Oranje

Dit vonden we allemaal leuk.

Een week lang was er die heerlijke Oranje koorts. Het Nederlands Elftal speelde in Amsterdam drie wedstrijden waarvan er twee overtuigend gewonnen werden. Bij de eerste wedstrijd bekropen mij de zenuwen waardoor ik niet langer kon kijken en naar bed ging. De twee laatste wedstrijden bekeek ik wel en was ik aangenaam verrast door de stevige Nederlandse verdedigingslinie. Nederland won en bereikte de achtste finale.

Ons kleine kikkerlandje bij de acht beste van Europa! Er moest nog wel van Tsjechië gewonnen worden en dan zou Nederland tegen een echte zwaargewicht in Bakoe spelen.
Deze wedstrijd, de achtste finale, kon ik niet zien, ik had een afspraak met een aantal vrouwen van een zekere geaardheid en zekere leeftijd te gaan eten en naar een voorstelling van Esther Apituley, de altvioliste te gaan luisteren. Ik zag daar wat tegenop, asociaal als ik geworden meende te zijn na de lockdown en ik dacht ook dat ik de wedstrijd zou missen….maar toen ik dacht aan mijn zenuwen voor de eerste wedstrijd bedacht ik me dat die me opnieuw parten zouden spelen en besloot ik toch te gaan. Ik had een heerlijke avond, het optreden was fantastisch, het eten heerlijk en mijn gezelschap verrukkelijk.

Ik had afgesproken dat Hanneke me zou appen als er gescoord werd maar er kwam geen app. Ook hoorde ik nergens gejuich. Rond een uur of zeven fietste ik naar huis. Het was nog redelijk druk in de stad dus niet iedereen keek.
Toen ik langs Wildschut fietste hoorde ik wat teleurstellend geroep en op de Amstelkade zag ik bij een televisie die op de stoep stond dat Nederland achterstond. Dat werd nog erger. Ik heb geen minuut gezien. Nederland verloor.

En het Nederlandse gezeur en gezeik begon, iedereen die speelde in Oranje kreeg de wind van voren, ze waren allemaal slecht en Frank de Boer helemaal. Mopper mopper mopper. Dat de Europees Kampioen ook werd uitgeschakeld las ik nergens. Wie had er eigenlijk verwacht dat Nederland kampioen zou worden? We hadden het misschien gehoopt maar toch niet verwacht? Nederland ligt eruit. Hartstikke jammer maar ook erg jammer dat de mensen die speelden en die ook verloren nu zo worden afgemaakt en afgekraakt. Altijd makkelijk als jij op de bank zit. Maar zoals Annemieke zegt: De tijd van de zondebokken is aangebroken en de zondebok is gevonden: Het Nederlands Elftal.

Moeten

Merwedeplein, Amsterdam

Ondanks de rust
Die onrust
Dat moeten steeds maar weer
Dat moeten en omdat er zoveel
Te moeten valt
Komt er weinig uit mijn handen.
Wel houd ik mijn hoofd boven.
Natuurlijk moet dat ook.
Hoofd boven, benen onder, voeten stevig op de grond
In slippers in schoenen lopen denken doen
Moeten
Moet je dan.

Stil

bol.com | De Napolitaanse romans 4 - Het verhaal van het verloren kind,  Elena Ferrante |...

Wat was het stil hier. Weinig geschreven. Veel gelezen. Ben aan het luisteren/lezen in de boeken van Elena Ferrante, over een vrouw die uit een arm, misschien wel straatarm milieu in het Napels van de tweede helft van de vorige eeuw die zich aan dat milieu ontworstelt en alles beleeft wat er te beleven was in Italie.

Armoede, maffia, huiselijk geweld, seksueel geweld, politiek geweld. De Rode Brigade, ontvoeringen, scherpe politieke tegenstellingen, fascisten, Christen democraten, het feminisme, het machismo, alles en meer. Het is indrukwekkend en vermoeiend.

De vrouw die het verhaal vertelt noemt zich Elena Greco, centraal staat haar vriendschap met Lila en haar liefde voor een man die Nino heet…. Wat een verhaal en wat gebeurt er veel.

Ik ben nu in het laatste deel: Het verhaal van het verloren kind en er is net een kind verdwenen. Ik ben er naar van. Het boek is al geschreven maar ik zou willen dat het kind gevonden wordt. Maar of dat gebeurt? Ik denk het niet.

Geen vlees eten

Kleine varkens

Ik hoop en geloof dat ik steeds radicaler word wat betreft het eten van vlees. Ik heb in mijn leven een aantal jaren vegetarisch gegeten en dan kreeg ik er weer zin in en at ik weer even vlees. Vorig jaar januari besloot ik een maand vegan te gaan eten en dat beviel me wonderwel. In plaats van melk raakte ik verkikkerd op havermelk.

Wyandotte kip ~ foto Rene van Maarsseveen

De twee dingen die ik af en toe miste waren kaas en eieren. Vriendinnen van me hebben kippen en een paar keer nam de vriendin zes eitjes van haar vrije, wilde, mooie Wyandotte kippen mee, kleine mooie verse eitjes. (Volgens sommige vegans mogen eieren niet, ook niet die van vrije kippen, maar ik eet niet vegan om allerlei regels opgelegd te krijgen, er heersen allerlei regels bij de vegans en ook daarom noem ik mezelf liever geen vegan maar zeg dat ik meestal veganistisch eet.) Kaas miste ik het hele jaar, de veganistische kaas die te koop is vond ik over het algemeen niet lekker, uitzonderingen daargelaten, sommige kazen van Violife zijn wel lekker maar de harde gele kaas variant vind ik niet te eten. Laatst, na een jaar vegan gegeten te hebben kon ik me niet langer inhouden en kocht ik een stuk kaas. Het beviel me eigenlijk niet dus dat doe ik voorlopig ook niet meer. Maar nu vlees eten en de Nederlandse vlees industrie.

Het is WANSTALTIG. Ik hoorde vanmorgen op de radio dat Nederland het tweede exportland is van varkensvlees. Ons kleine landje tweede, ons wrede kleine landje tweede. De varkens industrie zeggen ze dan. Het is moordindustrie. Ik weet nog een vroege morgen in Friesland, H en ik zaten geanimeerd te praten tot we de A7 opdraaiden, daar reed een wagen vol varkens, als ik er nu nog aan denk valt er een gat in mijn hart, H en ik hielden allebei op met praten, we zeiden niets maar voelden beiden de pijn van de varkens die onze pijn was.
Ooit hield ik van varkensvlees maar ik houd nog meer van varkens.
Het is toch afschuwelijk dat we varkens fokken om te doden en om dan op te eten?

Rellen in de vorige eeuw.

De ontruiming van de Grote Wetering

Ik was erbij.
Gisteren toen ik las dat dit de hevigste rellen waren sinds veertig jaar drong het langzaam tot me door dat er gesproken werd over de krakersrellen eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Er waren te weinig woningen (die zijn er nog steeds niet), veelal jonge mensen kraakten leegstaande gebouwen en verlaten fabrieken. In die beruchte jaren zeventig verlieten fabrieken de binnenstad en trokken in een van die afzichtelijke industrieterreinen die je overal in Nederland kunt vinden. Soms had de gemeente andere plannen met een pand en werden de panden ontruimd. Dit ging gepaard met veel geweld aan beide zijden. Drie dingen staan me bij:
1. Ik kom uit mijn werk om even een broodje te halen op de Prinsengracht, ik kan de Leidsestraat niet in, die is afgezet door de ME en voor hen staat een tank op het Leidseplein. Het vervult me met woede.
2. Voor en na de Kroningsdag van 30 april 1980 hangen er helikopters boven mijn huis, dagenlang geronk van motoren, ik word er gek van. ‘S Avonds wil ik naar de Grote Vuurwerkshow boven het IJ. Ik loop op het Damrak als er opeens paniek uitbreekt, politie op motor met zijspan rijdt al meppend met een wapenstok op de mensenmassa in, ik word niet geslagen maar zie hoe onschuldige mensen klappen krijgen. Ik heb het vuurwerk nooit gezien.
3. Het is 2 december 1980, de ontruiming van de Grote Wetering. Ik ben verzeild geraakt in de demonstratie tegen de ontruiming. Ik sta bij het Rijksmuseum als opeens de ME die eerst met hun gezichten richting de Grote Wetering staan zich omdraaien en op ons afkomen. Zo hard als ik ken ren ik weg, de Hobbemakade op, ik heb het gevoel alsof ik voor mijn leven ren en een enorme opwinding maakt zich van me meester, ik heb mezelf zelden zo levend gevoeld, wat een kick. Ik geloof dat ik ren met een grote grijs op mijn gezicht.

Vooral dit laatste was een vreemde ervaring, de high die ik kreeg. En hoewel ik daar dus high mijn benen uit mijn lijf rende wist ik wel dat ik dit nooit meer wilde mee maken. Ik wilde nooit meer rennen voor de politie. Het demonstreren laat ik niet.

De Mirandabad

In het begin van 2021.

Ik zwem graag. Sinds Corona toesloeg is het anders dan anders. Zwom ik bij mijn vereniging minimaal twee keer in de week, altijd op woensdag omdat we dan in een 50 meter baan zwemmen en op een andere dag. In maart 2020 gingen de baden dicht en kon ik niet zwemmen. Ik miste het, die beweging in het water, dat gedragen worden door het water, ik miste zelfs de geur van chloor en natuurlijk miste ik het samen zwemmen met mijn zwemmaten. In mei gingen de baden weer open en hielden we ons aan een streng protocol. Bij de club moesten we ons aanmelden en elke keer konden er maar twintig van ons zwemmen. We kregen een makkelijk programma dat door een van ons geschreeuwd werd naar de anderen, ‘Over 15 seconden 50 meter schoolslag, en we vertrekken na 5,4,3,2,1 NU’ riep ik dan hard. Het had wel wat dat schreeuwen vond ik. Omdat er weinig plekken waren zwom ik veel te weinig en besloot ik te gaan zwemmen in het De Mirandabad. Twee, drie keer in de week stapte ik op de fiets voor 45 minuten zwemmen in het bad om de hoek. Al sinds ik hier woon zwem ik daar vaak. Er zijn zomers geweest dat ik veelal buiten in de Amstel of bij Nieuwe Meer of Nieuwe Diep zwom maar dit jaar was het overal druk en vond ik het fijn in het De Mirandabad. Andere jaren was het banen zwemmen van zeven tot tien in de ochtend maar ik ben geen ochtendmens en zwom ik vaak alleen als het regende of slecht weer was. Bij mooi weer vond ik het niet echt relaxed, al zwemmend moest ik voortdurend uitwijken voor de vrolijke jeugd. Deze zomer was het het De Mirandabad waar ik mij uitleefde.

Vier banen waarin we over de ene zwarte baan heen gingen en over de andere terug. Gelukkig voor mij ging het De Mirandabad niet dicht op de gebruikelijke datum. Volgens mij was het mooi weer, er was nog steeds een gedeeltelijke lockdown al waren de binnenbaden wel weer open. Elke week werd besloten het bad nog even open te houden. Nog steeds, inmiddels in januari, is het open, als enige bad in Nederland. Overal vandaan komen mensen om te zwemmen in het De Mirandabad. Elke dag is het uitverkocht en inmiddels is het zo razend populair dat de 450 plekken voor volgende week zaterdag binnen 18 minuten waren uitverkocht.

De jeugd van nu

Als 65-plusser met een onderliggende kwaal houd ik me zo goed mogelijk aan de Coronaregels; ik doe een mondkapje voor in winkels en soms op straat en natuurlijk in het OV als ik daarmee reis, ik houd afstand, zo goed mogelijk, ik schud geen handen meer, geef geen kussen en heb sinds maart 2020 (Dayna Kurtz was de laatste) slechts één keer iemand omhelsd. Maar ook al ben ik dus een bejaarde of een oude van dagen ik herinner me nog heel goed hoe ik was toen ik een begin twintiger was en me eindelijk vrij voelde te zijn wie ik was. Welk een vreugde was dat. Ik deed alles wat ik wilde. Amsterdam was een andere stad dan ze nu is, niet aangeharkt maar met open gaten en een linkse mentaliteit. Overal in de stad waren illegale ruimtes waar tot diep in de nacht of tot vroeg in de ochtend gedanst kon worden, na het dansen ontbeten we in kraakcafés waar je voor vijf cent een boterham met pindakaas kon eten en een dubbeltje betaalde voor onbeperkte filterkoffie. Twee van de vriendinnen die ik toen maakte beschouw ik nog steeds als mijn dierbaarste vriendinnen, andere vriendinnen verhuisden terug naar het land van herkomst of zijn overleden en natuurlijk zijn er vriendinnen die geen vriendinnen meer zijn.

Ik hoorde over dat illegale feest in Frankrijk en ik dacht dat indien ik nu 19 of 20 zou zijn ik misschien wel met mijn vriendinnen naar dat feest zou zijn afgereisd.
Al hoor ik van mensen die Voor Corona naar illegale feesten gingen (feesten veelal georganiseerd en bezocht door mensen die een alternatieve levensstijl aanhangen) dat deze ‘nieuwe illegale raves’ minder veilig voor LGTBIQA+ en voor vrouwen.

Toen ik de foto’s van dat feest in Frankrijk zag, mensen met lachgasballonnetjes, mensen met een door XTC of MDMA gelukzalige grijs op hun gezicht of stomdronken (het waren allemaal mannen op de foto) dacht ik Oh Nee, dat nooit.

Maar wat ik eigenlijk wil zeggen is dat ik ze begrijp. Hoe moeilijk zou het zijn als ik nu 20 was en niet naar college kon, niet naar het café, niet wild dansen op de maan, niet vrienden voor het leven kon maken.

Dus jonge vrienden (die ik helaas niet heb), ik dank jullie voor alles wat je laat en laten moet.

De buren

De vrolijke regenboogvlag in top.

Toen ik uiteindelijk, in 1972, de keuze had gemaakt lesbisch te leven was ik me bewust van een aantal dingen:
– ik zou nooit moeder worden en ook nooit grootmoeder -(ik weet dat dit tegenwoordig anders is maar in die tijd was dit voor mij de logische conclusie), ik zou nooit zwanger worden door het liefdesspel
– Ik zou nooit als ‘normaal’ worden beschouwd
– Ik zou die ‘ander’ zijn
– Ik zou meestal in de minderheid zijn
– Er zouden mensen zijn die mij veroordelen.

Ik genoot van alle evenementen waar ik heen ging, eerst waren ze alleen voor vrouwen, later waren ze ‘roze’ en voor gevoelsgenoten en soms deelde ik de dansvloer met hetero’s en heterokoppels. Zo gauw het mogelijk was, en dat was pas in 1996, werd ik lid van een homoseksuele sportvereniging. Gay Swim Amsterdam. Op deze vereniging kon ik gewoon mezelf zijn zonder dat ik iets hoefde uit te leggen of iets hoefde te verbergen over mijn liefdesleven. Wat een verademing.

Op een fantastische groepsreis waren al mijn medereizigers heteroseksueel, ik vond het gezellig maar toen we terug kwamen in het hotel waar onze reis was begonnen zag ik in de nieuwe groep twee lesbische stellen en een homoseksueel koppel en voelde ik hoe leuk ik het had gevonden als dat in mijn groep ook zo geweest was.

In de straat waar ik woon wonen twee lesbische stellen, het ene stel woont aan het andere eind van de straat, ik ken ze maar ze kennen ze mij niet (meer) en het andere stel woont een eind verderop in de straat en ken ik niet. Voor de rest wonen hier gezinnen van alle leeftijden, man, vrouw en kinderen. Tegenover me woonde een allerliefst gezin, vader, moeder, twee schattige dochtertjes. Ze zijn verhuisd maar onlangs zag ik ze weer, samen met twee jonge mannen, nou ja jong, dertigers, mijn hart sprong op….zou het? Zou ik tegenover me een homo stel komen te wonen? Ik zag ons al de regenboogvlag uithangen tijdens Pride. Iets dat ik nu niet doe omdat ….. maar met een homo stel aan de overkant gaat de vlag uit.

Keuzes

Stap je er uit en blijf je er in?

Een mens die heeft gekozen als homoseksueel of lesbienne te leven maakt van alles mee….ja net zoals iedereen maar toch….. deze keuze geeft een extra dimensie aan ons leven.
We komen steeds opnieuw uit de kast, het eerste grote uit de kast komen is vaak als we onze ouders vertellen dat we homoseksueel of lesbisch zijn[Ik geef er de voorkeur aan dat onderscheid tussen lesbisch en homoseksueel te maken], hierna volgt (wel of niet) de rest van de familie, de broers en zussen, de ooms en tantes, de volgende die aan de beurt zijn zijn onze vrienden, als we die hebben, hierna kunnen we een tijdlang stil zijn en vragen we ons steeds opnieuw af of we het op ons werk vertellen, of we het aan nieuwe mensen vertellen, vertellen we het op het koor, of op de sportvereniging of sluiten we ons liever aan bij een homo sportvereniging? Hoewel de meeste mensen tolerant reageren zijn er altijd mensen waar we van houden die ons vertellen dat onze keuze in hun ogen niet acceptabel is omdat hun geloof het afkeurt. Ik weet niet of je kunt begrijpen dat dat pijnlijk is. Ik weet nooit hoe nieuwe mensen reageren en daarom kom ik niet altijd uit die kast en ben ik niet altijd open over mijn voorkeur. ~ wordt vervolgd.

Daisaku Ikeda

Daisaku Ikeda

Vandaag is het de 93e verjaardag van mijn leermeester Daisaku Ikeda. Toen ik in 2003 begon met het beoefenen van het Nichiren Boeddhisme was hij de president van de organisatie. (Hij heeft zich inmiddels als president teruggetrokken om de weg vrij te maken voor zijn leerlingen.) Veel van mijn medeleden spraken over ‘Sensei‘ wat mij als Nederlandse vrijgevochten vrouw een vreemd gevoel gaf. Ik herinnerde me een film met een wrede karateleraar die door zijn leerlingen Sensei werd genoemd en dit moesten blijven zeggen terwijl ze op zijn gebod vreselijke dingen deden. Het was een Amerikaanse film dus het liep goed af maar het woord Sensei dat simpelweg Leraar betekent had een nare klank voor me. Het duurde een paar jaar voordat ik kon zien dat ik veel leerde van Daisaku Ikeda omdat ik dagelijks zijn raad las en het duurde nog een paar jaar voor ik hem volmondig kon beschouwen als mijn leermeester. Daisaku Ikeda is een charismatische man die inspireert, prachtige foto’s maakt, mooie gedichten schrijft en me weet te raken met de dingen die hij zegt:

*Music could perhaps be called the most truly human form of dialogue we are capable of. Though people may differ in the color of their skin, the language they speak, their customs and ways, or the material culture which surrounds them, the power of music makes it possible for them to instantly communicate and respond to each other’s innermost feelings.

*The eyes of a poet discover in each person a unique and irreplaceable humanity. While arrogant intellect seeks to control and manipulate the world, the poetic spirit bows with reverence before its mysteries.

Uit de Nederlandse Wikipedia:

Daisaku Ikeda (Japan, 2 januari 1928) is een Boeddhistisch filosoof, auteur en activist. Sedert zijn 19 jaar bestudeerde en beoefende hij het Nichiren Boeddhisme.

In zijn jonge jaren was hij actief in de jeugdbewegingen. Op 3 mei 1960 werd hij verkozen tot derde president van de Soka Gakkai, waarbij hij hier de rol van de jeugd stimuleerde. Daarnaast stichtte hij de Komeito, een politieke partij die door de Soka Gakkai werd gesteund.

Ikeda is eveneens bekend als anti-atoom activist.

Uit de Engelse Wikipedia:

Daisaku Ikeda (池田 大作, Ikeda Daisaku, born 2 January 1928) is a Japanese Buddhist philosopher, educator, author, and nuclear disarmament advocate.He has served as the third president and then honorary president of the Soka Gakkai, the largest of Japan’s new religious mouvement. Ikeda is the founding president of the Soka Gakkai International (SGI), the world’s largest Buddhist lay organization, which declares approximately 12 million practitioners in 192 countries and territories, of whom more than 1.5 million reside outside of Japan as of 2012.

Ikeda was born in Tokyo, Japan, in 1928, to a family of seaweed farmers. He survived the devastation of World War II as a teenager, which he said left an indelible mark on his life and fueled his quest to solve the fundamental causes of human conflict. At age 19, Ikeda began practicing Nichiren Buddhism and joined a youth group of the Soka Gakkai, which led to his lifelong work developing the global peace movement of SGI and founding dozens of institutions dedicated to fostering peace, culture and education.[] His accomplishments are honored internationally; in Japan, he has been subject to political controversies surrounding the party Kōmeitō which he founded.

In the 1960s, Ikeda worked to reopen Japan’s national relations with China and also to establish the Soka education network of schools from kindergartens through university levels, while beginning to write what would become his multi-volume historical novel, The Human Revolution, about the Soka Gakkai’s development during his mentor Josei Toda’s tenure. In 1975, he established the Soka Gakkai International, and throughout the 1970s initiated a series of citizen diplomacy efforts through international educational and cultural exchanges for peace. Since the 1980s, he has increasingly called for nuclear disarmament. Ikeda’s vision for the SGI has been described by Olivier Urbain, then director of the Toda Peace Institute founded by Ikeda, as a “borderless Buddhist humanism that emphasizes free thinking and personal development based on respect for all life.”

By 2015, Ikeda had published more than 50 dialogues with scholars, peace activists and leading world figures. In his role as SGI president, Ikeda has visited 55 nations and spoken on subjects including peace, environment, economics, women’s rights, interfaith dialogue and Buddhism and science. Every year on the anniversary of the SGI’s founding, 26 January, Ikeda submits a peace proposal to the United Nations.

%d bloggers liken dit: