Poging de Pro Pieten te duiden

Ik heb het niet over de extremistische pro Pieten, de racisten die Zwarte Piet gebruiken om hun racisme ten toon te spreiden.
Ik kan me voorstellen dat het voor veel witte Nederlanders enorm moeilijk is te realiseren dat Zwarte Piet een uiting is van racisme. Daarom wil ik het hebben over wat misschien de sentimenten zijn van de gewone Pro Zwarte Piet Nederlanders. Dit doe ik door mijn eigen verhaal te vertellen en mijn eigen bewustwordingsproces te beschrijven.

Ik ben geboren in de jaren vijftig, Nederland was een christelijk wit land, wij zelf waren niet helemaal wit omdat onze moeder’s moeder uit Suriname kwam maar wij voelden ons wel op onze plek in Nederland. Sommige mensen keken raar tegen ons aan maar dat zei me niets. Men vond ons anders en dat was ook zo. Het deed pijn als ik hoorde hoe er soms door mensen over mijn moeder werd gesproken en het maakte me woedend als mijn broertje en zusje gepest werden omdat ze donkerder waren dan de andere kinderen.
Net als iedereen vierden wij Sinterklaas. Met Zwarte Piet.
Zwarte Piet was mijn grote jeugdvriend. Wat hield ik van Zwarte Piet. Het leukste van Sinterklaas was Zwarte Piet. Sinterklaas was een ouwe chagrijn, hij was onaardig, niet alleen tegen de stoute kinderen maar ook tegen Zwarte Piet. Zwarte Piet was lief, hij was vrolijk, hij kon leuk dansen, hij maakte grapjes, gaf strooigoed en hij praatte zo leuk, hoe kon je nou niet houden van Zwarte Piet?
De eerste keer dat ik in de tram in Amsterdam een zwarte man zag riep ik enthousiast uit: “Daar is zwarte piet, hoe kan dat nou, het is zomer. Waar is Sinterklaas?” Mijn moeder maande me tot stilte en geneerde zich duidelijk. Hoe de man reageerde weet ik niet meer maar ik weet wel dat ik me schaamde. Al wist ik niet waarom.
Zwarte Piet bleef mijn vriend. Toen me verteld was dat Sinterklaas niet bestond voelde ik me belazerd maar ook weer niet zo erg. Mijn vader vertelde me dat hij een keer Zwarte Piet was geweest op een groot feest en dat hij mij pepernoten had gegeven. Het had hem zo ontroerd dat ik hem niet herkende. Ik vond het een lief verhaal. Mijn broer vervulde lang de rol van Zwarte Piet en ook mijn neef was lange tijd Zwarte Piet.
Zolang mijn ouders nog leefden vierde ik Sinterklaas met hen maar na hun dood vierde ik het niet meer. Sinterklaas verdween naar de achtergrond en ik dacht soms nog wel met tederheid aan Zwarte Piet.

Image result for quinsy gario zwarte piet is racisme

En toen veranderde alles. Het jaartal weet ik niet meer maar daar was opeens (in mijn ogen opeens) Quinsy Gario die ik geloof met een T shirt met de tekst Zwarte Piet is racisme langs de kant stond bij een Sinterklaas intocht in Dordrecht. Quinsy werd heel hardhandig door de politie behandeld, ik geloof dat hij werd geslagen en geboeid werd weggesleept en juist die hardhandige behandeling opende mijn ogen.


Was Zwarte Piet, de man waar ik zoveel van hield, racisme? Dat kon toch niet?
Betekende dat ook dat ik een racist was? Dat kon toch ook niet?
Ik realiseerde me dat dat taaltje van Piet dat ik zo lief en leuk vond een karikaturale versie was van Surinaams Nederlands. Ik realiseerde me dat Piet een knecht was. Ik realiseerde me dat die leuke Sinterklaas versjes die ik uit volle borst had meegezongen racistisch waren: ‘Ook al ben ik zwart als roet, ik meen het toch goed’. Dat is een verschrikkelijke tekst.
Ik denk dat veel Nederlanders dit soort gevoelens hadden en hebben. Ze vragen zich af of ze racistisch zijn omdat ze van Zwarte Piet hielden en omdat ze net als ik uit volle borst die racistische teksten zongen.
Ik kan zeggen ja ik ben een racist en ik kan zeggen nee ik ben geen racist. En het is allebei waar. Ik heb genoten van een racistisch kinderfeest en ik schaam me er niet voor en ik geneer me kapot.
Ik wist niet dat het een racistisch kinderfeest was en dat Zwarte Piet een uiting was van koloniaal, racistisch denken. Ik keek in de jaren tachtig geen tv en heb ook Gerda Havertong niet gezien die er wat van zei in Sesamstraat. Ik wist het niet, ik dacht er niet over na. Tot toen. Tot Quinsy Gario me de ogen opende. Nu weet ik het .
En al die mensen die ooit net als ik hielden van Piet, je bent geen racist (vind ik) als je van Zwarte Piet hield of houdt. Ik denk dat dat denkbeeld voor heel veel witte Nederlanders een schrikbeeld is en dat daarom mensen vast houden aan ZP. Want wie wil er nu een racist zijn? Ja die extremisten, die willen racist zijn maar mijn witte vriendinnen willen dat niet zijn en sommige vinden het een verschrikkelijk idee dat ze misschien een klein beetje racistisch zijn.
Je bent zeker een racist (vind ik) als je vast blijft houden aan dat deze ‘Nederlandse traditie’ en je voorbij gaat aan het racistische aspect van Zwarte Piet. Blijf in beweging, kijk naar je meningen en je motivatie en zet ze op de schop.

Niet voor kinderen

De vraag:
Wat ik me afvraag over de periodes dat je zo met vrouwen bezig was, de liefde en het experimenteren beleven….wat voor gevoel had jij daarbij? Bewuste keuzes, laten leiden door innerlijk. Wat voor beeld had jij destijds over toekomst en oud worden?
Haar antwoord ging over het gevoel dat ze had: alles willen beleven, nieuwsgierig naar alles, geen taboes, geen angst, geen moraal. Aan de toekomst dacht ze niet. Aan consequenties dacht ze niet.
Zij wil er eigenlijk nog veel meer over zeggen. Veel meer dan kan in What’s App.

Over oud worden dacht ze nooit.Ze leefde bij de dag. Ze dacht er niet over na hoe ze er uit zou zien als ze vijftig was, of veertig of als ze echt oud was. Ze wist helemaal niet of zij oud zou worden. Dat soort gedachten vond zij op een bepaalde manier zonder van haar tijd. Misschien ging zij morgen wel dood. Jonge mensen die ze kende stierven. Soms door eigen hand, soms door ziekte maar dood gingen ze, ze zouden nooit veertig worden dus misschien zij ook niet.
Over moraal dacht zij ook niet. Wat maakte het haar uit als de ander getrouwd was? Helemaal niets. Het was niet extra spannend maar als het huwelijk zo goed was zou ze toch niet iets met haar willen? Hetzelfde gold als iemand een relatie had, als de relatie goed was zou ze niet iets met een ander willen?
Zonder scrupules versierde zij vrouwen en zonder scrupules liet zij zich versieren, aan de partners van de vrouwen dacht zij niet.
Aan de vrouwen zelf dacht zij des te meer. Zij bevolkten haar hoofd en haar hart, ze genoten in haar bed, ze dansten met haar over de dansvloer. Als ze samen waren kregen ze al haar aandacht, zij gaf ze alles waarvan zij dacht dat hun partner het niet gaf, zij wilde dat ze genoten van de lesbische liefde, van de vrouwenliefde.
Zij maakte zeker geen bewuste keuzes en zij liet zich niet leiden door haar morele kompas, zij liet zich helemaal door niets en niemand leiden. Ze deed maar gewoon. Als zij zich ergens door iets liet leiden was het haar vulva. Trilde haar vulva als zij een vrouw zag die haar raakte, het konden haar schoenen zijn, vaker haar handen of haar ogen, hoe ze lachte, hoe ze sprak, wat ze deed, de manier waarop ze danste, haar tere lippen
dan….
Als zij uitging wilde zij verliefd zijn en al was er geen aantrekkelijk vrouw , ze zag het als een uitdaging iets moois te zoeken in iemand, want zij was er van overtuigd dat elke vrouw iets prachtigs heeft en op zo’n avond in de disco of in een club zag zij altijd wel een vrouw die haar raakte.

Meestal nam zij vrouwen mee naar haar huis, heel soms ging zij met haar mee. Zij herinnerde zich niet alle namen van alle vrouwen waar zij mee sekste, zij heeft ze wel eens geteld en zij kwam tot een getal waar zij zich voor schaamde.
Toen had zij geen schaamte en was er geen schaamte.
Ze was de schaamte voorbij, zij was jong, knap, van seks tussen vrouwen werd niemand zwanger, een ziekte als AIDS bestond nog niet en geslachtsziekten kwamen niet echt voor. Wel had zij soms last van Candida, een enorme jeuk aan haar kruis. Tijdens haar verblijf in New York en na kennismaking met een aantal sexy vrouwen van New York had zij enorme last van jeuk en afscheiding en nam zij alle tips aan die zij kreeg over de bestrijding van Candida. Zij herinnerde hoe zij elke morgen yoghurt in haar vagina deed, het verzachtte maar genas niet. Hierna deed zij er knoflook in maar ook dat hielp niet. Maanden later bracht zij een bezoek aan een Duitse arts die een uur met haar sprak, helemaal niet in haar vagina keek, haar zes kleine korrels gaf waarvan zij er meteen drie moest nemen en de volgende week de rest. Ze had nooit meer last van Candida.


Maar wat zeggen ze, karma is een bitch?

Als de zij van toen raad zou vragen aan de zij van nu? Als zij nu iets aan haarzelf, de vrouw die geen moraal had, de vrouw zonder scrupules zou schrijven dan zou het zijn:

Doe het niet. Begin niet iets met een getrouwde vrouw. Ga niet in op de avances van een vrouw die in een relatie met een ander is. Geloof haar niet als ze zegt dat haar partner geen bezwaar heeft. Denk niet dat ze de ruimte heeft om met jou iets aan te gaan. Hou je verre van vrouwen met een relatie. Denk niet dat jouw geluk belangrijker is dan het ongeluk van een ander. Ook al zegt ze dat ze meer van jou houdt dan van haar man, haar kinderen, haar vrouw, haar moeder, haar vader, haar hond en dat ze alles wil opgeven voor jou realiseer je dat woorden altijd makkelijker zijn dan daden. Het gaat niet om wat ze zegt, het gaat om wat ze doet. En het gaat erom wat jij doet. Doe niet iets omdat je vulva roept….
Nu zou ze zeggen: blijf bij de vrouw waar je van houdt, nu zou zij zeggen: blijf bij je partner, laat haar zijn wie ze is en wees jij wie je bent, ….

Amanda Palmer

Gisteravond naar een optreden van Amanda Palmer geweest in De Meervaart.

Als Amanda Palmer je niks zegt begrijp ik dat volkomen want tot een week geleden had ik ook nog nooit van haar gehoord. Vorige week postte een van mijn Amerikaanse jonge vriendinnen een prachtige brief die ze geschreven had en die me enorm raakte. Ik zocht haar op en zag dat ze op 4 september een concert zou geven in de Meervaart, het concert was uitverkocht maar ik vond een kaartje op Ticketswap dat ik meteen kocht. Iedereen die mij kent weet dat ik heel graag naar concerten ga en heel vaak ook naar artiesten ga die nieuw voor me zijn. Zo was ik vorig jaar bij Tricky die ik tegenkwam bij Spotify en speaking about Spotify, zo ontdekte ik een aantal jaren geleden ook Amanda Strydom.

Ik luisterde naar Amanda Palmer op Spotify en het is niet bepaald makkelijk in het gehoor liggende muziek, ik probeerde mijn kaartje nog te verkopen maar toen dat gisterochtend niet gelukt was haalde ik het van de site en besloot te gaan.

Onderweg kwam ik nog in een waanzinnige regenbui terecht maar wachtte daarna tussen de Amanda Palmer fans, friends en Patrons tot de deuren opengingen. Aparte veelal excentrieke mensen, mannen in jurken, vrouwen met paars haar, helemaal in het zwart, bijzondere T-shirts, mensen waarvan de gender niet vastgesteld kon worden en mensen van wie dat ook niet hoefde.

Op het podium stond alleen die vleugel.

Om kwart voor zeven kwam ze in een prachtig pak op, grote rode schoenen, ze ging midden op het podium zitten en begon te praten. Het kostte me eerst heel veel moeite haar te verstaan, mijn gehoorapparaten werkten niet echt mee en verder kende ik haar stem niet maar het was een verhaal over compassie.

Ze speelde een stukje en praatte weer lang, ditmaal ging het over abortus. Ik werd steeds meer gegrepen door haar. Door haar verhalen en door haar muziek. Totaal anders dan wat ik ooit zag. Ze praatte heel veel. Veel meer dan muziek maken.

Ik vond het muzikaal eerst niet echt boeiend, vroeg me af of ze wel echt piano kon spelen omdat het allemaal nogal simpel leek. Maar met haar laatste nummer dat Voicemail for Jill heette en een bericht is voor een vrouw die een abortus zal laten doen speelde ze wel echt heel prachtig en gevoelig piano.

Veel te ontdekken.

Amanda Palmer

Ik denk dat ik er volgend jaar weer bij ben.

Wit landschap

Rene Magritte – La corde sensible

Deze droom droomde ik een paar maanden, misschien een jaar, nadat mijn vader was overleden.


Ik zit met mijn vader in een witte kever, ik rijd.
Mijn vader zit klein en ineengedoken naast me.
Hij kon niet meer rijden en wilde dat ik het stuur overnam.


We komen bij een prachtig landgoed. De weg kronkelt zich langs heuvelachtige grasvelden. Alles is wit, het gras, de gebouwen. Behalve de lichtgrijze weg waar we op rijden.
Overal op het landgoed staan witte paviljoenen vol glas.
Bij een, bovenop een heuvel, staat mijn moeder.
We rijden naar haar toe, ze opent de deur voor mijn vader en zegt: ‘Daar ben je dan. Welkom.’
Ze helpt hem uit de auto.
Ik stap ook uit en samen brengen we Vader het pad op naar de ingang van het paviljoen. Ieder aan een kant, we ondersteunen hem zoals we hem vaak hebben ondersteund, hij kan niet zelfstandig lopen. Achter de glazen deur staat een bed. We helpen hem erop. Ik weet dat hij liggend in dit bed langzaam beter zal worden. Mijn moeder zal naast hem zitten. Ik voel dat het goed is
Zonder het uit te spreken weet ik dat zij hier achterblijven en ik weg zal rijden.

Nu ik dit na al die jaren opschrijf voel ik in mijn hart en buik een groot verdriet. Iets dat ik niet voelde nadat ik wakker werd uit de droom. Toen voelde het goed. Ik had mijn vader naar mijn moeder gebracht, zij had al die tijd op hem gewacht. Ik reed nu, ik had het stuur over genomen, ik was baas in eigen leven.
Het was zo duidelijk en zo symbolisch.
Mijn ouders zouden verder gaan en dat gingen ze.
Soms droom ik nog over hen. Ze zijn er weer en ik ben vaak ontdaan dat ze er zo lang niet waren. Waarom hebben jullie niet gebeld? Waarom hebben jullie niets laten horen?

Mijn vader

Familie Huizinga in 1956 op de Ooostenrijkselaan in Hoogeveen, het huis waar ik geboren ben.

Negentwintig jaar geleden, rond deze tijd 10 uur in de ochtend verliet mijn vader midden in een lach dit leven. Ik had veertig uur bij hem gezeten, gewaakt noemt men dat, aan de zijkant van zijn bed, hij werd om de twee uur omgedraaid en ik draaide mee. De hele tijd praatte ik met hem, mijn broer liet zich niet vinden, zijn oudste zoon, maar zijn oudste dochter die op vakantie was in Amerika en net een natuurpark bezocht had ik weten te bereiken en zij kwam naar Nederland. Ik wilde dat zij onze vader nog leven zou aantreffen dus elke keer als zijn adem stokte, hij ophield met ademen telde ik de seconden dat hij niet ademde en zei ik na 40 seconden: Vader ademen, Lilian komt zo.

Ondertussen verteld ik hem verhalen zoals ik deed toen wij vroeger door de nacht reden, op weg naar huis, iedereen sliep, ik in het midden van de achterbank leunde naar voren en praatte met mijn vader, ik hield hem wakker. Nu terugkijkend denk ik dat dat misschien helemaal niet nodig was, net zomin als het nodig is mij wakker te houden als ik door de nacht rijd maar ook die twee laatste nachten van zijn leven op aarde hield ik hem wakker, ik herinnerde hem aan moppen die we gedeeld hadden en ik weet dat hij wist dat ik daar was. Toen ik hem zei: het lijkt wel een nachtmerrie maakte hij een geluid waaruit ik opmaakte dat hij dat ontkende, nee zei ik dit is geen nachtmerrie, dit is echt. Hij beaamde het.

Al meer dan een jaar kon hij niet meer praten, wat er precies met hem was wisten we niet, Parkinson was de eerste diagnose en ik denk dat dat wel zo’n beetje klopte. Een afsterving van de hersenstam was ons ook gezegd. Het was een enorm pijnlijk proces de man die mijn vader was te zien aftakelen tot er een man was overgebleven die alleen nog maar zitten kon en die naar Schubert luisterde en die lachte om de grappen die ik verzamelde om aan hem te vertellen. Communiceren deden we doordat ik zijn hand pakte en hij erin kneep als het Ja was, één of Nee, 2 keer

In het verzorgingshuis waar hij zat behandelden ze hem, een intelligente man die door anderen een intellectueel genoemd werd maar waar hij zelf om lachte, alsof hij dement was en ze stalen geld uit zijn portemonnee.

Maar terug naar die nachten waarin mijn vader zijn leven voltooide en  ik samen met hem naar zijn einde ging.

Zijn laatste nacht werd ochtend, mijn zus zou rond zeven uur in de ochtend landen en rond acht uur hoorde ik haar aankomen, ze praatte met de nachtwacht en stormde toen de kamer binnen, wij omhelsden elkaar en ik liet haar alleen met onze vader zodat zij nog zeggen kon wat ze wilde zeggen. Ik kon in een bed gaan liggen in een kamer ernaast, veertig uur had ik in een stoel gezeten, nu kon ik mijn lichaam strekken en ik viel meteen in slaap. Rond tien uur maakte mijn zus me wakker. ‘Het gaat gebeuren. Kom.’  We stonden ieder aan een kant van het bed waar onze vader in lag, ik vertelde hoe ik hem wakker had gehouden en hoe ik hem de grappen had verteld waar wij ons hele leven om gelachen hadden. ‘ Heb je hem die ene ook verteld?’ vroeg ze. ‘ Nee zei ik en mijn zus begon met een Gronings accent, waar onze vader altijd om lachen moest, de mop te vertellen.

‘ Hahaha ‘ zei onze vader.

En stierf.

Lieve vader, lieve Koert, jammer dat je maar zo kort in mijn leven was en dankbaar dat je in mijn leven was en mijn vader was. Ik hoop dat je alweer terug bent en anderen blij maakt.

Het verhaal van de twee wolven.

Er was eens een oude vrouw, die elke avond bij het vuur met haar kleindochter praatte over het leven. Op een avond vertelde zij het verhaal over de strijd die zich binnen ieder mens afspeelt.
“Mijn kind,” zei zij, die strijd gaat over twee wolven. De eerste wolf heet Kwaad. En dat beslaat alles dat gaat over angst, woede, afgunst, jaloezie, verdriet, hebzucht, arrogantie, zelfmedelijden, schuld, wrok, minderwaardigheid, leugens, valse trots, superioriteit en ego. Deze wolf leeft in ieder mens, hem proberen te negeren heeft geen zin. En blijven zal hij ook altijd, hij hoort bij het leven.”

De wijze vrouw pauzeerde even, en vervolgde haar verhaal. Ze wilde zeker weten dat haar kleindochter goed luisterde, want dit was misschien wel de belangrijkste les die ze de haar wilde meegeven in het leven. Toen zij zag dat het meisje geïnteresseerd naar haar keek, ging ze verder. “De andere wolf heet Goed. En die wolf staat voor vreugde, vrede, hoop, liefde, sereniteit, nederigheid, saamhorigheid, trouw, nederigheid, compassie, vriendelijkheid, waarheid, grootmoedigheid en geloof. Ook deze wolf leeft in ieder mens, al is het soms moeilijk om hem te vinden. Maar blijven zal hij altijd, hij hoort bij het leven.”

De kleine meid dacht even na en vroeg vervolgens: “Maar grootmama, als beide wolven bestaan, en altijd in strijd zijn met elkaar, welke wolf wint dan uiteindelijk?”
De oude vrouw antwoordde eenvoudig: “De wolf die jij voedt.”

10 augustus 1990

Gezin1.jpg
Eerst lijkt alles gewoon, een gewone dag waarin ik twee afspraken heb en wat klusjes moet klaren. Het begint zoals altijd met koffie en ik eet twee boterhammen, ik blader wat op Facebook, deel een bericht van 46 jaar geleden met mijn eerste vriendin en mijn eerste neef en zie pas wat later dat de datum 10 augustus 1972 is, als ik het eerste deel zie van de datum wordt me de adem ontnomen.
10 augustus.
De datum dat ik wees werd.
De datum dat mijn vader stierf en ik voel me net als toen wegglijden in een donkere leegte. Ik heb geen ouders meer. In minder dan twee jaar tijd ben ik mijn beide ouders kwijtgeraakt en ik herinner me hoe mijn zus en ik allebei aan een kant van het bed staan en onze vader in een lach blijft en dood is.
En ook al wil ik er niet aan denken de dagen voor zijn dood dringen zich grof aan me op.
Het telefoontje van tante mimi.
Hoe ik de trein naar Bussum neem, ach dat herinner ik me eigenlijk niet meer maar ik herinner me wel hoe ik mijn vader ziek in bed zie liggen. Ik voel weer hoe ik zijn hand pak en aan hem vraag: vader wil je nog. Hij antwoordt niet.
Hij knijpt niet in mijn hand zoals de andere keren dat ik hem vraag, vader wil je nog.
Hij is al zo vaak zo ziek geweest en telkens knapte hij weer op, telkens wilde hij weer maar nu ligt hij zo ziek, zijn adem raspt.
De zuster roept me bij haar in het kantoortje.
‘ Het gaat niet meer,’ zegt ze, ‘ hij reageert niet meer op de medicijnen. We kunnen doorgaan maar het heeft geen zin meer. Hij is op.’
Een paar weken geleden vierden we zijn 72e verjaardag, hij was blij nog een verjaardag te vieren maar het was duidelijk dat hij niet goed was.
Wat ik niet eerder had gezien was dat hij geen controle meer had over zijn bewegingen. Zijn arm trilde luid. Vlak hierna werd hij weer ziek. En knapte weer op en nu was hij weer ziek.
‘ Je moet een beslissing nemen, ‘ zei de verpleegster, ‘ wil je dat we doorgaan of zullen we de natuur zijn werk laten doen? Misschien knapt hij op maar misschien is het tijd…..’ Ze maakte haar zin niet af want dat hoefde niet.
Misschien is het tijd afscheid te nemen?
Misschien is het tijd voor hem om te sterven?
Misschien is het tijd om wees te worden?
‘ Wil je een sigaretje om even na te denken?’
Ik was twee weken hiervoor opgehouden met roken. Nee een sigaret hoefde ik niet. Ik wilde niet meer roken en ik had geen excuses nodig om weer te beginnen.
Mijn vader was altijd zeer gedecideerd geweest over euthanasie. Als het niet meer ging, wilde hij geeuthaniseerd worden en elke keer dat hij verder achteruit ging vroeg ik hem of hij nog wilde, altijd zei of gebaarde hij Ja.
Behalve nu, hij had me niet geantwoord. Hij had niet in mijn hand geknepen wat de manier was waarop wij communiceerden sinds hij niet meer kon praten. Dit betekende voor mij dat hij niet meer wilde.
‘ Vader,’ vroeg ik nogmaals, ‘ wil je nog?’ Hij antwoordde niet.
‘ Vader,’ zei ik, ‘ ik ben opgehouden met roken.’ Hij kneep in mijn hand.
Hij was zelf al jaren geleden gestopt met roken. De bruine vlekken op zijn vingers die ik altijd zo interessant had gevonden waren langzamerhand verdwenen.
Onze moeder rookte nog op haar sterfbed, in haar laatste uren zat zij rechtop in bed, ogenschaduw, lippenstift, sjaaltje om haar nek en een sigaret in haar hand. Ze vond het duidelijk niet lekker meer maar roken zou ze.
Twee dagen en nachten zat ik bij mijn vader aan het bed. Ik wilde hem levend houden tot mijn zus, op een roadtrip in de USA, er zou zijn. Zij moest hem nog levend zien en hij moest haar nog zien. Elke keer als zijn adem stokte riep ik hem terug, ‘ vader, niet nu doodgaan, Leliën komt er aan.’ Ik vertelde hem grappen, ik praatte met hem zoals ik vroeger met hem praatte als we na een bezoek in Zwolle, Groningen of Geldrop of van vakantie in Frankrijk terug naar huis reden. Iedereen sliep. Behalve mijn vader die achter het stuur zat en ik. Ik in het midden van de achterbank, met mijn hoofd tussen de twee stoelen voorin. Ik: Vader? Hij: Ja. En dan spraken we, over alles, hij was me zo vertrouwd en zo dierbaar. Dus nu, de laatste uren van zijn leven praatte ik weer, alsof we op weg waren en op weg waren we. Op weg naar zijn dood.

Sociale Media

Ik zit al een mensenleven op het Internet. Ik herinner me nog hoe ik inbelde met een modem via mijn telefoon, dat geluid dat ik dan hoorde en hoe ik urenlang telefonisch onbereikbaar was omdat ik probeerde te emailen of mijn eerste pogingen deed op het internet.
Ik geloof dat Netscape mijn browser was. Xaviera wist er alles van en zij had allerlei computernerds rondlopen die mij ook het een en ander vertelden. Zo was er Chefren die mij zei dat een computer niet kapot kon door dingen die je er op typte, je kunt alles proberen zei hij, zolang je er maar niet met een hamer op slaat. Ik had een piepklein mini scherm dat zeker 50 cm diep was en een log grijs toetsenbord. Het was 1995. Ik maakte meteen overal gebruik van, zat op e lijsten en meldde me als een van de eersten aan op de nieuwe sociale media. Ik had ook al snel een blog, kocht een url en had weinig tot geen succes.
Ik vind mezelf behoorlijk boeiend want verveel me nooit bij mezelf, maar alleen mijn vrienden en vriendinnen zien dat ook. Ik heb weinig volgers en veroorzaak nooit een storm aan reacties. Ik zit op alles waar je maar op kunt zitten, ik blijf maar doorgaan tegen alle tegenslagen in en ik ben ook niet van plan om er mee op te houden.

Deze bovenstaande foto was mijn meest succesvolle foto op Instagram. Waarom? Geen idee.

%d bloggers liken dit: