidi en ik om 1 uur ‘s nachts uit. We maakten ons op, trokken mooie kleren aan en daar gingen we: Aangekleed gaat uit, zei Lidi dan.
Een vriendschap als deze is je ware.

Een fundamentele fout ~4e dag

In bed luister ik naar Podcasts, luisterboeken en Blendle. Vanaf zeven uur in de ochtend lezen prettige stemmen achtergrondartikelen over het nieuws. Soms val ik dan nog even in slaap. Natuurlijk gaat het vaak over Corona. In het begin van de pandemie bijna alleen maar en werd ik er soms droevig van. Maar het artikel van vandaag over Corona, gepubliceerd in De Volkskrant van vandaag en geschreven door YUVAL NOAH HARRIS gaf me goede zin.
Het artikel gaat over de fundamentele fout waaraan complottheorieën lijden. Ik ken iemand die al jaren deze theorieën aan mij vertelt, zij is een heftige gelovige, een kleine groep mensen heeft de touwtjes in handen en aan aan die touwtjes zitten wij als marionetten. Het zijn stinkend rijke mensen en als ik dan vraag wat die stinkend rijke mensen die alles al hebben van mij willen zegt ze Macht. Ik snap het nooit zo goed, die mensen hebben alles en hebben ook meer macht met hun geld dan ik ooit zal hebben en dan willen ze nog meer macht. Ik kan er niet echt in meegaan, ik vind het te absurd. Maar meestal weet ik niet wat ik moet zeggen. Dit artikel gaf me inzicht. Nu nog de juiste woorden vinden.
Iets wat Yuval schreef had ik ook al bedacht: dat de complotdenkers op deze manier de ingewikkelde wereld denken te begrijpen. En wij mensen willen vaak begrijpen. We denken dat als we begrijpen we het allemaal aan kunnen. Maar er is zoveel niet te begrijpen. En vooral het gedrag van de mens. Onze reacties zijn niet voorspelbaar.
Dat is precies de fundamentele fout van de complottheorieën. Die gaan er vanuit dat een klein groepje mensen acht miljard mensen onder controle kunnen hebben.
Iedereen die wel eens iets met andere mensen heeft georganiseerd weet hoe moeilijk dat is. De een wil zus, de ander vindt zo. Het kost veel moeite om iedereen dezelfde kant op te krijgen en soms lopen er mensen gillend weg en slaan met de deur. Of hoe gemakkelijk is het met je familie de feestdagen door te brengen; iedereen wil dat het gezellig wordt…..

Wind mee wind tegen ~3e dag

Wind mee wind tegen derde dag.

Ik denk dat wij in Nederland dit allemaal kennen. Je bent aan het fietsen, het gaat zonder enige moeite en je fietst heerlijk. Misschien verbaas je je er over en denk je: is mijn conditie heel goed? Heb ik goed geslapen? Wat fiets ik toch ontspannen.
Zo verging het mij vanmorgen toen ik langs de Amstel fietste op weg naar mijn hondenvriendin die op de Sarphatistraat woont. Ik keek naar de overkant of ik daar misschien mensen tegen de wind zag worstelen maar er fietste niemand, ik zocht een vlaggenmast met een vlag er aan maar net toen ik keek hing die slap naar beneden.

Keesje had er weinig zin in vandaag. Ik hoefde haar niet mee te sleuren want dat doe ik niet maar ze snuffelde weinig, keek me liefdevol de hondenbrokjes uit de zak en liep maar weinig de parmantige Keesjeloop. Onder de Torontobrug kwam de harde Zuidwestenwind ons tegemoet, Keesjes haren bliezen naar achteren en wij hielden ons nauwelijks staande in deze tegenwind.
Daarom had ik zo lekker gefietst een kwartier eerder, het lag niet aan mij, het lag aan de wind.

Zo is het leven, soms hebben we wind mee en vaak hebben we dat niet eens in de gaten, we worden voortgeduwd en het leven lijkt ons geen enkele moeite te kosten maar als we wind tegen hebben zijn we ons daar terdege van bewust en kunnen we klagen over alles wat ons tegen zit.
Wat ik hiermee wil zeggen weet ik niet.
Iets of niets?


De Sarphatistraat: wereldberoemd geworden door Nescio wiens De Uitvreter begint met de zin: Behalve den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter.

Met “de man die…” verwijst Nescio naar de Nederlandse schrijver en Walden-oprichter Frederik van Eeden. Van Eeden beschreef de Sarphatistraat in 1888 als een voorbeeld van negentiende-eeuwse wansmaak, terwijl hij zich toch kon herinneren dat hij het vroeger de mooiste straat van Amsterdam vond. De combinatie “Van Eeden” en “wonderlijke kerel” werd kennelijk vaker gebruikt. In een toespraak die hij in 1899 tot Amsterdamse arbeiders richtte, introduceerde Van Eeden zich met de woorden: “Misschien heeft men u verteld dat ik een wonderlijke kerel ben…”

%d bloggers liken dit: