Xaviera

Foto gemaakt door John Barrett/Globe Photo’s Inc

De eerste keer dat ik Xaviera ontmoette was in het restaurant van de Melkweg. Het was midden jaren tachtig en er was iets georganiseerd, iets over vrouwen vast en ik was erheen met mijn lieve ruige, slimme veelzijdige vriendin Heleen. Over Heleen zou ik ook een hoofdstuk kunnen schrijven want wat is dat een fantastisch wijf maar laat ik me bij Xaviera houden. Waar Heleen en ik precies stonden weet ik niet meer, het lijkt wel of we in het restaurant stonden na de verbouwing. Ik kwam van de WC’s en Heleen stond met Xaviera te praten. Xaviera was toen een jaar of veertig, het was een struise vrouw met een dikke bos asblond haar dat tot op haar schouders kwam. Haar hele manier van zijn straalde sexappeal uit. Hoe kan ik het uitleggen. Hoe leg je sexappeal en hoe leg je charisma uit. Xaviera heeft het allebei , ze is stoer, verfijnd, heeft een sexy stem en beweegt verleidelijk. Volgens mij droeg ze een jurk en ik geloof dat ze alleen was. Ik was een knappe tengere butch, ach ik weet niet of ik een butch was of dat ik een butch ben, maar echt vrouwelijk ben ik niet. Hoe dan ook, Xaviera liet haar oogje op me vallen, ze begonnen me te versieren, ik liet het me welgevallen, ik was niet echt in haar geïnteresseerd, ik was meer onder de indruk van Heleen dan van de seksgodin. Xaviera bleek als jong meisje tekenles te hebben gehad van de vriendin van Heleen , een schilderes en ze hadden een korte affaire gehad toen ze terug kwam in Nederland na haar Happy Hooker avonturen . Xaviera greep me in mijn korte krullenkop, gaf me haar kaartje en nodigde me uit voor een feest in haar nieuwe huis aan de Stadionweg in Amsterdam.


Els, de vriendin van Heleen, was niet echt te spreken over Xaviera, ze raadde mij af op het verzoek van Xaviera in te gaan.
‘Voor je het weet lig je op een tafel midden in de kamer en word je geneukt door een vent met een lul van drieëntwintig centimeter,’ zei ze wat het niet aantrekkelijk voor me maakte om Xaviera te bellen en te zeggen dat ik kwam.

Het leven ging verder en verder, ik had weer een nieuwe vriendin en weer een nieuwe vriendin waarover ik allemaal nog zal schrijven, soms denk ik aan de periodes uit mijn leven aan de hand van de vrouwen die ik liefhad en waar ik mee ging verkeren.

Drugs

Het effect van cocaine op de hersenen.

Door de min of meer onschuldige hasjiesj die ik dagelijks rookte had ik belangstelling gekregen voor andere drugs.

De eerste keer dat ik cocaïne gebruikte was op het Vrouwenfestival in het Vondelpark in 1977. Mijn goede vriendin Tidi had een klein beetje coke gekregen van haar broer en achter een kraampje waar wij ideeën verkochten deed ze een hoopje op een spiegeltje en ik schoof het mijn neus in.

Ik had me nog nooit zo gevoeld. Ik was altijd schuchter en verlegen geweest, ik zei nooit veel en keek de kat uit de boom. Ik zat liever te schrijven dan dat ik deelnam aan het leven. Door dit kleine bergje wit poeder durfde ik. Ik durfde en voelde me fantastisch. De hele dag en de hele volgende nacht was ik opgewekt, maakte grapjes en ik maakte iedereen aan het lachen en danste door de nacht het ochtendgloren in. Ik durfde het meisje te kussen waar ik gek op was. De kus was geen succes en ik heb ook nooit behoefte gehad de kus te herhalen maar ik had het gedaan.

De drie volgende dagen voelde ik me goed. De donkere wolk die ik altijd om me heen voelde hangen, het huilen dat ik elke morgen deed, het was allemaal voorbij. Ik werd niet huilend wakker, ik was blij. Het was ongekend, eindelijk leek ik verlost van de doem.

Nu met Amit en haar vrienden uit haar land kwam een nieuwe kennismaking. Op mijn verjaardag kwamen de vriendelijke beer Hanan met zijn beeldschone vrouw Leora op het feestje dat ik gaf. Ik kreeg een enorme plak Rode Libanon van Hanan, topkwaliteit, met een stempel van 5 dromedarissen erin gestampt. Ook bracht hij een fles uitmuntende cognac mee. We zipten en rookten en hadden diepe gesprekken over het leven en onze verwachtingen. Het waren intelligente en erudiete mensen, de beer en zijn vrouw. Na middernacht zei Hanan dat hij nog wat extra lekkers had en of ik belangstelling had. Zeg maar ja zei Amit. Hanan verdween en kwam na een minuut of vijftien terug. Hij bleek ergens in een muur een zak met coke te hebben verborgen en er werden lijnen op de spiegel gemaakt. We snoven de hele nacht door. Dit was het begin van een vriendschap.

Het was niet alleen om de coke dat Hanan, Leora, Amit en ik graag samen kwamen. We mochten elkaar graag. Ik vond Leora en Hanan allebei schatten, ze waren hartelijk, gastvrij, lief en onze gesprekken waren waardevol voor me. Vaak zaten we nachten in hun zolderwoning aan de Haarlemmerstraat waar bergen coke op de spiegeltafel lagen. We maakten figuren van de coke, een prachtig paard met manen en een lange staart die we langzaam ontdeden van de ledematen, de manen, de staart, het lijf en als laatste ging  het hoofd eraan.

Van Mislukt tot Vrijheidsstrijder.

De vrijheidstrijdster Kenau Simonsdochter Hasselaer

Bijna zes jaar geleden begon ik mijn leven op papier te zetten. Elke dag schreef ik. Ik zette vaak stukjes op Facebook of las ze voor op literaire avonden. Ik noemde het verhaal Mislukt omdat ik mij mislukt voelde. Laatst vertelde ik dit iemand lachend. Ik zag dat het haar verdriet deed. Zij vond mij niet mislukt. Zij noemde mij een vrijheidsstrijder. Na een aantal maanden hield ik ermee op. Het laatste wat ik schreef volgt hieronder. Nu heb ik besloten door te gaan. Dus wordt vervolgd…..

Hoe sommige dingen onder mijn huid gaan zitten

Toen ik gisteravond na de film even op mijn telefoon keek zag ik een nieuwe opmerking van T, iemand die meer dan dertig jaar geleden in hetzelfde bedrijf werkte als ik. Opnieuw legde ze uit dat zij vond dat mensen niets te maken hadden met mijn privéleven, ze had het over de mensen die ‘like‘ klikten maar die mij helemaal niet kenden. Haar commentaar irriteerde me mateloos en ik voelde boosheid. Ik wil begrijpen wat iemand bezielt maar ik begrijp het niet. Kan ik het begrijpen? Waarom dat publiekelijke afzeiken…
Nou ja, het enige dat ik kan doen is er over schrijven en het van me afschrijven en dat doe ik dan maar, het is nu 11.22 en als ik tot twaalf uur achter elkaar schrijf wil ik dat ik het van me af geschreven heb, klagen, beschrijven, wat me stoort, zodat het niet in me blijft zitten…

Net las ik een stukje op een FB pagina. Het ging over een vrouw die alles weg had gegooid, al haar dagboeken vol zelfbeklag, alle brieven van lovers die haar verlaten hadden, alle foto’s van de lovers, alles weg en ze voelde zich heel erg opgelucht.

Maak van je huis geen museum van leed was de titel van haar stukje.

Ik vraag me af of dit schrijven, dit verhaal van mijn leven dat ik mislukt heb genoemd een boek van leed is? Ik schrijf het omdat ik wil begrijpen wat er gebeurd is, ik zet stukjes op FB om een reden die ik nog niet begrijp, mensen geven commentaar, meestal positief. Gister had ik ook even een discussie met mijn broer die denkt dat hij me kan helpen met het schrijven, hij schreef dat het iets is maar nog niet echt iets is. Het probleem natuurlijk met het openbaar maken van mijn schrijfsels is dat er mensen zijn die denken dat met hun hulp het boek beter wordt en mensen zoals T die mij vragen waarom ik het op FB zet en argumenten aandragen waarom ik dat niet zou moeten doen, mensen die mij niet kennen en ‘like’ zetten… so the fuck what…kent zij mij? Ken ik haar?
Ik weet niets van haar behalve het gerucht dat ze anorexia heeft, en of dat waar is weet ik niet. Ze heeft een treurige uitstraling, maar ik heb volgens mij nog nooit een echt gesprek met haar gehad. Over mijn leven of over het hare en verder heb ik haar al zeker 30 jaar niet gesproken.
Moet ik daar iets mee? Moet ik ophouden met het op FB zetten van mijn schrijfsels? Moet ik me er niets van aantrekken/ Moet ik doorgaan? Moet ik ophouden? Moet ik me aantrekken dat mijn broer zegt dat het nog niet iets is? Ik weet het niet, ik ben in de war en teleurgesteld…

Dit was het laatste dat ik schreef. Nu bijna zes jaar geleden. Heb ik me de mond laten snoeren. Maar ik ga verder. Van Mislukt tot Vrijheidsstrijder.

Waarom?

Heeft het leven zin?

Het kronkelige pad door het bos


Ik herinner me de eerste keer dat ik een geleide meditatie deed. Ik liep buiten in de natuur op een kronkelig pad met naast me een bloemenweide, ik rook de bloemen en het gras en ik voelde een zachte bries langs mijn wangen. Aan de andere kant van de weide lag een bos en het pad waar ik op liep voerde het bos in. Ik hoorde de wind ruisen, rook het bos en het mos en vervolgde mijn weg.
Aan het eind van het pad stond een klein wit huisje, de deur was open en ik ging naar binnen, er brandde een vuur in de haard en op de stoel ernaast zat een oude man met een lange grijze baard, die mij liefdevol aan keek. Hij nodigde mij uit naast hem te komen zitten. Woordeloos vertelde hij me dat ik hem een vraag kon stellen. Hij zou me antwoord geven. Ik barstte in tranen uit en stelde de vraag die ik altijd stelde in mijn momenten van wanhoop.
Waarom?
Met ogen vol liefde en zonder oordeel zei de oude man: Het is.
Dat was het antwoord op mijn vraag. Nooit vroeg ik meer waarom.

Oordelen

(Dit zeer toepasselijke beeld gevonden op https://aufabwegen.bandcamp.com/album/oordeel)

Tussen weten en niet weten zit een heel gebied. Bij mij kleurt dat gebied van zwart tot grijs. In tinten: van donkerzwart naar lichtzwart en van donkergrijs naar lichtgrijs. In dat tussengebied oordeel ik. Ja dat durf ik gerust te stellen, ik oordeel.

Ik weet heel goed dat oordelen niet mag, ik weet niet of dit met mijn christelijke achtergrond te maken heeft of met het christelijke land waarin ik leef, want Jezus de Christus zei : oordeel niet opdat u niet geoordeeld zult worden…. * (zie hieronder)

Maar ik oordeel. En mijn oordeel is vaak helemaal niet positief. Natuurlijk denk ik ook wel eens ‘wat een lief persoon’; ook dat is een oordeel maar vaker denk ik: ‘wat is er mis met dat mens’?’ en dan vul ik van alles in of ‘hoe durft hij’ en dan zijn er in mijn hoofd allerlei scheldwoorden op die persoon van toepassing of ‘die heeft echt problemen’ en dan zijn dat problemen die in de DSM** beschreven staan. Het gaat er mij nu niet om om mijzelf nu te veroordelen (want dat mag ook niet) maar omdat ik me realiseer en wil erkennen dat ik last heb van dat oordelen en veroordelen. Ik denk niet dat het me ooit gaat lukken om zonder oordelen te zijn maar ik zou dat wel graag willen, niet omdat Jezus het zegt of de een of andere verlichte geest maar vooral omdat mijn oordelen van mij in de weg zitten.

* (Maar wat hij precies zei wist ik niet meer dus even opgezocht: “Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden.” (Lucas 6:37). Andere woorden voor ditzelfde vers: En oordeelt niet en gij zult niet geoordeeld worden. En veroordeelt niet en gij zult niet veroordeeld worden; laat los en gij zult losgelaten worden.’Ik zou nu natuurlijk een theologisch verhaal kunnen gaan houden over deze tekst en het verschil maar misschien kan ik dit overlaten aan mijn theologische vrienden, Jan? Tynke?)

** (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 5th Edition: DSM-5 (DSM-5))

Wat terugkomt

Twintig jaar geleden zou ik met mijn toenmalige vriendin naar Mexico. In een stoffig kust plaatsje had zij een stoffige bungalow gehuurd aan zee. We waren er het jaar daarvoor ook geweest en het was er paradijselijk. Ze ging altijd in februari, het was daar dan nog redelijk rustig en het zand was niet te heet. Twee dagen voor vertrek werd ik ziek, ik had hoge koorts(39.8) en was enorm beroerd. De wereld zag er flets uit. Mijn vriendin geloofde niet echt dat ik ziek was en we gingen op reis. Ik lag met hoge koorts in het lege vliegtuig op drie stoelen en de stewardessen kwamen steeds aan met ijsblokjes die ik op mijn hete hoofd legde. Nu zou ik niet meer reizen met die hoge koorts maar ik dacht toen nog dat de koorts wel zou zakken en dat ik me na een aantal dagen, zoals dat gaat met griep, beter zou voelen, ik ben erg goed in het ontkennen van mijn eigen ziektes en gevoelens. Maar ook in het paradijs werd ik niet beter, ik lag met hoge koorts op het strand op een houten strandstoel. Een keer ging ik het water in om te kijken of ik me beter zou voelen maar ik ging er snel weer uit.

In Nederland had ik een Mexicaanse vrouw ontmoet die in Guernavaca woonde en zij had me uitgenodigd haar te komen bezoeken en ik besloot dat te doen. Mijn vriendin was niet erg begripvol tijdens mijn ziekte dus ik dacht dat het beter was te gaan. Ik nam de nachtbus naar Guernavaca. Ik moest midden in de nacht bij een benzinestation er uit. Dat was blijkbaar Guernavaca. Een taxi aan de overkant knipperde met zijn lichten en daar liep ik uiteindelijk heen. De taxichauffeur had een brief bij zich waarin stond dat de vriendin onverwacht naar New York was, dat de taxi me naar haar huis zou brengen en dat het middelste huisje voor mij was. Hij gaf me een sleutel van een stevige deur die ik opende en daarna weer op slot deed. Ik stond in een grote tuin met een aantal huisjes. In het middelste huisje was het bed opgemaakt. Er stond een vaasje met wat bloemen en er lag een briefje dat me welkom heette.

Ze bleek een genezeres te zijn en had een bloeiende praktijk met patiënten over de hele wereld. Nu was ze naar een zieke jazzmuzikant in New York. Ze zou over twee dagen terug komen en dan weer vertrekken naar Buenos Aires. Ik lag daar in die kamer en toen ze terug kwam uit New York zag ze hoe ziek ik was. Ze zei dat haar assistent Dulce me de volgende dag een massage zou geven.
Een hele lieve vrouw, misschien eerder een meisje, kwam me de volgende dag halen, ze had iets vaag bekends, maar ik was te ziek om er verder over na te denken.
Ze begon me te masseren, van teen tot top, alles raakte ze aan. Tijdens de massage moest ik overgeven en huilen en overgeven en huilen, het was een waanzinnige ervaring, ik denk dat de massage wel drie of vier uur duurde. En het wonderlijke was dat ik na de massage beter was. De koorts was weg. Ik kon weer denken.
Ze had de hele koorts eruit gemasseerd.
Het was ongelooflijk.
Toen ik haar vroeg hoeveel ze van me kreeg zei ze: niets.
Ik zei niets? Je bent zo lang met me bezig geweest, ik wil je betalen voor je tijd.
Nee zei ze, weet je niet dat jij me gered hebt?
Ze vertelde.

Twintig jaar geleden (dus nu veertig jaar geleden) was zij in Nederland, in Amsterdam. Ze was zes weken zwanger. Ze was dakloos en wachtte op geld om weer terug naar Mexico te gaan.
Ze voelde zich heel slecht en zou de baby later verliezen.
Ik was haar ergens tegen gekomen, we waren in gesprek geraakt en ik had haar mijn woning aangeboden.
Ik ging de volgende dag voor twee weken naar Italië. En ze kon in mijn huis.
Daar was ze tot rust gekomen en ze was me er dankbaar voor. Met deze massage ‘betaalde’ ze me terug.

Vannacht werd ik midden in de nacht wakker en herinnerde ik me dit opeens weer. Ik heb er nooit meer nagedacht. Tot vannacht.
De herinnering ontroerde me zo dat ik niet meer kon slapen. Het is zo: wie goed doet, goed ontmoet.
Ook al wist ik niet meer dat ik een wildvreemde vrouw mijn huis aanbood, zij wist het nog.
Zij Dulce.

De tijd kruipt

Zaterdagochtend 18042020

We zijn nu meer dan vier weken in lockdown, of hoe zeg je dat in het Nederlands? Eenzame opsluiting? Het voelt alsof het maanden is terwijl het nog maar dertig dagen zijn.

Van de tijd die vloog is de tijd gaan kruipen.

Ik heb al deze tijd geen zwembad van binnen gezien, de chloorlucht niet geroken, niet in het water gelegen. Ik sta vroeg op en ga vroeg naar bed. Al meteen aan het begin van de Lockdown heb ik een schema gemaakt waar ik me een week aan hield. Toen wilde ik nog voor negenen het bed uit maar nu ben ik meestal iets na zevenen uit bed. Ik had een uurtje ingebouwd voor een update over het Coronavirus maar dat hoeft niet meer. Elke middag rond veertien uur verschijnen de doden op mijn scherm, iemands vader of moeder, tante, oom, opa of oma, broer of zus, voor mij zijn het getallen, de Corona doden hebben nog geen gezicht voor me.

Vroege zaterdagochtend

Elke dag maak ik een wandeling of een fietstocht. Door de week studeer ik om elf uur met een aantal boeddhisten. Ik doe krachttraining, of yoga, en soms ’s avonds grondoefeningen met vrienden van de zwemclub. Ik zie mensen maar soms ook hele dagen niet.De minuten kruipen voorbij.

Een tijd genoot ik van de rust, ik werkte in de tuin, ik ruimde een kast op en keek naar films maar vandaag is er een enorme treurigheid in me gekropen.
Volgens de een of andere psycholoog is dat normaal en volgens mijn vriendin A ook. Er hangt een treurigheid om de wereld en het heeft me bereikt. Had ik geloof ik de Nederlandse aanpak… het geloof heeft me verlaten. Alles heeft me verlaten en de moed en de hoop zijn ook vertrokken.
Ik verheug me niet op het einde van de lockdown. Ik verheug me niet op de drukte die terugkomt. Ik verheug me niet op de recessie die er aan komt. Ik verheug me niet. Punt.
Ik zit in limbo. Of in het bardo.

Limbo – door volger van Jeroen Bosch

De verlaten stad

De Dam op maandag 30 maart om 16u

Deze middag fietste ik naar de Dam, ik wilde zien hoe verlaten de stad was. Het leek op de zondagen die ik me herinner waarin alles dicht was en de stad leeg was.

Ja, ik heb de stad stil mee gemaakt. Ooit in de vorige eeuw.
In deze eeuw is Amsterdam nooit meer stil. Overal mensen, veelal toeristen; toeristen lopend, toeristen slingerend over de straat fietsend , zingende Franse schoolklassen, groepen Chinezen waar ik me doorheen moest werken, dronken en lallende Engelsen, jonge giechelende stonede Italianen, Bulgaren, Zuid-Amerikanen. Overal en altijd de geur van wiet.

Ooit, in die vorige eeuw, verdwenen de toeristen in november en was de stad weer van ons, met Pasen kwamen ze weer. We moesten er altijd aan wennen dat de stad niet meer van ons was, maar het wende, altijd weer. De laatste jaren gingen ze niet meer weg.

Nu zijn ze er niet meer. De meeste winkels zijn dicht, alle cafés, broodjeszaken, juice bars, pannenkoek met Nutella plekken, overal waar je eten en drinken kon, dicht. Het stemde me droevig. Een paar zaken waren open, maar er was niemand binnen of mensen stonden op afstand, buiten te wachten want er mogen nergens meer dan drie mensen zijn. Hoeveel van die zaken zijn er nog over een jaar?

Ik neem foto’s van de verlaten Dam, een levend standbeeld pakte zijn spullen. En de stad is verlaten.

Amsterdam, de verlaten stad
Het Damrak met in de verte het CS

Spelletjes

Hier spreekt de spelbreekster. Ik hou niet van spelletjes. Nooit gedaan. Ik kom uit een familie van spelletjesspelers en terwijl mijn familie spelletjes speelde zat ik in de hoek en las een boek. Ik hoorde ze lachen en genoot op afstand van hun samenzijn. Natuurlijk hou ik er ook niet van als mensen spelletjes met me spelen, al heb ik dat vaak helemaal niet door want spelletjes begrijpen doe ik ook niet.
Maar zoals ik al schreef, ik ben een spelbreekster. Op Facebook doen veel spelletjes de ronde: geef ik een simpel antwoord op een vraag, krijg ik het dwingende verzoek de vraag op mijn eigen tijdlijn te zetten en van wie ik verloor. Of ik zet een like onder een foto dan moet ik vervolgens zelf een foto plaatsen.
GEEN ZIN IN.
Ik doe niet mee.
Ook krijg ik heel veel hartjes toegestuurd, ik vind het super lief dat iedereen aan me denkt, echt, als alleenstaande en levende voel ik me toch al erg alleen en jullie denken aan me, dank je wel, maar waarom moet ik dat hartje dan weer doorsturen? Doe ik al niet genoeg voor de mensheid met mijn zelf isolatie en mijn anderhalve meter afstand?

Coronafeesten

Voor de drukte was ik ook in het Bloesempark

De lente is in ons land. Eindelijk, ze is er weer, bomen in bloei, tulpenvelden of misschien nog geen bloeiende tulpen maar vast wel geurende hyacintenvelden. Een groot deel van Nederland trok erop uit, in files wachtten ze, om in files op het strand te lopen en in files op hun visje bij de viskraam te wachten. Of om in files te wachten bij het Bloesempark in het Amsterdamse Bos. Veel mensen spraken op Facebook hun ergernis uit over deze samenscholingen. Men verwacht over twee weken een hoogte (of diepte)punt in de Corona-uitbraak . Mij deden de samenscholingen die ik zag denken aan die HIV-party’s waar ik over heb gelezen: met HIV besmette mannen ontmoeten elkaar op seksfeesten en hebben daar onbeschermde seks, ze zijn toch al besmet dus erger besmet kunnen ze niet worden. Dus Corona-party’s voor iedereen op het strand van Zandvoort of Bloemendaal of gezellig op de loopbrug bij het Bloesempark. Ze zullen vast niet allemaal doodgaan want volgens mij zijn de meeste mensen die sterven boven de zestig, net als ik en de meeste mensen waar ik van houd. Ze worden misschien ziek, ik gun het ze niet maar dat geen afstand houden begrijp ik het niet.

%d bloggers liken dit: