Vraag: Hoe was het om uit de kast te komen?
Antwoord: Lieve Yegor, dank je voor je vragen, je andere vragen beantwoord ik in een volgende blog
Ik vind het moeilijk deze vraag te beantwoorden. Ik denk omdat ik me realiseer dat ik dingen ga vertellen waar ik liever niet over praat.

Wat betekent het precies? Uit de kast komen? Tegenwoordig wordt het voor van alles gebuikt maar in mijn tijd betekende het anderen vertellen dat ik lesbisch was.
De eerste kast waar ik uit kwam was mijn eigen kast.
Ik heb er jaren over gedaan om mezelf te accepteren zoals ik was.
Als niet heteroseksueel persoon duurde het lang om te bepalen wat voor mens ik wilde zijn. Wilde ik leven naar mijn aard? Die als tegennatuurlijk werd gezien in de Christelijke wereld waarin ik vertoefde in de tweede helft van de jaren zestig.
Een tijdlang hoopte ik dat mijn ‘redding’ zou komen uit de Jezusbeweging waar ik me bij aan had gesloten. Jezus genas alles, ook mijn slechte eigenschap dat ik van meisjes hield. Een keer vertelde ik dit aan een van de leiders van mijn wekelijkse bijbelgroep.
Zij schrok enorm en besloot met me te bidden.
Met haar handen op mijn hoofd beval ze de duivel uit mij te gaan, ze vertelde de duivel dat hij geen recht op mij had.
Als ik dit mensen vertel reageren ze vaak geschokt, voor mij was het niet zo schokkend, ik zat daar en onderging het. Het was niet erg. De vrouw die de ‘duivelsuitdrijving’ was een lieve vrouw die deed wat ze dacht dat goed voor me was.
Alleen werkte het niet.
Een dag lang keek ik niet naar meisjes maar na die ene meisjesloze dag waren ze er weer, de leuke meisjes.
Ik bleef bij de Bijbelgroep. Nog steeds wilde ik liever niet lesbisch zijn.
Het was 1971, ik was nog zestien.
In die tijd was er een sterke anti-homobeweging, met de EO en evangelische Christenen en de dag voor Pasen werd er een grote demonstratie georganiseerd in Amsterdam met als motto:
‘Gij zult de meerderheid in het kwade niet volgen’ .
Ik liep mee, ik had folders die ik uitdeelde en de demonstratie eindigde op de Dam.
Daar zag ik twee homo’s lopen. Ik herkende ze meteen. Mijn gaydar was al ontwikkeld. Met een folder in mijn hand liep ik op ze af en ik zei: Ik ben net als jullie.
Hierop liep ik naar de overkant, naar het monument, waar toentertijd alle hippies zaten en er geslapen werd op de Dam. Daar lachte een meisje naar me. Nog steeds met folders in mijn hand ging ik naar haar toe. Ze was Duits en was naar Amsterdam gereisd voor Pasen. Ze had een waanzinnig duur hotel gevonden waar ze 100 gulden moest betalen en ik stelde voor dat ze mee naar Hilversum zou komen om daar een goedkoper hotel te vinden.
Maar ook in Hilversum zal alles vol. Ik vond een plek voor haar in een kraakpand maar dat vond mijn moeder niks.
‘Zo een meisje in een kraakpand, waarom komt ze hier niet slapen?’ vroeg mijn moeder, ‘ze kan toch wel bij jou op de kamer?’
Mijn moeder maakte een logeerbed op en die nacht nodigde ik haar uit in mijn bed.
Alles wat ik had opgestoken uit het boekje Thérèse en Isabelle an Violette Leduc, bracht ik in praktijk.
Dit was het. Dit was waar ik voor geboren was.
Nu wist ik het.
Geen jongens of mannen meer.
Mijn toekomst was vrouwelijk.
Plaats een reactie