Brunhilde

Afbeeldingsresultaat voor kraakpand la louvre

Al jaren lang ben ik gefascineerd door een vrouw waar ik nog nooit een woord mee gewisseld heb. Toch kennen we elkaar en groeten we.

Brunhilde is een grote vrouw met lang wild haar, aan één kant en bovenop kort geschoren, een paar dunne vlechtjes en de rest van het haar hangt als een matje in haar nek, ze is een van de onaangepasten, ze woont denk ik, haar hele leven in een kraakpand. Misschien ken ik haar ook wel daarvan want jaren woonde ik tegenover het gigantische pottenkraakpand in de Jordaan La Louvre.

Ik weet niet waarom ik me zo tot haar aangetrokken voel, want we hebben, zoals ik al zei, nog nooit een woord gewisseld, ik ben wel eens in haar buurt gaan staan, ready to talk, misschien zei ik iets maar het leidde tot niets. Ik heb haar wel horen praten. Zij praat met een zuidelijk accent, het zou Brabants kunnen zijn of misschien wel Nijmegens want ik geloof dat ze daar vandaan komt maar tegen mij gebruikte ze die zacht G nooit.

Een aantal jaren geleden ging ik met een goede vriendin en haar zoon naar Amma, we kenden een volgelinge van Amma en mochten met haar naar achteren waar Amma sliep. Ze sliep in een sportkleedkamer, er lag een kleedje op de vloer in de uren dat ze sliep lag Amma, de omhelzende, op een kleedje op de koude grond. Niet op een matras, nee gewoon op een kleedje. Na uren mensen omhelsd te hebben ging ze op de grond liggen om te slapen. Ik was behoorlijk onder de indruk.

Afbeeldingsresultaat voor amma

Omdat ik daar was met mijn vriendin die een bekende zangeres is hoefden wij niet uren in de rij te zitten voor we bij Amma konden. We werden voorgelaten en hoefden maar een minuut of tien te wachten tot Amma ons omhelsde. Het was een bijzondere ervaring, als je wilt weten waarom, spreek me aan en ik vertel het je.

Hierna werd mijn vriendin gevraagd een lied te zingen en ze ging op het provisorische podium staan en begon te zingen.

Ik zat op een krukje achter het podium en keek recht in het gezicht van Brunhilde. Brunhilde! Daar zat Brunhilde, mee te deinen op de muziek die mijn vriendin maakte, ze keek dolgelukkig. Dit moest haast wel wat betekenen. Dit moest wel betekenen dat we iets hadden, dat er echt iets tussen ons was en dat er echt iets tussen ons speelde. In het vervolg zouden we samen naar Amma gaan, we zouden samen kirtans zingen en vegetartisch eten eten, ik zou mijn haar laten groeien en zij zou een vlecht in mijn haar leggen. Brunhilde!

Het moment dat mijn vriendin was opgehouden met zingen en omringd werd door fans stormde ik naar Brunhilde.  “Jij hier,’ riep ik uit, ‘ wat fantastisch om jou hier te zien.’ Ik hoopte dat zij ook zou roepen: ‘Jij hier,’ maar ze keek me glazig en gelukkig aan en zei niks en zweefde weg.

Van de week zag ik haar staan voor de deur van een verslavingskliniek, ik schrok er niet van, dacht er ook niet teveel over en fietste verder.

Nu denk ik: misschien hield de deken van drugs Brunhilde wel bij me weg en komt ooit…. wat…

Brunhilde.

http://www.vrouwennuvoorlater.nl/louvre1/

Elegant

Ik liep gisteren met mijn elegante vriendin van 75 over de Ceintuurbaan. Zij was zoals altijd bijzonder gekleed en gekapt. Ze droeg een gebroken witte broek van een of andere bijzondere stof want dat is een van haar specialiteiten, ze had een prachtige lichte trui met geel en paarse strepen aan en haar dikke grijze haar zat met een zwarte strik in een paardenstaart. In haar haar een zwarte baan en ze droeg een rechthoekige schildpadachtige zonnebril.

Ik droeg een tweekleurig strooien hoedje met een bruin lint, een zwart vest met twee smalle verticale  witte banen, daaronder een zwart wit geblokte bloes en een lange korte zwarte broek. En ook ik droeg een bril met opzet zonnebril.

Samen keuvelend over de prachtige en ontroerende film die we gezien hadden en verder over alles waar wij graag over praten naderde ons een prachtige en kleurrijk  geklede vrouw van een jaar of zeventig.

Wij groetten elkaar.

Ja zei AVK, er is in Amsterdam een groep elegante eigenzinnige vrouwen van 60 en ouder. We groeten elkaar want wij kennen elkaar.

En zo is het.

Join the club.

We gaan

https://en.wikipedia.org/wiki/Manifesto_(2015_film)

 

Manifesto is a 2015 Australian-German multi-screen film installation written, produced and directed by Julian Rosefeldt. It features Cate Blanchett in 13 different roles performing various manifestos. The film was shot over 12 days in December 2014 in locations in and around Berlin.

The film integrates various types of artist manifestos from different time periods with contemporary scenarios. Manifestos are depicted by 13 different characters, among them a school teacher, factory worker, choreographer, punk, newsreader, scientist, puppeteer, widow, and a homeless man.

Gender

Ik heb me eigenlijk nooit vrouw gevoeld, als kind voelde ik me nooit een jongetje of een meisje, ik voelde me kind, als tienjarige werd ik wreed met mijn neus op het feit gedrukt dat ik als vrouw met vrouwelijke geslachtskenmerken was geboren. Ik werd ongesteld. Vlak nadat mijn moeder me had voorgelicht ontdekte ik een bruine afscheiding en riep mijn moeder me bij zich.

‘Weet je nog waar we het laatst over hadden?’
‘Over dat ongesteld en zo?’
‘Ja,’ zei mijn moeder, ‘ volgens mij ben je ongesteld geworden, die bruine vlekken in je onderbroek? Dat is bloed.’
‘Nee,’ riep ik, ‘ daar ben ik nog veel te jong voor.’

Ook mijn zus was er niet blij mee, zij was twee jaar ouder en zij was net begonnen met bloeden en zij vond mij te jong maar er was niets meer aan te doen.

Mijn vruchtbare jaren waren aangebroken.

De ellende was begonnen. Ik kreeg borsten waar ik een hekel aan had en ik stopte met groeien. Was ik altijd een groot kind geweest, iedereen groeide me nu voorbij, elke drie weken voelde ik me beroerd en dat werd steeds erger, de tweede dag van elke menstruatie lag ik krom van de pijn, mijn borsten deden vreselijk zeer en op een gegeven moment had ik anderhalve week last van PMS. De avond voor ik menstrueerde zwom ik tergend langzaam en samen met mijn vriendin AT beklaagden we ons over onze borsten die we er het liefst af wilden. (AT heeft dat onlangs gedaan en hij is een man geworden). In het Lesbisch Prachtboek verscheen een artikel van Maaike Meijer over het jongensmeisje waar ik mij helemaal in kon vinden.

De enige momenten waarop ik het fijn vond om een vrouw te zijn was als ik verliefd was en samen met een andere vrouw de lichamelijke liefde beleefde.

In de jaren 90 hoorde ik steeds meer over genderdysforie en ook de FTM, het geboren meisje dat een jongen is, werd bekender. Ik realiseerde me dat ik als ik  twintig was geweest, ik zeker naar de genderkliniek was gegaan om te beginnen aan het transformatieproces.

Maar die transformatie was toen voor mij niet meer urgent. Nadat mijn geliefde ouders kort na elkaar overleden kwam ik in een depressie en was het belangrijker te overleven en mijn vreugde in het leven terug te vinden.

Tijdens mijn depressie kwam ik in de overgang, over die ellende wil ik het op dit moment niet hebben, maar op een gegeven moment hield ik op met menstrueren, een van de beste dingen die me in mijn leven zijn overkomen. Het bloeden hield op, die cyclus van euforie omdat ik weer bloedde tot de treurnis van de PMS en cirkel zo maar door was voorbij.

Voor het eerst van mijn leven haatte ik het niet meer als vrouw geboren te zijn.

Liefde, vriendschap en afkeer op het eerste gezicht.

Bestaat er zoiets als liefde op het eerste gezicht? En bestaat er zoiets als afkeer op het eerste gezicht?

Een tijdje geleden ontmoette ik iemand en ik hield eigenlijk meteen van haar, ik wist niets van haar, alleen dat ik van haar hield, ik kende haar niet, ik kende niemand die haar kende en aan wie ik informatie kon vragen over haar, ik wist niet waar zij van hield, wat ze graag at, of ze aan sport deed, of ze rookte of ze vrij was. Ik voelde wel dat ze mij ook leuk vond en een avond lang zat ik in een bubbel van liefde.

De bubbel hield nog even aan, behalve haar bevrienden op Facebook wist ik niet wat ik verder kon doen en langzaam is de bubbel aan het leeglopen.

Meer dan een mensenlevenlang geleden ontmoette ik op een expositie van een gemeenschappelijke vriendin een vrouw waarmee ik vriendschap op het eerste gezicht voelde, het werd iets meer dan vriendschap maar al snel werd ze zwanger en de baby was niet van mij.
De vriendschap doofde uit.

En dan is er die vrouw waar ik een hekel aan heb op het eerste gezicht, een hekel is misschien te zwaar uitgedrukt, of misschien niet zwaar genoeg want van deze vrouw heb ik een afkeer.

Ik weet dat ik haar ken uit een heel heel ver verleden toen haar toenmalige vriendin mij altijd the pearl under the girls noemde, ik was haar eigenlijk allang weer vergeten tot ze opdook tijdens een bizar spel. Met koele en koude ogen bekeek ze, onpersoonlijk wat er zich onder haar ogen afspeelde.

Soms zie ik haar en griezel ik.

Afkeer op het eerste, tweede en derde gezicht.

Gaat het ook zo met liefde?

En met vriendschap?

Droom

Droom: Ik ben terug in Amsterdam en ik fiets naar huis. De hele stad ligt open, ze zijn met de wegen bezig en er ligt overal nieuw asfalt maar de verbinden tussen de wegen is nog niet gemaakt. Ik kom uit Oost en ben op weg naar mijn nieuwe huis dat ergens in de buurt van de Marnixstraat ligt.

Ik ben dus verhuisd en ik ben er blij om want daar woon ik dichterbij ‘waar alles gebeurt’, vanuit mijn oude huis moest ik altijd een kwartier fietsen voor ik maar in de buurt kwam. Ik fiets ergens daar bij de molen, in de buurt van het Tropenmuseum, ik ben geloof ik een beetje de verkeerde kant op gereden maar bedenk me dat ik natuurlijk ook bovenlangs kan gaan naar de Marnixstraat en ik zoek de ingang naar de Hoogte Kadijk, daar is het ook helemaal veranderd, er zijn gebouwen weg en de ingang van de straat ligt ergens anders, ik herken het helemaal niet maar zie gelukkig ergens aan een gevel een oud bordje waar Kadijk op staat. Ik fiets er in en bedenk me dat hier twee vriendinnen van me wonen, misschien zal ik er even langs?

Ik besluit het niet te doen, zij zijn een gelukkig stel en dat is wel het laatste waar ik nu zin in heb, een stel. Ik kom langs een informeel restaurant/café, het is in de brede maar smalle voorkamer van een huis, er zitten mensen gezellig te eten, er zijn ook enkele intieme plekken en ik verlang naar de tijd dat ik daar zelf intiem zal eten met een lieve vriendin. Dan loop ik in een smalle gang die vol ligt met sla, sla rosso is het geloof ik en die ligt te drogen, aan de zijkanten staan allerlei groene kruiden, basilicum, munt, oregano. De sla ligt op trappen en op de grond, ik neem een krop mee en begin alvast te eten, ik scheur er blaadjes af, het is heerlijk en knapperig, gang na gang, deur na deur, de sla ligt er op een gegeven niet meer maar wel bakken en potten vol kruiden, ik eet van de sla maar ben me er goed bewust van dat deze sla niet van mij is en als ik bij de buitendeur kom leg ik de sla in een bloembak waar kruiden in groeien en ik denk dat ze de sla wel zullen vinden.

Uit: De Blauwe Haai ~ Juan Carlos

Juan Carlos, een local die een huis van taken en bladeren in het bos had gebouwd, kwam naast me zitten. Hij keek me glazig aan, hij had vast al een joint gerookt van de wiet die hij ergens diep in het bos op een geheime plek verbouwde.

‘Hey Teddy, ‘ zei hij gepast, ‘what is wrong, you look like you saw a ghost.’ Hij begon te giegelen.

‘I just got a message my mother died, she was eaten by a shark.’

Juan Carlos verschoot van kleur, hij verslikte zich en begon te hoesten. Hierna begon hij te lachen, heel hard lachte hij, zo hard dat hij er bijna in stikte.

Ik sloeg mijn laptop dicht, riep tegen de serveerster dat Juan Carlos betaalde en dat ze hem hij die eieren moest geven en sprong op mijn scooter. Weg van hier. Naar het strand. Water. Branding. Zwemmen.

Ik zwom de baai over van rechts naar links, iets achter de branding, het water was hier een meter of tien diep, zeilboten lagen voor anker. Rechts van me, ruim een kilometer hiervandaan schatte ik, lag de Grote Stille Oceaan. Honderden, misschien duizenden kilometers zuidelijker in dezelfde Stille Grote Oceaan,  had  mijn moeder haar einde gevonden. Even bekroop me de gedachte om richting Oceaan te zwemmen, voor die kilometer draaide ik mijn hand niet om, ik zou zwemmen en zwemmen en doorzwemmen, net zolang tot ik niet meer kon. De dood door verdrinking zou me treffen. Misschien werd ik al eerder gevonden door een haai of door een walvis of orka zoals je die hier soms zag en zou ik als visvoeder dienen.

Niemand zou me missen. Misschien Tante Lili. Mijn vader was allang dood, mijn broer en zus zag ik al jaren zeer sporadisch, oude vrienden had ik niet. Ik was al zolang uit Nederland weg. Na de Middelbare School had ik mijn boeltje gepakt en was de wereld over gaan reizen. Overal waar ik was maakte ik vrienden die ik nooit meer zou zien of slechts voor een maand per jaar zoals hier in Zihuat. Niemand bleef in mijn leven en ik bleef in niemands leven. Waarom zou ik in leven blijven? Wat hield me hier? Ik had geld genoeg, nog wel maar dat zou over een paar jaar en een aantal jaren reizen misschien op zijn, hoewel dat niet waarschijnlijk was, ik had geen geldzorgen, ik had geen uitdagingen en ik was laf. Ik durfde niet het water op te gaan en mezelf zo uit te putten dat ik zou zinken. Ik was bang voor mijn laatste seconden, als ik me zou realiseren dat dit het was, dat dit het einde was, dat ik ging stikken. Eén keer nog zou ik mijn mond open doen, ik zou nog één keer proberen lucht in mijn longen te zuigen maar er was geen lucht meer, het zou water zijn dat ik naar binnen zoog, mijn longen zouden vol water komen  en ik zou stikken.  Doodsbang zwom ik verder. Mijn hartslag bonkte door mijn lijf.  Ik had mezelf waanzinnig bang gemaakt. De enige manier die ik kon bedenken om mezelf te kalmeren was mijn slagen te tellen. Elke keer als ik met mijn rechterhand instak telde ik. Ik ademde om de slag aan de rechterkant in en blies onder water uit, overhaal, inademen, insteken, tellen, uitademen en verder weer en opnieuw . Soms raakte ik de tel kwijt. Dan begon ik weer van voren af aan. Het tellen en de regelmaat kalmeerden me en de overkant kwam in zicht. Ik had zeker drie kwartier gezwommen en was de baai over. Ik sloeg links af en zwom naar het strand. Aan het einde van Playa del Ropa lag Restaurant la Perla. Daar at ik altijd iets nadat ik gezwommen had.   Ik was met ze overeen gekomen dat ik ze elke week een bedrag gaf waar ik voor kon eten zodat ik geen geld hoefde mee te nemen als ik zwom. La Perla had overheerlijke ontbijt gerechten, Amerikaanse pancakes met bosbessen, Eggs Benedict, goede koffie en uitmuntende verse sappen. Ik nam de Eggs benedict, een koffie met warme melk en een kokosnootsap.

Een paar honderd meter van me vandaan zag ik de strooien hoed van Juan Carlos het strand opkomen, Juan Carlos zat eronder en ik hoopte dat hij me niet zou zien. Ik zag hoe zijn hoofd zoekend alle kanten op ging en ik had een vermoeden dat hij op zoek naar mij was. Daar had ik helemaal geen zin in en ik wenkte Carlito, de zoon van de eigenaar. Ik noemde Juan Carlos’ naam en maakte er een beweging bij alsof ik een keel wilde doorsnijden. Het leek me duidelijk.

Carlito lachte en ik wist dat hij Juan Carlos van me vandaan zou houden. De meeste hardwerkende Mexicanen hadden niets met Juan Carlos die blowde, zijn geld verdiende met het illegaal kopiëren van cd’s, seks had met toeristen en zijn eigen huis had gebouwd. Ze vonden hem maar een parasiet. Carlito zette een parasol op zijn kant waardoor Juan Carlos mij pas zou kunnen opmerken als hij voor la Perla stond. Ik nam aan dat hij mij zocht om excuses te maken maar ik had geen zin in zijn stonede ogen en zijn aanbod om een joint met hem te gaan roken. Als ik iets niet nodig had was het vergetelheid. Deze klap. De dood van mijn moeder. Opgegeten door een haai. Dit moest ik onder ogen zien. Ik moest iets doen. Iets verzinnen. Daar had ik een helder hoofd voor nodig.

Disclaimer: Ik is niet ik. Dit is fictie en elke overeenkomst met een levend persoon is zuiver toeval.