Zwemmen & depressie

Zo zwom ik elke dag. Ik lette op de andere zwemmers om mijn slag te verbeteren en hoewel ik aller langzaamst zwom zwom ik gestaag. Meestal bleef het bij 500 meter, dat vond ik mooi genoeg. Een vrouw die ik kende uit het Vrouwencafé zwom ook in het Marnixbad. Zij vond het maar niks dat ik geen kilometer zwom en gaf me commentaar maar gelukkig trok ik me er niet veel van aan, hoewel het me nu na bijna dertig jaar nog haarscherp voor de geest staat. Ik voelde mij nog steeds beroerd, het zwemmen was het enige waar ik me goed over voelde. Het me slecht voelen had vooral met mezelf te maken, ik haatte mezelf, ik vond mezelf waardeloos en dat betekende dat ik mezelf zonder enige waarde zag; ik kon niks, de enige reden dat ik nog leefde was dat ik mezelf beloofd had dat ik me niet van kant zou maken.
Ondertussen wist niemand hoe ik mij voelde, ik dwong mezelf te glimlachen en rechtop te lopen en in deze ellende ontmoette ik JC en werden we verliefd. Hoe is het mogelijk denk ik nu dat zij verliefd op mij werd terwijl het er in mijn hoofd en hart zo slecht aan toeging. ~ wordt vervolgd


Echt goede foto’s zijn er niet bij depressie en zwemmen al zie ik wel een bericht van een van de beste zwemmers van deze nog jonge eeuw, Michael Phelps die last had van een depressie tijdens zijn carrière:

De Amerikaan Michael Phelps, de beste zwemmer aller tijden met 28 olympische medailles waarvan 23 gouden, heeft op een persconferentie over mentale gezondheid in Chicago uit de doeken gedaan dat hij tijdens zijn carrière sukkelde met zwaar depressieve periodes. De meest ernstige kwam er na de Olympische Spelen van 2012 in Londen. Toen dacht hij na over zelfmoord. “Na elke olympiade kende ik een depressieve periode”, stak Phelps, die na de Spelen van 2016 in Rio definitief een punt zette achter zijn zwemcarrière, van wal. “Na de Spelen in Londen was het het ergste. Ik wilde niet meer zwemmen, zelfs niet meer leven. Dan denk je na over zelfmoord. Ik heb me nooit zo slecht gevoeld als in die periode. Ik bleef soms drie tot vijf dagen alleen op mijn kamer, zonder te eten en amper te slapen. Ik was het leven beu.”

Phelps kende na de Spelen van 2004 in Athene zijn eerste postolympische depressie. Vier jaar later, na met acht olympische titels het record van zijn landgenoot Mark Spitz van de tabellen te hebben gezwommen, vluchtte hij in alcohol. Er ging ook een foto van Phelps die marihuana rookte de wereld rond. “Ik vluchtte weg van mijn problemen op dat moment”, aldus Phelps.

Ook weet ik dat Ian Thorpe kampte met depressie al had dat ongetwijfeld te maken met het feit dat hij als homoseksueel in de kast zat en daar niet uit durfde te komen.

Een vrouwelijke zwemkampioene met depressie is mij niet bekend en ik wil hier ook niet over speculeren.

Mijn eerste poging borstcrawl

Dit plaatje geeft een idee al leren we nu onze arm vlak onder het oppervlak vooruit te strekken.

Terwijl ik daar zo dapper zwom in het Marnixbad zag ik links en rechts de borstcrawljongens en meisjes door het water zoeven. Wat zag dat er toch mooi uit, veel mooier dan die houterige schoolslag, vloeiend en op een bepaalde manier moeiteloos. Het Marnixbad bood slagtraining, je kon je inschrijven voor acht keer en dan leerde je de basis voor de borstcrawl. Ik schreef me in en ging elke week voor een uurtje extra naar het Marnixbad om de borstcrawl te leren. Na die acht keer ging ik vol verwachting zwemmen in de borstcrawlbaan. Ik kroop voort, probeerde in praktijk te brengen wat ik in de les geleerd had en hing na één baan amechtig aan de kant. Maar ik had het gehaald! En net zoals ik weer was begonnen, het ene baantje de ene dag en de volgende dag een baantje erbij enzovoorts en zo verder volhardde ik in het leren zwemmen van de borstcrawl. Opnieuw ging ik voor de vijfhonderd meter. Onderweg werd ik aangesproken door een jonge man, ik zie steeds dat je bijlegt, zei hij, hij deed voor wat ik had geleerd op de les, je moet je hand eerder doorhalen deed hij voor, zoals je nu zwemt heb je elke keer een stil moment maar je moet door zwemmen. Hij had gelijk. Ik deed wat hij zei en het ging steeds beter. ~ wordt vervolgd.

Depressie en Sport

De baadster – Hildo Krop

Een paar dagen geleden schreef ik dat ik dertig jaar geleden in een zware depressie terecht kwam na het verliezen van mijn ouders en mijn ouderlijk huis. In mijn mail box kwamen berichten van mensen die ook depressief waren of waren geweest, mensen van wie ik het niet wist en die het ook niet wisten van mij. Ik wilde indertijd niet dat iemand wist hoe ik mij voelde, ik dwong mijzelf trots rechtop te lopen zodat niemand iets sombers aan mijn houding zag. Mijn eerdere verhaal eindigde met de Mensendiecktherapeute die vond dat ik een sport moest gaan zoeken die ik leuk vond en hoe ik mij het zwemmen herinnerde.

Ik besloot naar het Marnixbad te gaan, een zwembad aan de rand van de Amsterdamse Jordaan. Ik sprak af met een vriendin in de hoop dat we elkaar konden aanmoedigen maar de vriendin belde die ochtend af en ik ging alleen. Ik was enigszins nerveus, ik was jaren niet in een zwembad geweest, zou ik het nog wel kunnen? De enige slag die ik kende was de schoolslag, zou ik die vergeten zijn? Natuurlijk kon ik het nog. Gedreven zwom ik naar de overkant. Ik had met mezelf afgesproken dat ik één baantje zou doen en ik zwom niet meer dan dat ene baantje. Ik sprak met mezelf af dat ik elke dag nog een baantje zou zwemmen en dan nog een en dat ik het zo zou opbouwen naar zeker 500 meter. Dit was mijn nieuwe missie. Zwemmen was het enige waar ik mij goed over voelde. Die baantjes schoolslag die ik dagelijks trok. Nadat ik de 500 meter had gehaald (20 baantjes) was ik toe aan een nieuwe uitdaging: De borstcrawl.
~ wordt vervolgd.


De Baadster:
vrouwelijk naakt met lang golvend haar. Franse kalksteen, 188 cm

Op 3 september 1955 werd op het Marnixplein het ‘Gemeentelijk Was-, Bad- en zweminrichting Marnixbad’ geopend. Het grote gebouw van architect J. Leupen bestond uit twee massieve gesloten delen. De vormgeving was strak en sober met als enige decoratie hoog midden op de façade een sculptuur van Hildo Krop. Hij maakte dit beeld,  getiteld ‘De Baadster’, in het kader van de 2% regeling. Dit natuurstenen beeld is een voorstelling van een naakte vrouw, zij heeft lange haren die overgaan in een golvende baan water.
Dit gebouw werd in 2004 door de gemeente gesloopt om er een nieuw sportcomplex voor terug te plaatsen. Ook het beeld van Krop dreigde onder de slopershamer te verdwijnen. “Dat draaide uit op een pittige confrontatie met de overheid”, vertelde Hildo Krop, de kleinzoon van de stadsbeeldhouwer in een interview in De Volkskrant van 18 februari 2016. “Als erfgenaam wilde ik weten wat er met het beeld van mijn opa zou gaan gebeuren. Er kwam alsmaar geen antwoord, ik overwoog zelfs om de sloop stop te laten zetten. Wat zou er gebeurd zijn als ik het erbij had laten zitten? Uiteindelijk kreeg ik de belofte dat het beeld zorgvuldig zou worden verwijderd en teruggeplaatst in de nieuwbouw. Die zorgvuldige verwijdering, daar stond ik bij. Maar van die terugplaatsing kwam tot dusver niets terecht.”
Waarom gebeurde er al die jaren niets? Een kort resumé: In 2004 werd het gedemonteerde beeld opgeslagen om, als het nieuwe gebouw klaar was, teruggeplaatst te worden. Hoewel op de originele bouwtekeningen van het nieuwe Marnixbad ‘De Baadster’ stond ingetekend, zijn er bij de bouw geen voorbereidingen getroffen voor herplaatsing van het beeld. Opvallend is ook dat de toenmalige directeur van het Marnixbad zich tijdens de herbouw zou hebben uitgesproken tegen de terugplaatsing van het beeld.  Het beeld is na verwijdering van het gebouw zoekgeraakt, vanwege een miscommunicatie. Er werd zelfs gespeculeerd dat het beeld mogelijk opzettelijk zoek is geraakt. Jaren lang is het Hildo Krop Museum bezig geweest, in samenwerking met de Werkgroep Monumentale Kunst van Heemschut, om het beeld teruggeplaatst te krijgen. Met elke keer als antwoord van de gemeente: “Binnenkort zal het beeld worden teruggeplaatst” of “er is geen budget”. Uiteindelijk werd deze lange adem beloond met de terugkeer van De Baadster op 13 februari 2019.

B 124 – De Baadster – Marnixbad – Amsterdam | HILDO KROP (timswings.nl)

Geluk

Je hebt moed nodig om gelukkig te worden. ~ Daisaku Ikeda

De laatste twaalf dagen van dit jaar ben ik samen met mijn boeddhamaten PG en EdlB op een spirituele reis van Kamakura naar Kyoto. Vandaag zijn we op de zesde dag die ik zie als de zesde etappe. Het thema van vandaag is: op weg naar de overwinning. Overwinnen is een mooi begrip in het boeddhisme dat ik beoefen. Het gaat om het overwinnen op jezelf. Je negatieve eigenschappen overwinnen.

Het onderliggende thema vandaag is een uitspraak van Shakyamuni Boeddha: Leef niet in het verleden, droom niet van de toekomst, focus je geest op het hier en nu. Ik ben deze Kerstdag begonnen met een uur lang herhalen van de mantra: Nam myoho renge kyo. Deze mantra heeft heel veel betekenissen en is een mantra die ik mijn hele leven lang kan bestuderen en die ik ook de rest van mijn leven zal reciteren. Waar het simpel gezegd op neer komt is dat met nam myoho renge kyo ik mezelf beloof gelukkig te zijn, in welke omstandigheid ook. Ook dit gaat veel dieper dan wat je hier op het eerste gezicht leest, voor gelukkig zijn is moed nodig. Ook als de omstandigheden abominabel wil dat niet zeggen dat een mens ongelukkig is. Of dat ik ongelukkig moet zijn.

Insomnia

Gevonden op de Vuurvrouw website

En dan gebeurt het weer, ik kan de slaap niet vatten, Podcast, na Blendle, na Luisterboek, ik lig wakker. Ruim na middernacht ben ik nog in het land van de wakkeren. Ik zal in slaap gevallen zijn want ontwaak rond een uur of drie, ik luister verder naar de Podcast: ‘Te lui om te lezen’ en val weer in slaap. Iets voor vijven word ik wakker en luister dan naar een aangrijpend boek dat ‘De verborgen kinderen’ heet en dat zich afspeelt in de jaren dertig van de vorige eeuw in een psychiatrische kliniek. De vertelster blikt terug, ze is in de kliniek geboren want dochter van een psychiatrisch patiënt. Het verhaal is soms te heftig voor het slapen gaan en dan moet ik naar iets anders luisteren. In de ochtend is het beter te verdragen en het verhaal fascineert me. Als ik uit bed stap ben ik niet wakker, wel ga ik verder met de vijfde dag van mijn spirituele reis naar Kyoto waarbij elke dag een motto heeft en ik een uur nam myoho renge kyo reciteer. Als ik daarmee klaar ben ga ik de laatste boodschappen doen en dan op naar vriendin Keesje voor een wandeling.

De verborgen kinderen door Elizabeth Byler Younts

Elizabeth Byler Younts schetst in ‘De verborgen kinderen’ een aangrijpend beeld van de psychiatrie in Pennsylvania, 1937. De veertienjarige Brighton kent alleen het leven binnen de grauwe muren van gesticht Riverside. Hier wordt ze opgevoed en onderwezen door verpleegster Joann. Brighton weet niet dat Joann geheimen bewaart die een sleutel vormen tot haar verborgen verleden. Een verleden dat Brighton vasthoudt in het sombere Riverside.

Brightons enige vriend en lotgenoot is de albinojongen Angel. Samen besluiten ze te ontsnappen. Maar weglopen is één ding, voorbereid zijn op de buitenwereld is iets heel anders. Zonder geboorteakte en geld zijn ze overgeleverd aan de genade van vreemdelingen, die niet altijd het beste met hen voor hebben…

‘De verborgen kinderen’ is een hartverscheurende historische roman over de kracht van vriendschap en de schoonheid die schuilt in de grote en bedreigende buitenwereld.

Een persoonsportie

Geen eenpersoonsportie

De vrijheid te hebben om:
Niet door te gaan met mijn verhaal over hoe ik tot zwemmen kwam, (komt nog)
Om te schrijven over wat ik wil, wat in me opkomt, over wat me bezig houdt op dat moment, waar ik over schrijven wil?
Wat me bezig houdt klinkt wat dramatisch want houdt dit me nu werkelijk bezig, dat waarover ik vandaag wil schrijven?
Het gaat over eenpersoons kerstporties.

Gisteren nog wat kerst inkopen gedaan.
Ik ga graag naar Albert Heijn en vooral naar de grote Albert Heijn hier op het Europaplein. Ik hou van die winkel, het is er ruim, het personeel is aardig en ik vind de vrouw die volgens mij de bedrijfsleider is hulpvaardig en vriendelijk. Ze helpt vaak mee in de winkel, vult vakken en is actief aanwezig. Mijn hele leven koop ik al bij Albert Heijn, een tijdlang vond ik hun groenten niet zo goed maar behalve een beschimmelde mandarijn of sinaasappel in het net ben ik nu tevreden over de kwaliteit van hun groenten.
Ik had de advertentie gezien met allerlei kerst aanbiedingen, zo zag ik een vegarollade en in de winkel zag ik nog zo’n lekker vegading om in de oven te doen, vega en niet vegan, maar goed, volgend jaar beter Albert Heijn? Maar mijn grootste obstakel is de maat, deze dingen kan ik slechts eten als ik met meer mensen ben, nou wil ik best veel eten met Kerst deze porties echter zijn me te groot, een tussenmaat was er ook niet, dus wat eet ik nu?
Stikt het niet in Nederland van de alleenstaanden? De alleenlevenden? De alleengaanden?
Moeten wij ons overeten?
Moeten wij alles zelf verzinnen?
Kan onze supermarkt, ons aller Albert Heijn volgend jaar eenpersoons kerstporties maken of is dat commercieel niet interessant?

Ken ik me

Ons zelf kennen is niet zo makkelijk. Niet voor niets zei de monnik Nichiren dat we onze wenkbrauwen hoewel heel dicht bij onze ogen niet kunnen zien. Wie wij zijn en wat wij zijn is ons vaak niet duidelijk. Vooral bij begrippen als verslaafd of depressief kostte het mij een lange tijd voor ik begreep dat het op mij van toepassing was. In de eerste tijd na het overlijden van mijn vader en mijn ineenstorting had ik geen idee dat ik in een depressie zat. Ik voelde me gewoon enorm ellendig en schaamde me daar diep voor. Ik had geen enkel begrip voor mezelf en de situatie waar ik in zat. Het kwam niet in me op dat het misschien wel normaal was dat ik verdriet had omdat mijn vader dood was, mijn moeder dood was en mijn ouderlijk huis niet langer bestond. Ik leefde bij de dag. Nadat de Mensendiecktherapeute mij had gevraagd of er niet een sport was die ik leuk vond herinnerde ik mij een zomer op een camping in Mierlo. Ik was een jaar of twaalf. Er was een meertje op de camping waar ik kilometers in aflegde, heen en weer zwom ik over de ven, vaak hele stukken op mijn rug terwijl ik naar de hemel keek en me gedragen wist door het water. Vrij had ik me gevoeld en onafhankelijk. Dit zou ik kunnen gaan doen, dacht ik, ik zou kunnen zwemmen, ~ wordt vervolgd

We common mortals can see neither our own eyebrows, which are so close, nor heaven in the distance. Likewise, we do not see that the Buddha exists in our own hearts. You may question how is it that the Buddha can reside within us when our bodies, originating from our parents’ sperm and blood, are the source of the three poisons and the seat of the carnal desires. ~ Nichiren Daishonin

Gosho: New Year’s Gosho (nichiren.info)

Depressie

Dertig jaar geleden belandde ik in een zware depressie. Ik was binnen anderhalf jaar mijn beide ouders kwijt en verloor daarmee mijn ouderlijk huis. Ik hield veel van mijn ouders en was erg op ze gesteld. De meeste zondagmiddagen reisde ik af naar de plek waar zij woonden. Mijn broer kwam ook vaak en op die zondagmiddagen genoot ik van de onvoorwaardelijke liefde die mijn ouders voor me hadden. In augustus 1990 was dat voorbij, zonder dat ik er enige invloed op had was ik iemand anders geworden, ik was kind af, de mensen voor me waren weg.
Tijd om over mijn vader te rouwen gunde ik me niet. Ik had heel veel gehuild over mijn moeder en had genoeg van het huilen. Ik stortte me op mijn werk. ’s Nachts sliep ik niet en overdag werkte ik hard tot het niet meer ging. Ik stortte in. Maar stoer als ik ben wilde ik niet dat iemand dit wist. Ik nam van het ene op het andere moment ontslag op mijn werk en kroop in bed met de telefoon eruit. Na een paar dagen belde ik mijn huisarts, ik had pijn in mijn lijf en terwijl ik met haar aan de telefoon was barstte ik in huilen uit. Ze nodigde me uit langs te komen en maakte een plan om me uit bed te houden. Ze stuurde me naar een hele lieve Mensendiecktherapeute die me fysiek aan het werk zette, ik moest thuis een aantal oefeningen doen waardoor ik niet helemaal verstijfde. Ik ging, ik weet niet meer hoe lang, elke week drie keer naar deze therapeut en deed thuis braaf mijn oefeningen. Na een aantal maanden liepen deze bezoeken op hun einde. De Mensendiecktherapeute vroeg me of er een sport was die ik leuk vond want dat het belangrijk was dat ik bleef bewegen. Een sport? Die ik LEUK vond? Na mijn eindexamen had ik nooit meer iets aan sport gedaan. ~ wordt vervolgd

Vriendschappen

Alles wat ik weet over vriendschap heb ik geleerd van mijn ouders, zij hadden levenslange vriendschappen.
Mijn vader Koert is zijn hele leven bevriend geweest met Jan, Wim en Otto, drie vrienden die hij op veertienjarige leeftijd had gemaakt op het Willem Lodewijk Gymnasium in Groningen. Mijn vader kon ontroerd vertellen hoe zij vieren hadden besloten de door de Duitse bezetters vereiste loyaliteitsverklaring* niet te ondertekenen en hoe zij met een handdruk afscheid namen en niet wisten of zij elkaar ooit nog zouden zien. Alle vier doken ze onder. Ze overleefden de oorlog en bleven bevriend.
Mijn moeder had vriendin Mimi die ze tijdens WO2 in een hospitaal had leren kennen en ook zij waren hun leven lang bevriend. Mimi en Jan met zijn vrouw Jannie voelden als mijn familie. Mijn moeder had geen familie, het grootste deel van mijn vaders familie woonde in Canada en met zijn eigen broer die hier was gebleven was het contact goed maar zeker niet uitbundig. Dat was wel het geval met Jan en Jannie, Otto en zijn vrouw Koosje en Wim en Hillie die mijn vader attent had gemaakt op mijn moeder. Maar hier zal ik een andere keer over schrijven. Elk jaar gingen de vier vrienden met elkaar een weekend weg en Mimi ging vaak met ons gezin mee op vakantie. Mimi had geen man. Ik was dol op Mimi en zij op mij.

[*De loyaliteitsverklaring was een verklaring die studenten in Nederland in 1943 moesten ondertekenen. In die verklaring moesten zij beloven dat ze zich zouden ‘onthouden van iedere tegen het Duitse Rijk […] gerichte handeling’. De verklaring werd door de Duitse bezetter op 13 maart 1943 ingevoerd, de studenten hadden tot 10 april de tijd om de verklaring te ondertekenen. Wie niet tekende, mocht geen college meer lopen.]

Vriendschap

Lido & Ata in 1980

Al jaren is dit een feestdag voor me. Mijn lieve vriendin Lidi is jarig. Lidi is een van mijn alleroudste en liefste vriendinnen. Met oudste bedoel ik niet in leeftijd maar in periode. Lidi en Stel. Zij zijn het. We drieën kennen elkaar nu 45 jaar en zijn al deze jaren vrienden gebleven. Lidi en ik hebben wel eens mot gehad en elkaar een paar maanden niet gezien maar gelukkig hebben we de draad weer opgepakt en ik denk niet dat we elkaar ooit nog loslaten. Elkaar bezoeken voor de verjaardag doen we niet dit jaar. Wel vieren we onze verjaardag op een andere dag en we hebben nu afgesproken dat ik in het begin van 2021 met gebakjes van Blommestein naar Lidi kom en zij haalt op haar buurt gebakjes bij Cornelisse en zo eten wij ter ere van elkaar en onze vriendschap twee gebakjes.
Een tijdlang woonden wij in het zelfde huis, zij op de 1e en ik op de 2e. Het was een wilde hedonistische tijd waarin we ruige dingen beleefden. Vaak gingen Lidi en ik om 1 uur ‘s nachts uit. We maakten ons op, trokken mooie kleren aan en daar gingen we: Aangekleed gaat uit, zei Lidi dan.
Een vriendschap als deze is je ware.

%d bloggers liken dit: