Waarom?

Heeft het leven zin?

Het kronkelige pad door het bos


Ik herinner me de eerste keer dat ik een geleide meditatie deed. Ik liep buiten in de natuur op een kronkelig pad met naast me een bloemenweide, ik rook de bloemen en het gras en ik voelde een zachte bries langs mijn wangen. Aan de andere kant van de weide lag een bos en het pad waar ik op liep voerde het bos in. Ik hoorde de wind ruisen, rook het bos en het mos en vervolgde mijn weg.
Aan het eind van het pad stond een klein wit huisje, de deur was open en ik ging naar binnen, er brandde een vuur in de haard en op de stoel ernaast zat een oude man met een lange grijze baard, die mij liefdevol aan keek. Hij nodigde mij uit naast hem te komen zitten. Woordeloos vertelde hij me dat ik hem een vraag kon stellen. Hij zou me antwoord geven. Ik barstte in tranen uit en stelde de vraag die ik altijd stelde in mijn momenten van wanhoop.
Waarom?
Met ogen vol liefde en zonder oordeel zei de oude man: Het is.
Dat was het antwoord op mijn vraag. Nooit vroeg ik meer waarom.

Oordelen

(Dit zeer toepasselijke beeld gevonden op https://aufabwegen.bandcamp.com/album/oordeel)

Tussen weten en niet weten zit een heel gebied. Bij mij kleurt dat gebied van zwart tot grijs. In tinten: van donkerzwart naar lichtzwart en van donkergrijs naar lichtgrijs. In dat tussengebied oordeel ik. Ja dat durf ik gerust te stellen, ik oordeel.

Ik weet heel goed dat oordelen niet mag, ik weet niet of dit met mijn christelijke achtergrond te maken heeft of met het christelijke land waarin ik leef, want Jezus de Christus zei : oordeel niet opdat u niet geoordeeld zult worden…. * (zie hieronder)

Maar ik oordeel. En mijn oordeel is vaak helemaal niet positief. Natuurlijk denk ik ook wel eens ‘wat een lief persoon’; ook dat is een oordeel maar vaker denk ik: ‘wat is er mis met dat mens’?’ en dan vul ik van alles in of ‘hoe durft hij’ en dan zijn er in mijn hoofd allerlei scheldwoorden op die persoon van toepassing of ‘die heeft echt problemen’ en dan zijn dat problemen die in de DSM** beschreven staan. Het gaat er mij nu niet om om mijzelf nu te veroordelen (want dat mag ook niet) maar omdat ik me realiseer en wil erkennen dat ik last heb van dat oordelen en veroordelen. Ik denk niet dat het me ooit gaat lukken om zonder oordelen te zijn maar ik zou dat wel graag willen, niet omdat Jezus het zegt of de een of andere verlichte geest maar vooral omdat mijn oordelen van mij in de weg zitten.

* (Maar wat hij precies zei wist ik niet meer dus even opgezocht: “Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden.” (Lucas 6:37). Andere woorden voor ditzelfde vers: En oordeelt niet en gij zult niet geoordeeld worden. En veroordeelt niet en gij zult niet veroordeeld worden; laat los en gij zult losgelaten worden.’Ik zou nu natuurlijk een theologisch verhaal kunnen gaan houden over deze tekst en het verschil maar misschien kan ik dit overlaten aan mijn theologische vrienden, Jan? Tynke?)

** (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 5th Edition: DSM-5 (DSM-5))

Wat terugkomt

Twintig jaar geleden zou ik met mijn toenmalige vriendin naar Mexico. In een stoffig kust plaatsje had zij een stoffige bungalow gehuurd aan zee. We waren er het jaar daarvoor ook geweest en het was er paradijselijk. Ze ging altijd in februari, het was daar dan nog redelijk rustig en het zand was niet te heet. Twee dagen voor vertrek werd ik ziek, ik had hoge koorts(39.8) en was enorm beroerd. De wereld zag er flets uit. Mijn vriendin geloofde niet echt dat ik ziek was en we gingen op reis. Ik lag met hoge koorts in het lege vliegtuig op drie stoelen en de stewardessen kwamen steeds aan met ijsblokjes die ik op mijn hete hoofd legde. Nu zou ik niet meer reizen met die hoge koorts maar ik dacht toen nog dat de koorts wel zou zakken en dat ik me na een aantal dagen, zoals dat gaat met griep, beter zou voelen, ik ben erg goed in het ontkennen van mijn eigen ziektes en gevoelens. Maar ook in het paradijs werd ik niet beter, ik lag met hoge koorts op het strand op een houten strandstoel. Een keer ging ik het water in om te kijken of ik me beter zou voelen maar ik ging er snel weer uit.

In Nederland had ik een Mexicaanse vrouw ontmoet die in Guernavaca woonde en zij had me uitgenodigd haar te komen bezoeken en ik besloot dat te doen. Mijn vriendin was niet erg begripvol tijdens mijn ziekte dus ik dacht dat het beter was te gaan. Ik nam de nachtbus naar Guernavaca. Ik moest midden in de nacht bij een benzinestation er uit. Dat was blijkbaar Guernavaca. Een taxi aan de overkant knipperde met zijn lichten en daar liep ik uiteindelijk heen. De taxichauffeur had een brief bij zich waarin stond dat de vriendin onverwacht naar New York was, dat de taxi me naar haar huis zou brengen en dat het middelste huisje voor mij was. Hij gaf me een sleutel van een stevige deur die ik opende en daarna weer op slot deed. Ik stond in een grote tuin met een aantal huisjes. In het middelste huisje was het bed opgemaakt. Er stond een vaasje met wat bloemen en er lag een briefje dat me welkom heette.

Ze bleek een genezeres te zijn en had een bloeiende praktijk met patiënten over de hele wereld. Nu was ze naar een zieke jazzmuzikant in New York. Ze zou over twee dagen terug komen en dan weer vertrekken naar Buenos Aires. Ik lag daar in die kamer en toen ze terug kwam uit New York zag ze hoe ziek ik was. Ze zei dat haar assistent Dulce me de volgende dag een massage zou geven.
Een hele lieve vrouw, misschien eerder een meisje, kwam me de volgende dag halen, ze had iets vaag bekends, maar ik was te ziek om er verder over na te denken.
Ze begon me te masseren, van teen tot top, alles raakte ze aan. Tijdens de massage moest ik overgeven en huilen en overgeven en huilen, het was een waanzinnige ervaring, ik denk dat de massage wel drie of vier uur duurde. En het wonderlijke was dat ik na de massage beter was. De koorts was weg. Ik kon weer denken.
Ze had de hele koorts eruit gemasseerd.
Het was ongelooflijk.
Toen ik haar vroeg hoeveel ze van me kreeg zei ze: niets.
Ik zei niets? Je bent zo lang met me bezig geweest, ik wil je betalen voor je tijd.
Nee zei ze, weet je niet dat jij me gered hebt?
Ze vertelde.

Twintig jaar geleden (dus nu veertig jaar geleden) was zij in Nederland, in Amsterdam. Ze was zes weken zwanger. Ze was dakloos en wachtte op geld om weer terug naar Mexico te gaan.
Ze voelde zich heel slecht en zou de baby later verliezen.
Ik was haar ergens tegen gekomen, we waren in gesprek geraakt en ik had haar mijn woning aangeboden.
Ik ging de volgende dag voor twee weken naar Italië. En ze kon in mijn huis.
Daar was ze tot rust gekomen en ze was me er dankbaar voor. Met deze massage ‘betaalde’ ze me terug.

Vannacht werd ik midden in de nacht wakker en herinnerde ik me dit opeens weer. Ik heb er nooit meer nagedacht. Tot vannacht.
De herinnering ontroerde me zo dat ik niet meer kon slapen. Het is zo: wie goed doet, goed ontmoet.
Ook al wist ik niet meer dat ik een wildvreemde vrouw mijn huis aanbood, zij wist het nog.
Zij Dulce.

De tijd kruipt

Zaterdagochtend 18042020

We zijn nu meer dan vier weken in lockdown, of hoe zeg je dat in het Nederlands? Eenzame opsluiting? Het voelt alsof het maanden is terwijl het nog maar dertig dagen zijn.

Van de tijd die vloog is de tijd gaan kruipen.

Ik heb al deze tijd geen zwembad van binnen gezien, de chloorlucht niet geroken, niet in het water gelegen. Ik sta vroeg op en ga vroeg naar bed. Al meteen aan het begin van de Lockdown heb ik een schema gemaakt waar ik me een week aan hield. Toen wilde ik nog voor negenen het bed uit maar nu ben ik meestal iets na zevenen uit bed. Ik had een uurtje ingebouwd voor een update over het Coronavirus maar dat hoeft niet meer. Elke middag rond veertien uur verschijnen de doden op mijn scherm, iemands vader of moeder, tante, oom, opa of oma, broer of zus, voor mij zijn het getallen, de Corona doden hebben nog geen gezicht voor me.

Vroege zaterdagochtend

Elke dag maak ik een wandeling of een fietstocht. Door de week studeer ik om elf uur met een aantal boeddhisten. Ik doe krachttraining, of yoga, en soms ’s avonds grondoefeningen met vrienden van de zwemclub. Ik zie mensen maar soms ook hele dagen niet.De minuten kruipen voorbij.

Een tijd genoot ik van de rust, ik werkte in de tuin, ik ruimde een kast op en keek naar films maar vandaag is er een enorme treurigheid in me gekropen.
Volgens de een of andere psycholoog is dat normaal en volgens mijn vriendin A ook. Er hangt een treurigheid om de wereld en het heeft me bereikt. Had ik geloof ik de Nederlandse aanpak… het geloof heeft me verlaten. Alles heeft me verlaten en de moed en de hoop zijn ook vertrokken.
Ik verheug me niet op het einde van de lockdown. Ik verheug me niet op de drukte die terugkomt. Ik verheug me niet op de recessie die er aan komt. Ik verheug me niet. Punt.
Ik zit in limbo. Of in het bardo.

Limbo – door volger van Jeroen Bosch

De verlaten stad

De Dam op maandag 30 maart om 16u

Deze middag fietste ik naar de Dam, ik wilde zien hoe verlaten de stad was. Het leek op de zondagen die ik me herinner waarin alles dicht was en de stad leeg was.

Ja, ik heb de stad stil mee gemaakt. Ooit in de vorige eeuw.
In deze eeuw is Amsterdam nooit meer stil. Overal mensen, veelal toeristen; toeristen lopend, toeristen slingerend over de straat fietsend , zingende Franse schoolklassen, groepen Chinezen waar ik me doorheen moest werken, dronken en lallende Engelsen, jonge giechelende stonede Italianen, Bulgaren, Zuid-Amerikanen. Overal en altijd de geur van wiet.

Ooit, in die vorige eeuw, verdwenen de toeristen in november en was de stad weer van ons, met Pasen kwamen ze weer. We moesten er altijd aan wennen dat de stad niet meer van ons was, maar het wende, altijd weer. De laatste jaren gingen ze niet meer weg.

Nu zijn ze er niet meer. De meeste winkels zijn dicht, alle cafés, broodjeszaken, juice bars, pannenkoek met Nutella plekken, overal waar je eten en drinken kon, dicht. Het stemde me droevig. Een paar zaken waren open, maar er was niemand binnen of mensen stonden op afstand, buiten te wachten want er mogen nergens meer dan drie mensen zijn. Hoeveel van die zaken zijn er nog over een jaar?

Ik neem foto’s van de verlaten Dam, een levend standbeeld pakte zijn spullen. En de stad is verlaten.

Amsterdam, de verlaten stad
Het Damrak met in de verte het CS

Spelletjes

Hier spreekt de spelbreekster. Ik hou niet van spelletjes. Nooit gedaan. Ik kom uit een familie van spelletjesspelers en terwijl mijn familie spelletjes speelde zat ik in de hoek en las een boek. Ik hoorde ze lachen en genoot op afstand van hun samenzijn. Natuurlijk hou ik er ook niet van als mensen spelletjes met me spelen, al heb ik dat vaak helemaal niet door want spelletjes begrijpen doe ik ook niet.
Maar zoals ik al schreef, ik ben een spelbreekster. Op Facebook doen veel spelletjes de ronde: geef ik een simpel antwoord op een vraag, krijg ik het dwingende verzoek de vraag op mijn eigen tijdlijn te zetten en van wie ik verloor. Of ik zet een like onder een foto dan moet ik vervolgens zelf een foto plaatsen.
GEEN ZIN IN.
Ik doe niet mee.
Ook krijg ik heel veel hartjes toegestuurd, ik vind het super lief dat iedereen aan me denkt, echt, als alleenstaande en levende voel ik me toch al erg alleen en jullie denken aan me, dank je wel, maar waarom moet ik dat hartje dan weer doorsturen? Doe ik al niet genoeg voor de mensheid met mijn zelf isolatie en mijn anderhalve meter afstand?

Coronafeesten

Voor de drukte was ik ook in het Bloesempark

De lente is in ons land. Eindelijk, ze is er weer, bomen in bloei, tulpenvelden of misschien nog geen bloeiende tulpen maar vast wel geurende hyacintenvelden. Een groot deel van Nederland trok erop uit, in files wachtten ze, om in files op het strand te lopen en in files op hun visje bij de viskraam te wachten. Of om in files te wachten bij het Bloesempark in het Amsterdamse Bos. Veel mensen spraken op Facebook hun ergernis uit over deze samenscholingen. Men verwacht over twee weken een hoogte (of diepte)punt in de Corona-uitbraak . Mij deden de samenscholingen die ik zag denken aan die HIV-party’s waar ik over heb gelezen: met HIV besmette mannen ontmoeten elkaar op seksfeesten en hebben daar onbeschermde seks, ze zijn toch al besmet dus erger besmet kunnen ze niet worden. Dus Corona-party’s voor iedereen op het strand van Zandvoort of Bloemendaal of gezellig op de loopbrug bij het Bloesempark. Ze zullen vast niet allemaal doodgaan want volgens mij zijn de meeste mensen die sterven boven de zestig, net als ik en de meeste mensen waar ik van houd. Ze worden misschien ziek, ik gun het ze niet maar dat geen afstand houden begrijp ik het niet.

Lieve ouders

Lieve ouders van kleine kinderen,

Dit meisje doet het prima.

Wat een gedoe zal dat zijn, jij thuis en je kind thuis, ik hoop dat jullie een goede relatie ontwikkelen, vooral als je normaliter weinig tijd met je kind doorbrengt. Ik snap heel goed dat je de kinderen meeneemt tijdens het boodschappen doen, maar:

Zou je je kind willen leren dat als het niest of hoest en proest zij of hij dat in de elleboog doet? Jong geleerd oud gedaan?
En hou je kind een beetje in je buurt, laat het niet in de gangen van de supermarkt rond rijden of de boel blokkeren.
Zo was ik net in de supermarkt en deed een vader boodschappen met zijn zoontje, Pa tuurde naar de groenten en Kind blokkeerde de boel. In de supermarkt hangen overal papieren met: Houd afstand. Maar met Pa aan de ene kant en Zoon in het midden van het pad was er geen afstand.
Ik vraag het kind of ik er langs kan, Pa hoort niets, Kind schuift een stukje opzij en niest terwijl ik langs loop.
Geen handje voor mond.


Beste ouders, je kind zal misschien niet ziek worden, jij misschien ook niet maar ….

Wat belangrijk is

Lido & Ata in 1980

De derde dag van mijn zelf verkozen isolatie.
Mijn kat weet niet hoe ze het heeft. Nooit was ik zo vaak thuis. In huis en rond lopend. Ik ben wel eens een paar dagen thuis gebleven maar dan lag ik ziek in bed.

Nu sta ik rond achten op, maak koffie, ga chanten en dan in bad. Gisteren en vandaag ben ik een wandeling gaan maken. Gisteren met een vriendin, maar nu durven we niet meer en vandaag alleen. Er waren meer wandelaars op straat, we knikten elkaar van verre toe en draaiden dan onze hoofden weg. De tram raasde voorbij en was leeg, op de bestuurder en de conducteur na.

Gisteren was ik aan het eind van de dag behoorlijk treurig. Niet depressief maar verdrietig. Maar ik heb me wat voorgenomen. Zoals ik al eerder schreef deelt niet iedereen mijn ernst over het Coronavirus en ik kreeg bijna ruzie met een van mijn dierbaarste vriendinnen. Ik vond natuurlijk dat zij zo moest denken als ik. Maar nu weet ik dat dat helemaal niet belangrijk is, zij mag denken zoals zij denkt, ik hou van haar en als ik iets niet wil is ruzie maken met dierbaren in deze tijden.

Corona 1

Covid 19

Al weken huist het Coronavirus in me. Misschien niet in mijn lijf maar wel in mijn geest. In december toen het in China begon was het nog ver weg, de beelden die ik zag van lege straten in de miljoenenstad Wuhan zeiden me niet zoveel, ik ken Wuhan niet en heb geen idee hoe druk de straten anders zijn. Het kwam dichterbij en een deel van Italië ging op slot. Overal in Europa waren mensen met het virus. Zou Nederland aan het virus ontsnappen? Even had ik de hoop dat net als grote aanslagen Corona aan ons voorbij zou gaan maar slechts twee weken geleden was het zo ver. Een man in Brabant die carnaval had gevierd. De krokusvakantie was net voorbij en mensen die in het Noorden van Italië op wintersport waren geweest waren besmet.

De SGINL besloot, tot midden april, alle bijeenkomsten af te lasten, geen open daimoku ochtenden, geen discussie meetings en geen huisbezoeken. Ons werd aangeraden 1 uur per dag te chanten, 20 minuten te studeren en drie mensen op te bellen. Ik begon vol goede moed maar raakte na een week de zin en draad kwijt. Ik voelde me in een zwart gat vallen. Ik vocht er tegen maar het hielp niet.

Ik was totaal gefascineerd en geobsedeerd door het nieuws over het Coronavirus en keek een keer per uur op mijn NOS app naar het live blog. Ik wilde er alles over weten. Een keer per dag kwamen er nieuwe besmette mensen bij, waren het er eerst acht, het werden er zestien, twee en vijftig en nu zijn het er honderd. Ik las berichten van Italiaanse artsen, zag filmpjes van mensen met een dode in huis die niet werd opgehaald, hoorde boodschappen van Italianen die ons waarschuwden wat er komen ging.
De meeste van mijn vriendinnen en kennissen namen het serieus, al was er ook een vriendin die het allemaal maar overdreven vond, zij was niet te overtuigen.

De angst sloeg bij mij toe. Ik wilde helemaal niets meer doen waarbij groepen mensen samen komen, ik waste mijn handen voortdurend, begon er aan te wennen geen handen te geven en wilde eigenlijk binnen blijven. Toch begon ik weer met een uur chanten per dag en studeerde samen met Michaela en Whatsapp. Woensdag zette ik mijn angst opzij en ging met de trein naar Utrecht naar een concert van Dayna Kurtz waar ik ook goed probeerde op te letten niets aan te raken en ook niet mijn gezicht. Ik voelde me angstig en realiseerde me dat ik doodsbang was. Ik kon die nacht niet slapen van angst. Verlamd van angst.
Doodmoe en uitgeput bracht ik mijn dag gisteren door, surfend over het internet op zoek naar nieuws over het Corona virus tot ik om drie uur in de persconferentie viel met de Premier. Alle evenementen met meer dan honderd mensen werden verboden. Ik dacht aan Dayna Kurtz en Robert Mache die net begonnen waren aan hun tournee, dat stemde me droevig. Ik belde mijn sportschool of ze open waren en dat waren ze. Ik schreef een briefje aan mijn zwem vereniging, gingen de trainingen nog door? Ik kreeg een bericht van de KNZB dat alle borstcrawltrainingen die ik nog zou geven afgelast waren en ik ging sporten. Ik maakte alles wat ik daar aanraakte eerst schoon en genoot daarna van de fysieke beweging.


Na afloop ging ik naar de supermarkt, daar was het waanzinnig druk en mensen hadden overvolle boodschappenkarretjes, ik trok nog geen conclusie. Ik stond lange tijd voor het vegan ijs maar daar zat weer zoveel gluten in, dat ik het niet kocht hoe kon mezelf troosten. Uiteindelijk kocht ik iets chocolade vla-achtigs. Bij de kassa moest ik het geld op een speciale plek neer leggen en sprak de caissière die handschoenen droeg, haar verbazing uit dat het zo druk was, ik zei iets over het bericht van Rutte maar trok nog steeds geen conclusies, Pas vandaag lees ik over dat hamsteren en denk ik dat dat was wat ik zag.


Later op de avond ontving ik een bericht dat alle trainingen tot 31 maart vervallen, de Roze Filmdagen niet doorgaan, de Roze Stadsborrel niet, ik kon een streep trekken door alles wat ik had gepland en er kwam een enorme rust over me. Het is zo ver. Een lege agenda.
En mijn grootste prioriteit is nu: gezond blijven.

%d bloggers liken dit: