Verhuisdroom

Ik had die droom weer.
Ik ben verhuisd. Dit keer naar een flat op de tweede verdieping. Het was wel vlakbij G, mijn vriendin die al jaren ziek is. Dat ik vlak bij haar woon vind ik wel fijn maar ik denk: wat erg dat ik weg ben uit mijn huis met tuin. Waarom heb ik dit gedaan? Of zou het weer een droom zijn? Nee deze keer is het echt.

Klankdicht bij rally 50

Brrroem brroem
Tjok tjak
Zoef zoef
Katjukkk
Tjok
Stapstipstopstap
Pfff pfff
Roetsch Roetsch
Bommboem
Kabbelklots
Boembommm
Zoef zoef brroem beroem
Klots klots
Ritsjak
Smak

 

Brrroem brroem de motor draait
Tjok tjak de deur slaat dicht
Zoef zoef de wielen draaien over het asfalt
Katjukkk de deur gaat open
Tjok de deur dicht
Stapstipstopstap we beklimmen de toren
Pfff pfff wij hijgen uit na 182 treden
Roetsch Roetsch snellen we naar beneden
Bommboem gaat de auto de pont op
Kabbelklots het water tegen de pont
Boembommm we gaan de wal weer op
Zoef zoef brroem beroem
Klots klots ik zwem
Ritsjak het vuur gaat aan
Smak ik krijg een kus

Op de step

Afbeeldingsresultaat voor meisje op step

 

Ik heb een driejarig vriendinnetje dat vaak bij me langs komt. Ze komt vaak op de step en die staat dan bij mij voor de deur. Zelf heeft ze zich verstopt en er staat alleen een verlaten stepje. Natuurlijk komt ze hierna gierend van de lach tevoorschijn. Haar step wordt in mijn hal geparkeerd. Als ze vertrekken pakt ze haar step en ze is binnen de kortste tijd uit het zicht verdwenen. Haar moeder roept haar na: Rustig aan!
Een klein meisje op een klein stepje.

En ik herinner me toen ik zo oud was als zij, en hoeveel groter ik in mijn gedachte was dan dit kleine mensje op die step.

Op mijn rode step met rubberen banden step ik de buurt door.
Over de stoep step ik, alleen, ik zwaai met mijn been en zet af, hard ga ik, tot mijn ene been moe is en ik mijn andere been gebruik met evenveel kracht.
Over de wegen, over de stoepen, ik kom waar ik het niet ken, angst ken ik niet maar die vrijheid ik voel! Dit gevoel van vrijheid, dat ik heb op die step, zal ik me altijd herinneren en zal ik nooit meer kennen.
Op die step ben ik geen kind meer maar een zich razendsnel voortbewegend mens. Ik voelde me groot, net zo groot als ik nu ben.
En dan zie ik mijn kleine vriendinnetje weg sjeesen en realiseer ik me dat ik net zo klein geweest moet zijn.

Hoe kan het?

 

De andere kat

De andere kat: Sterretje
 Sterretje
Het is nu een week geleden. Hopelijk is het weer omgeslagen. Vorige week begon de regenperiode, nu schijnt de zon en is de lucht blauw.
Mijn andere kat Sterretje.
Daar was ik gebleven. Hoe Sterretje rond rende in de tuin toen wij Mickey begroeven. Ik besteedde niet veel aandacht aan haar, ik was teveel bezig met Mickey en mijn eigen proces. Hoe hield ik mij staande, hoe ging ik hiermee om en hoe ging ik verder.
Ik stopte de spulletjes waar hij op gelegen had in de wasmachine die ik aanzette. Ik dweilde de gang en de woonkamer. Misschien zette ik koffie. Waarschijnlijk ging ik schrijven maar ik dacht niet echt aan Sterretje.
Geen sikkepitje aandacht had ik voor haar. Ik dacht niet echt na wat zij er allemaal van vond. Wat zij ervan vond dat wij Mickey in de grond stopten.
En ik herinner me nu ook dat toen Britta doodging en wij haar hier ook begroeven ik helemaal geen aandacht had voor Mickey en Sterretje. Mijn eigen verdriet was blijkbaar groter en sloot al het andere uit. Hum.
En dan nu Sterretje, hoe ontdaan ze was.
Ze kwam niet echt meer binnen behalve die keer dat ik op de bank lag en naar Netflix keek, toen kwam ze weer bovenop me liggen zoals ze wel vaker doet als ik op de bank naar Netflix kijk. Ik kroel en zij spint. Maar verder zag ik haar niet. Ze sliep een nacht in de badkamer op het kleedje, ze sliep een nacht in bad maar waar ze verder uithing wist ik niet.
Vannacht werd ik wakker en zocht haar, ik keek in de badkamer en voelde hoe ze me een kopje gaf in de gang, ik gaf haar wat eten en toen ging ze weer naar buiten. Ze liep naar de plek waar we Mickey hadden begraven en ging er naast zitten.
Vriendin R en ik praatten over Sterretje, ze zei wijze dingen en ik besloot een gesprek met Sterretje aan te gaan en haar in mensentaal uit te leggen wat er nou precies gebeurd was met Mickey en waarom we hem in dat gat in de grond gelegd hadden.
Ze was niet in huis en ik opende de keukendeur en riep haar naam, ze zat op de uitbouw van de buren en kwam via de vlier omlaag. Ik nam haar in mijn armen en begon te praten, zo simpel mogelijk legde ik haar uit dat Mickey oud was geworden, dat wij ook ouder werden en dat zij ook niet meer het kleine Sterretje van weleer was met de blauwe ogen, dat Mickey zijn jasje had uitgetrokken zoals ik straks ook mijn pyjama uit zou doen en dat we dat jasje in de grond hadden gelegd. Ik moest haar vasthouden want eigenlijk wilde ze zich losrukken maar ik hield haar vast en vertelde haar alles wat er in mij opkwam.
Moet ik me generen over deze communicatie? Misschien geneer ik me een beetje maar ik geneer me niet genoeg.
Nadat ik haar had losgelaten ging ze naar het kleedje van Britta, Mickey had er op gelegen en waar hij op gestorven was en dat ik meteen in de was had gegooid. Toen het droog was had ik het onder de tafel gelegd, ik weet dat Sterretje graag tegen de verwarming ligt. Ze snoof en rook er aan en ging liggen.

De koning en zijn prinses

Daar stonden we met ons drieën in de regen. De dode Mickey in mijn armen. Ik legde hem voorzichtig in het langwerpige gat dat we met ons drieën gegraven hadden, H en R hielpen met het kopje, Sterretje rende als een gek rondjes door de tuin. Toen Mickey lag maakte H de foto, hij lag er mooi bij. Dat zeggen mensen vaak bij een dode, soms klopt het , soms klopt er niets van maar Mickey lag er goed en rustig en vredig bij, zijn leven geleefd en het was een mooi leven geweest met goed eten, menselijke warmte op zijn tijd, eerst met een vrolijke hond en daarna met dat eigenwijze Sterretje.

Wat was Mickey boos toen Sterretje kwam, ikzelf lag ziek met een ontsteking van mijn pancreas, Britta werd steeds ouder  en krakkemikkiger en het was tijd voor nieuw leven vond ik.

Ook had ik weinig aan Mickey wat muizen betreft, hij keek er naar en dat was alles wat hij deed. Verder liet hij zich koeioneren door een jonge ongesneden kater die brutaal de tuin in kwam en Mickey op joeg. Met veel misbaar gooide ik die kat eruit en Mickey vond dat blijkbaar normaal want beneden zijn stand een kat uit zijn tuin te jagen.

H had net twee kleine katjes en ik was zo blij jonge beestjes te zien dat ik ook een jong katje wilde, ik hoorde van een nest in de Betuwe en ik koos een schildpadje met een geel befje en een ster op haar kop. Toen ze hier kwam had ze nog blauwe oogjes, ik denk dat ze een week of zes was. Te klein. Maar niet te klein voor Mickey. Hij blies naar haar en verliet toen het huis. Twee dagen lang kwam hij niet meer binnen. N de zoon van R begon een gesprek met hem, op de een of andere manier vond hij het heel normaal om met katten te praten, hij was toen een jaar of elf, hij wilde er niets van weten dat wij het bijzonder vond dat hij praatte met beesten en als wij hem dierentolk noemden vond hij dat belachelijk.

‘ Mickey is boos,’ zei hij, ‘ hij begrijpt niet dat jullie altijd die kat eruit jagen die de tuin in komt en nu haal je zelf een kat binnen, hij snapt daar niets van. Je moet het hem maar eens goed uitleggen. En dan moet je in plaatjes doen want woorden begrijpt hij niet altijd.’

Ik deed mijn best maar Mickey kwam niet terug.

En toen deed ik wat ik altijd doe als ik het niet meer weet. Ik ging voor mijn gohonzon zitten en begon te chanten en terwijl ik chantte probeerde ik in plaatjes te denken en Mickey te vertellen dat ik helemaal niet minder van hem hield maar dat we een stoere meid nodig hadden die hem zou verdedigen tegen dat rotjoch dat de tuinen wilde overnemen.

Ik chantte, dacht aan Mickey en wenste dat hij weer binnen zou komen.

En hij kwam, misschien na een half uur, misschien na drie kwartier maar de kamerdeur werd met geweld open geduwd  en daar kwam de Koning binnen. Hij sprong op schoot.

En nu rende Sterretje verward door de tuin en wij legden Mickey op zijn plek. Met mijn handen schepte ik de donkere aarde over hem heen. Zijn kopje bedekken kon ik niet. H pakte blaadjes van de kersenboom die met de herfst van de takken op de grond zijn gevallen en legde die over zijn kopje. Ik strooide het de aarde erover.

Hij was al snel bedekt met aarde. Hierna schepten we de aarde over hem heen. Hij kreeg een zandheuveltje waar ik bollen in ga planten.

Vertrokken

Hij begint te vervagen en hij begint te verschijnen en toch zal ik hem nooit meer zien.
Het is nog geen week geleden dat mijn Mickey zijn lichaam verliet. Van een grote sterke koning met een krachtig lijfje tot een grote minder sterke koning met een verschrompeld lijfje.
Ik wil niet dat hij verdwijnt en ik wil ook niet dat hij steeds langs komt.
Zijn kleine lijfje. Ik zie het op de foto die H maakte toen hij in zijn grafje lag. Dat was niks meer. Ik liet de foto zien aan E en V en zij vonden het toch wat. Ze vonden dat hij er nog goed uitzag maar ik vond het was helemaal niks meer.
Er was niets meer over van de koning die mijn schoonheid was. Gelukkig was er nog wel wat over van zijn schoonheid.
De laatste dagen van zijn leven maakte ik veel foto’s. Op de foto’s zie je gelukkig niet dat hij er zo slecht aan toe was. R wilde foto’s maken van de begrafenis maar dat wilde ik niet, ik wilde niet dat ik maar steeds zou kijken naar dat dode lijfje.
Toch vond ik dat hij er mooi bij lag in zijn diepe graf onder de rododendrons en H maakte op mijn verzoek toch een foto.
Donderdag wist ik dat het niet lang meer zo duren, eigenlijk wist ik dat de hele tijd maar zoals ik al vaker, met zieke mensen had meegemaakt, je denkt dat het niet slechter kan maar het kan nog altijd slechter, tot het echt niet meer slechter kan.
Mickey lag stil op het zachte kleedje van Britta, zijn flanken ingevallen, hij at al niet meer sinds maandag en sinds woensdag wilde hij ook niet meer drinken.
Ik had een boeddhistische bijeenkomst die donderdagavond en ik was vast van plan om te gaan maar het ging alsmaar slechter met Mickey, soms leek hij naar adem te happen en ik wilde hem niet alleen laten. Mijn boeddhistische vrienden hadden er alle begrip voor dat ik thuis bleef. J stelde voor dat ik net als zij van 19-20 zou chanten en dat heb ik gedaan. Mickey lag naast me en ik chantte. R kwam ook nog, ze deed wat dingen die zij alleen doet en was verder lief voor mij en voor Mickey.
Om 22u ging ik naar bed. Het was een onrustige nacht maar ik sliep.
Om 4.30 werd ik wakker. De nacht was donker. Later hoorde ik dat R ook om die tijd wakker was geworden.
Ik zag vaag de contouren van Mickey onder de tafel. Ik wilde niet weten of hij al vertrokken was.
Sterretje liet zich niet in de kamer zien. Ik zag haar in de badkamer en vroeg haar: wat denk je Sterretje, is hij nog bij ons?
Ze kwam de kamer niet in en ik kroop weer onder de dekens.
Ik sliep niet meer maar ik wilde niet kijken of Mickey dood was als het donker was, ik wilde wachten tot het licht was.
Rond acht uur werd het licht en ik ging meteen bij Mickey kijken.
Hij lag er nog precies zo bij en voelde koud en dood aan. Een vlo sprong op mijn hand, die had niets meer te zoeken bij een dode kat waarvan het bloed niet meer stroomde, ik verdronk de vlo onmiddellijk in het water dat naast Mickey stond. Ik keek en keek maar Mickey bewoog niet meer.
Ik schreef een boodschap op Facebook.
Ik stuurde boodschappen naar de mensen die afscheid waren komen nemen.
En toen huilde ik. Ik huilde hard, met een beetje gêne maar ik wilde geen gêne voelen omdat het maar een kat was en ook nu, nu ik dit schrijf voel ik weer dat verdriet. Dat we ouder worden, dat we ziek worden en dat we dood gaan. Wij en onze dieren, onze familie, onze vrienden en onze vriendinnen.
Ik sprak met mijn twee vriendinnen af dat we Mickey om 10 uur onder de rododendron zouden leggen en ik ging chanten. Ik legde Mickey met zijn kopje naar de Gohonzon en ging achter hem zitten. We kijken naar de Gohonzon en we zitten op een lijn en kijken allemaal het universum in.
Ik chantte en dacht aan die keren dat hij bij me op de stoel was komen zitten als ik chantte en hoe hij naar de gohonzon keek.
Of als er mensen bij me chanten en hij zich omdraaide en naar hen keek. Ik hoorde de mensen achter me lachen. Hilariteit.
Hij sprong graag op de schoot van de mannen en ook sprong hij graag op de schoot van Mandy. Mandy die zo lief voor hem zorgde als ik weg was.
Na het chanten kwamen R en H en groeven we het gat in de tuin dieper. Ik droeg hem door de tuin en haalde herinneringen met hem op.
Hoe hij rende, de boom in klom. Op het gras ging liggen, tussen de bamboe en onder de rododendron.
Daar ligt hij nu.
%d bloggers liken dit: