De andere kat

De andere kat: Sterretje
 Sterretje
Het is nu een week geleden. Hopelijk is het weer omgeslagen. Vorige week begon de regenperiode, nu schijnt de zon en is de lucht blauw.
Mijn andere kat Sterretje.
Daar was ik gebleven. Hoe Sterretje rond rende in de tuin toen wij Mickey begroeven. Ik besteedde niet veel aandacht aan haar, ik was teveel bezig met Mickey en mijn eigen proces. Hoe hield ik mij staande, hoe ging ik hiermee om en hoe ging ik verder.
Ik stopte de spulletjes waar hij op gelegen had in de wasmachine die ik aanzette. Ik dweilde de gang en de woonkamer. Misschien zette ik koffie. Waarschijnlijk ging ik schrijven maar ik dacht niet echt aan Sterretje.
Geen sikkepitje aandacht had ik voor haar. Ik dacht niet echt na wat zij er allemaal van vond. Wat zij ervan vond dat wij Mickey in de grond stopten.
En ik herinner me nu ook dat toen Britta doodging en wij haar hier ook begroeven ik helemaal geen aandacht had voor Mickey en Sterretje. Mijn eigen verdriet was blijkbaar groter en sloot al het andere uit. Hum.
En dan nu Sterretje, hoe ontdaan ze was.
Ze kwam niet echt meer binnen behalve die keer dat ik op de bank lag en naar Netflix keek, toen kwam ze weer bovenop me liggen zoals ze wel vaker doet als ik op de bank naar Netflix kijk. Ik kroel en zij spint. Maar verder zag ik haar niet. Ze sliep een nacht in de badkamer op het kleedje, ze sliep een nacht in bad maar waar ze verder uithing wist ik niet.
Vannacht werd ik wakker en zocht haar, ik keek in de badkamer en voelde hoe ze me een kopje gaf in de gang, ik gaf haar wat eten en toen ging ze weer naar buiten. Ze liep naar de plek waar we Mickey hadden begraven en ging er naast zitten.
Vriendin R en ik praatten over Sterretje, ze zei wijze dingen en ik besloot een gesprek met Sterretje aan te gaan en haar in mensentaal uit te leggen wat er nou precies gebeurd was met Mickey en waarom we hem in dat gat in de grond gelegd hadden.
Ze was niet in huis en ik opende de keukendeur en riep haar naam, ze zat op de uitbouw van de buren en kwam via de vlier omlaag. Ik nam haar in mijn armen en begon te praten, zo simpel mogelijk legde ik haar uit dat Mickey oud was geworden, dat wij ook ouder werden en dat zij ook niet meer het kleine Sterretje van weleer was met de blauwe ogen, dat Mickey zijn jasje had uitgetrokken zoals ik straks ook mijn pyjama uit zou doen en dat we dat jasje in de grond hadden gelegd. Ik moest haar vasthouden want eigenlijk wilde ze zich losrukken maar ik hield haar vast en vertelde haar alles wat er in mij opkwam.
Moet ik me generen over deze communicatie? Misschien geneer ik me een beetje maar ik geneer me niet genoeg.
Nadat ik haar had losgelaten ging ze naar het kleedje van Britta, Mickey had er op gelegen en waar hij op gestorven was en dat ik meteen in de was had gegooid. Toen het droog was had ik het onder de tafel gelegd, ik weet dat Sterretje graag tegen de verwarming ligt. Ze snoof en rook er aan en ging liggen.

De koning en zijn prinses

Daar stonden we met ons drieën in de regen. De dode Mickey in mijn armen. Ik legde hem voorzichtig in het langwerpige gat dat we met ons drieën gegraven hadden, H en R hielpen met het kopje, Sterretje rende als een gek rondjes door de tuin. Toen Mickey lag maakte H de foto, hij lag er mooi bij. Dat zeggen mensen vaak bij een dode, soms klopt het , soms klopt er niets van maar Mickey lag er goed en rustig en vredig bij, zijn leven geleefd en het was een mooi leven geweest met goed eten, menselijke warmte op zijn tijd, eerst met een vrolijke hond en daarna met dat eigenwijze Sterretje.

Wat was Mickey boos toen Sterretje kwam, ikzelf lag ziek met een ontsteking van mijn pancreas, Britta werd steeds ouder  en krakkemikkiger en het was tijd voor nieuw leven vond ik.

Ook had ik weinig aan Mickey wat muizen betreft, hij keek er naar en dat was alles wat hij deed. Verder liet hij zich koeioneren door een jonge ongesneden kater die brutaal de tuin in kwam en Mickey op joeg. Met veel misbaar gooide ik die kat eruit en Mickey vond dat blijkbaar normaal want beneden zijn stand een kat uit zijn tuin te jagen.

H had net twee kleine katjes en ik was zo blij jonge beestjes te zien dat ik ook een jong katje wilde, ik hoorde van een nest in de Betuwe en ik koos een schildpadje met een geel befje en een ster op haar kop. Toen ze hier kwam had ze nog blauwe oogjes, ik denk dat ze een week of zes was. Te klein. Maar niet te klein voor Mickey. Hij blies naar haar en verliet toen het huis. Twee dagen lang kwam hij niet meer binnen. N de zoon van R begon een gesprek met hem, op de een of andere manier vond hij het heel normaal om met katten te praten, hij was toen een jaar of elf, hij wilde er niets van weten dat wij het bijzonder vond dat hij praatte met beesten en als wij hem dierentolk noemden vond hij dat belachelijk.

‘ Mickey is boos,’ zei hij, ‘ hij begrijpt niet dat jullie altijd die kat eruit jagen die de tuin in komt en nu haal je zelf een kat binnen, hij snapt daar niets van. Je moet het hem maar eens goed uitleggen. En dan moet je in plaatjes doen want woorden begrijpt hij niet altijd.’

Ik deed mijn best maar Mickey kwam niet terug.

En toen deed ik wat ik altijd doe als ik het niet meer weet. Ik ging voor mijn gohonzon zitten en begon te chanten en terwijl ik chantte probeerde ik in plaatjes te denken en Mickey te vertellen dat ik helemaal niet minder van hem hield maar dat we een stoere meid nodig hadden die hem zou verdedigen tegen dat rotjoch dat de tuinen wilde overnemen.

Ik chantte, dacht aan Mickey en wenste dat hij weer binnen zou komen.

En hij kwam, misschien na een half uur, misschien na drie kwartier maar de kamerdeur werd met geweld open geduwd  en daar kwam de Koning binnen. Hij sprong op schoot.

En nu rende Sterretje verward door de tuin en wij legden Mickey op zijn plek. Met mijn handen schepte ik de donkere aarde over hem heen. Zijn kopje bedekken kon ik niet. H pakte blaadjes van de kersenboom die met de herfst van de takken op de grond zijn gevallen en legde die over zijn kopje. Ik strooide het de aarde erover.

Hij was al snel bedekt met aarde. Hierna schepten we de aarde over hem heen. Hij kreeg een zandheuveltje waar ik bollen in ga planten.

Vertrokken

Hij begint te vervagen en hij begint te verschijnen en toch zal ik hem nooit meer zien.
Het is nog geen week geleden dat mijn Mickey zijn lichaam verliet. Van een grote sterke koning met een krachtig lijfje tot een grote minder sterke koning met een verschrompeld lijfje.
Ik wil niet dat hij verdwijnt en ik wil ook niet dat hij steeds langs komt.
Zijn kleine lijfje. Ik zie het op de foto die H maakte toen hij in zijn grafje lag. Dat was niks meer. Ik liet de foto zien aan E en V en zij vonden het toch wat. Ze vonden dat hij er nog goed uitzag maar ik vond het was helemaal niks meer.
Er was niets meer over van de koning die mijn schoonheid was. Gelukkig was er nog wel wat over van zijn schoonheid.
De laatste dagen van zijn leven maakte ik veel foto’s. Op de foto’s zie je gelukkig niet dat hij er zo slecht aan toe was. R wilde foto’s maken van de begrafenis maar dat wilde ik niet, ik wilde niet dat ik maar steeds zou kijken naar dat dode lijfje.
Toch vond ik dat hij er mooi bij lag in zijn diepe graf onder de rododendrons en H maakte op mijn verzoek toch een foto.
Donderdag wist ik dat het niet lang meer zo duren, eigenlijk wist ik dat de hele tijd maar zoals ik al vaker, met zieke mensen had meegemaakt, je denkt dat het niet slechter kan maar het kan nog altijd slechter, tot het echt niet meer slechter kan.
Mickey lag stil op het zachte kleedje van Britta, zijn flanken ingevallen, hij at al niet meer sinds maandag en sinds woensdag wilde hij ook niet meer drinken.
Ik had een boeddhistische bijeenkomst die donderdagavond en ik was vast van plan om te gaan maar het ging alsmaar slechter met Mickey, soms leek hij naar adem te happen en ik wilde hem niet alleen laten. Mijn boeddhistische vrienden hadden er alle begrip voor dat ik thuis bleef. J stelde voor dat ik net als zij van 19-20 zou chanten en dat heb ik gedaan. Mickey lag naast me en ik chantte. R kwam ook nog, ze deed wat dingen die zij alleen doet en was verder lief voor mij en voor Mickey.
Om 22u ging ik naar bed. Het was een onrustige nacht maar ik sliep.
Om 4.30 werd ik wakker. De nacht was donker. Later hoorde ik dat R ook om die tijd wakker was geworden.
Ik zag vaag de contouren van Mickey onder de tafel. Ik wilde niet weten of hij al vertrokken was.
Sterretje liet zich niet in de kamer zien. Ik zag haar in de badkamer en vroeg haar: wat denk je Sterretje, is hij nog bij ons?
Ze kwam de kamer niet in en ik kroop weer onder de dekens.
Ik sliep niet meer maar ik wilde niet kijken of Mickey dood was als het donker was, ik wilde wachten tot het licht was.
Rond acht uur werd het licht en ik ging meteen bij Mickey kijken.
Hij lag er nog precies zo bij en voelde koud en dood aan. Een vlo sprong op mijn hand, die had niets meer te zoeken bij een dode kat waarvan het bloed niet meer stroomde, ik verdronk de vlo onmiddellijk in het water dat naast Mickey stond. Ik keek en keek maar Mickey bewoog niet meer.
Ik schreef een boodschap op Facebook.
Ik stuurde boodschappen naar de mensen die afscheid waren komen nemen.
En toen huilde ik. Ik huilde hard, met een beetje gêne maar ik wilde geen gêne voelen omdat het maar een kat was en ook nu, nu ik dit schrijf voel ik weer dat verdriet. Dat we ouder worden, dat we ziek worden en dat we dood gaan. Wij en onze dieren, onze familie, onze vrienden en onze vriendinnen.
Ik sprak met mijn twee vriendinnen af dat we Mickey om 10 uur onder de rododendron zouden leggen en ik ging chanten. Ik legde Mickey met zijn kopje naar de Gohonzon en ging achter hem zitten. We kijken naar de Gohonzon en we zitten op een lijn en kijken allemaal het universum in.
Ik chantte en dacht aan die keren dat hij bij me op de stoel was komen zitten als ik chantte en hoe hij naar de gohonzon keek.
Of als er mensen bij me chanten en hij zich omdraaide en naar hen keek. Ik hoorde de mensen achter me lachen. Hilariteit.
Hij sprong graag op de schoot van de mannen en ook sprong hij graag op de schoot van Mandy. Mandy die zo lief voor hem zorgde als ik weg was.
Na het chanten kwamen R en H en groeven we het gat in de tuin dieper. Ik droeg hem door de tuin en haalde herinneringen met hem op.
Hoe hij rende, de boom in klom. Op het gras ging liggen, tussen de bamboe en onder de rododendron.
Daar ligt hij nu.

De kat (4) en hoe ik aan hem kwam.

Midas was bij me komen wonen nadat ik een tijdje katloos was geweest. Nadat mijn allerliefste DuiveltjeDuif plotseling ernstig ziek was geworden, waarschijnlijk een hersenbloeding, had ik uit verdriet geen nieuwe kat willen hebben.

DuiveltjeDuif was geboren uit mijn Kitty, de kat die ik sinds 1978 had gehad, Kitty was bezwangerd door een wilde kater uit de tuinen van de Egelantiersstraat waar ik met Lidi en Peti en Bert woonde. De wilde kater had ook de kat van Peti en Bert bezwangerd.

Natuurlijk was ik bij de geboorte van de vijf katjes, een geboorte die nogal moeizaam was, alle katjes kwamen met hun achterlijfjes eerst en voorzichtig trok ik ze er uit, het waren drie cypertjes, een bijna geheel zwarte en een met witte voetjes.

Ik had ze in een doos naast mijn bed, een keer kwam pa kijken naar zijn kroost, een van de kleintjes blies naar hem en dat kleintje blies ook naar mij toen ze voor het eerst haar oogjes open had, ik tilde haar op, ze kijk me met haar ronde oogjes aan en stak haar pootjes naar me uit. ‘ Wat ben jij voor klein duiveltje,’ sprak ik en vanaf dat moment was ik verliefd. Ik wilde haar toch geen Duiveltje noemen dus het werd DuiveltjeDuif afgekort tot Duifje.

Duifje was een schat van een kat, zij heeft in haar leven nooit iets kwaads meegemaakt, ik kon haar in mijn armen meenemen naar de dierenarts, ze bleef rustig zitten.

Op een dag, ik denk dat ze een jaar of dertien was viel ze om, alle kracht was uit haar gevaren, met de minuut ging het slechter met haar, ik nam haar mee naar de dierenarts waar ze haar wat kalmerends gaven en haar aan een infuus legde waar ze iets van opknapte.

Hierna gaven ze me haar mee naar huis, het gaat wel aflopen met haar, zeiden ze, u kunt haar nog brengen voor een spuitje. De hele verdere dag en de hele nacht liep ik met haar in mijn armen, ze was slap, ook de volgende dag hield ik haar in mijn armen, opeens hief ze haar kopje, keek me aan, plaste en stierf.

Ook haar begroef ik in de tuin.

Ik wilde geen kat meer, niet weer. Ik had alleen nog mijn hondje de Cavalier King Charles Brittania of Grace and Joy. Britta en ik hadden het goed maar Britta joeg geen muizen. En die kwamen in de winter hun heil binnen zoeken.

Ik ben niet echt bang aangelegd maar voor muizen ben ik bang, er moest een kat komen.

In de dierenwinkel van Saskia waar ik dagelijks kwam hing een briefje met foto op de deur, het was een foto van een stevige rode langharige kater: ‘Goed tehuis gezocht voor twee jarige Perzische kater’ stond er op. Het hing er al zeker twee maanden. Ik ging naar de winkel en vroeg Saskia of die kat nog steeds een goed tehuis zocht en of de kat met honden kon. Saskia ging bellen en vertelde me dat de kat er nog was en dat ik maar moest bellen.

Ik belde en we maakten een afspraak voor die avond, ze woonden om de hoek, ik zei hen dat ik met een hond leefde en dat ik die hond zou meenemen om te kijken of  de kat met een hond ging.

Die avond liep ik met Britta naar het opgegeven adres, ze woonden op de tweede verdieping en ik zag een rode kater in de vensterbank zitten.

Britta en ik kwamen binnen, de kat kwam naar me toe en schonk Britta geen enkele  aandacht, Britta snuffelde aan hem en kwispelde. De kat liep koninklijk verder.

‘Dat gaat dus wel,’ zei ik, ‘wat een mooie kat, waarom doet u hem weg?’

De vrouw vertelde dat ze deze kat voor haar dochter had gekocht, ze had zelf al een Siamees maar de Siamees had een hekel aan de nieuwe kat, joeg hem de hele tijd door het huis en’s avonds had ze steeds weer opnieuw het bloed moeten opruimen. Het laatste jaar hadden ze de katten gescheiden gehouden en had Midas de hele dag opgesloten gezeten. Dit kon niet langer. Midas verdiende een beter leven.

Wat een ontzettend zielig verhaal! Mijn hart brak.

‘ Ik wil hem wel,’ zei ik, ‘ik heb een tuin.’

‘Wat fijn, zei de vrouw, neemt u hem dan wel meteen mee.’

Ze stopte de kat in een mandje en gaf me eten mee en duwde het mandje in mijn handen.

Enigszins overrompeld liep ik met Britta aan de riem en Midas in de mand naar buiten.

‘Nu hebben we opeens een kat,’ zei ik tegen Britta.

Thuisgekomen liet ik Mickey uit de mand en hij zocht meteen een kast op waar hij twee dagen in bleef zitten.

Meer Kat en Tesla Methamorphosis Soulcoaching

Ik wist niet zo goed wat ik met mijn steeds ouder wordende beestje aan moest. Ik had de laatste maanden mijn leven zo goed als het kon aan hem aangepast, raapte zijn poep op en dweilde een paar keer per dag de gang.

Toen hij in de keuken was gaan liggen legde ik Britta’s dekentje neer en daar lag hij een tijdje op vergezeld door Sterretje die er ook bij ging liggen tot Mickey er naast ging liggen op de koude keukenvloer.

Tien dagen voor Mickey uiteindelijk dit leven zou verlaten schreef ik een berichtje aan Irene P. Ik kende haar van dansles en had begrepen dat zij met dieren praatte. Ik wilde van haar weten wat er precies gaande was met Mickey, kon ze met hem praten en mij vertellen of hij leed? Ze schreef me terug dat ze geen tijd had om met Mickey te praten maar raadde me iemand anders aan.

Ik was wat huiverig en vroeg een oude vriendin van me of zij iemand kende waar Mickey mee kon praten, ze kwam met een aantal namen maar bood ook aan  een Tesla Methamorphosis Soulcoaching met hem te doen. Ik wist niet wat het was. Ze zei dat het eigenlijk bedoeld is voor mensen, praten met het onderbewuste, maar misschien zou het hem opluchten. Ik vond het een mooi idee en stemde toe dat ze dat zou doen. Ze had de eerste dagen geen tijd maar zondagavond kreeg ik bericht van haar. Ze had contact gezocht met Mickey en las voor wat ze had opgeschreven. Het was een What’s App bericht en terwijl ik aan het luisteren was kwam Mickey de kamer binnen. Voor het eerst sinds bijna een jaar. Hij lag op de drempel tussen mijn woonkamer en mijn slaapkamer. Ik was verrast dat hij was binnengekomen terwijl ik luisterde naar het gesprek dat R met hem had gehad. Het deed me goed. Mickey zei dat hij soms wel pijn had maar dat het pijn was van de ouderdom en hij zei dat het leven als Mickey er bijna opzat. Ach hij zei zoveel meer.

Ze vroeg hem ook of hij nog wat eten wilde en hij zei tonijn.

De volgende morgen kocht ik tonijn voor hem, ik deed het in een klein bakje en hield het onder zijn neus.

Hij lag inmiddels in de woonkamer, ik had hem in een mandje gelegd waar hij een aantal jaren geleden graag in lag maar hij had het al een tijd geen blik waardig gegund.

Ik hield zijn kopje vast.

‘ Kijk es,’ zei ik, ‘ tonijn. Je wilde toch tonijn.’ Hij kreeg iets alerts en begon te likken aan de tonijnpaté, hij likte het hele bakje leeg.

Wat en wie je ook gelooft, misschien lach je er om, Tesla Methamorphosis Soulcoaching  maar lach maar, ik zie wat ik zie en ik zag wat ik zag.

Tesla Methamorphosis Soulcoaching!

 

 

Een geschoren kat. Een koning

De Tibetanen kennen het begrip Bardo. In de Wikipedia zie ik dat de Tibetanen zelfs zes bardo’s kennen maar ik kende alleen de tussentoestand tussen het ene leven dat achter de overleden mens ligt en het volgende leven.

Toch zal het misschien ook de toestand zijn als men het leven achter zich laat maar nog niet gestorven is.

Nadat Mickey te kennen had gegeven dat hij zijn lichaam zou verlaten door de tekenen die misschien alleen ik begreep omdat hij al zo lang bij me was begon voor mij het waken en wachten.

Een paar dagen voor hij was ingestort was het me al duidelijk geworden dat…ik weet eerlijk gezegd niet wat maar hij was steeds slechter gaan lopen, hij zakte steeds meer door zijn achterpootjes en zijn rechterachterpoot sleepte achter hem en leek niet meer goed te functioneren.

Ik wilde heel graag raad. Wat moest ik doen. Leed hij? Moest ik naar de dierenarts?

Eén keer per jaar ging ik met Mickey naar de dierenarts omdat zijn haar zo lang was geworden dat het veelal in klitten onder zijn oksels en zijn buik zat, plekken waar ik niet aan kon komen. De eerste keer dat ik probeerde zijn klitten te ontwarren had hij hard gespind tot hij opeens zijn beide voorpoten met nagels uit en een bek vol scherpe tanden in mijn onderarm zette en wonden veroorzaakte  waar het bloed uitspoot en die later voor moeilijk genazen. Ik probeerde het nog een paar keer met hetzelfde resultaat en realiseerde me dat ik met hem naar de dierenarts moest om hem te laten knippen onder narcose. De vrouw van wie ik Mickey die toen nog Midas heette had overgenomen had me dit ook al gezegd en ik maakte een afspraak.

Om hem in het mandje te krijgen had ik altijd hulp nodig en veel van mijn vrienden en kennissen hebben me geholpen om hem in het mandje te krijgen. Het ging gepaard met gesis en geblaas en hij vocht uit alle macht , spreidde zijn pootjes zodat hij er niet in kon of haalde uit als we het luikje dicht deden.

Maar twee mensen zijn altijd sterke dan een boze kater en sissend, blazend en protesterend liet hij zich naar de dierenarts vervoeren. Soms in een auto maar ook vaak vervoerde ik hem op de fiets. Dan was hij vaak stil en keek hij nieuwsgierig naar de straat, de auto’s, de fietsers en de wandelaars. Ik gaf hem af en de trimster vroeg hoe ik hem wilde, plukken of scheren, ik heb hem een paar keer laten plukken maar dan groeide het haar snel weer dicht en moest ik alweer snel met hem terug en dat wilde ik liever niet.

Ze onderzochten zijn bloed en later zijn nieren en gaven hem een klein roesje. En terwijl hij sliep werd hij geplukt of geschoren. Vaak als hij weer wakker werd was hij zo boos dat hij uitviel naar iedereen die bij hem in de buurt kwam.

Hij was een keer wakker geworden tijdens het scheren en had zijn tanden en nagels in de trimster gezet. Mickey aka Midas was berucht bij de dierenarts. Toch vonden ze hem ook leuk. Hij was zo mooi, trots en fier.

Ik ging alleen met hem naar de dierenarts voor dat knippen. Hij was verder nooit ziek. Ik haalde ook geen prikken voor hem tegen kattenziekte of iets anders, soms haalde ik wat vlooienspul op want hij had altijd vlooien.

De laatste keer dat ik bij de trimster was sprak ze haar verbazing uit dat hij er nog steeds was, ze vond het nodig dat hij goed onderzocht werd en ik gaf mijn toestemming. Ze gingen zijn nieren onderzoeken omdat hij toch wel wat meer dronk en ook zijn gebit zou onderzocht worden.

Zoals altijd belde ze me in de middag, Midas ( dat was de naam in zijn kattenpaspoort)  was bijgekomen en ik kon hem over twee uur weer halen. Ik moest hem rustig houden, hij mocht niets eten maar het eerste wat hij deed als hij wankelend en met gigantische pupillen uit het mandje kwam was hard mauwend naar zijn bakje lopen. Hij had tenslotte al bijna 24 uur niet gegeten. Er zat dan ook altijd eten in zijn bakje. Ik voed mijn katten als ze om eten vragen, geen regelmaat voor mijn katten.

%d bloggers liken dit: